24 december 2015

Seizoensroddel – Jan Baeke

Zware en goed vullende kluif

Recensie door Maarten Buser

Soms zit je als recensent verkeerd en serveer je een bundel ten onrechte af. Dat overkwam ondergetekende in 2013, toen hij Jan  Baekes Het tankstation op de route besprak. Veel bleef vaag, en er ontstond aanvankelijk een soort surplus van mogelijke invullingen van de bundel, die onverschilligheid opriep. Bij herlezing blijkt Baeke toch een sterke bundel te hebben geschreven: nee, je kunt niet overal je vinger achter krijgen, de gedichten blijven soms frustreren, maar filmliefhebber Baeke zet veel lijntjes en thema’s uit die je bezig kunnen blijven houden. De bundel is heel losjes opgezet als een soort filmscenario, met titels als ‘Draaidagen’, ‘Establishing shot’, ‘Scènewisseling’ en ‘Fin’. En dan hebben we het nog niet gehad over regels als ‘Storend dat de mussen / in het geluid zijn gaan zitten.’ of ‘Wie de scène verlaat is uit de ramp geschreven.’

Vanzelfsprekendheid die niet klopt
Opvolger Seizoensroddel schroeft zowel de ergernis als de intrigerendheid flink op. Ook dit keer blijft veel vaag, en het filmthema van de vorige bundel lijkt verdwenen te zijn (bij Baeke weet je het evenwel maar nooit). Baeke heeft de neiging om personages informeel bij hun voornaam te noemen, alsof we hen al horen te kennen. Daarnaast is het blijkbaar heel normaal om het bijvoorbeeld te hebben over ‘de buurvrouw’, ‘de taxichauffeur’, ‘het beeld’, alsof die allemaal al geïntroduceerd zijn. Dat zijn ze niet. De toon is heel natuurlijk, niet zelden spreektalerig, maar onder het lezen krijg je toch al snel een ‘hier klopt iets niet’-gevoel. Verbanden tussen zinnen blijven onduidelijk of lijken foutief te zijn, en veel verwijzingen blijven vaag. Baeke doet wat dat betreft sterk denken aan John Ashbery, wiens poëzie ook een mengsel van fascinatie en ergernis oproept.

Oorlog en spot
In Seizoensroddel ontspint zich een grote hoeveelheid thema’s. Er gebeurt in een bestek van een paar gedichten veel, heel veel. Neem de openingsreeks ‘Dit zijn, zei Jack, slechts voorbeelden’: daarin is het oorlog. Uit de vermelding van Camp Rhino als uitvalsbasis, blijkt dat het om de oorlog in Afghanistan gaat (je moet het maar weten, of opzoeken natuurlijk). De soldaten hebben generiek aandoende (Amerikaanse) namen: Jack, John, Frank en Charlie. De toon is quasi-ruig, en sommige regels lijken uit een slechte actiefilm geplukt te zijn: ‘Frank was een flikker / maar niet bang.’ Die setting begint zich te mengen met religieuze verwijzingen: een hostie-vergelijking, ‘de beek [splitst] zich in tweeën’, het zingen van het ‘Ave Maria’. Er wordt een link gelegd tussen de zendingsdrang van missionarissen en de Amerikanen die het Oosten binnenvallen om (even gechargeerd gezegd) hen een betere cultuur komen brengen. De spot is duidelijk: ‘Sterk dat bij de komst van een verschoppeling alles / naar Het Boek wil leven. De gemeenschap bloeit op / haalt de graafmachines, de vooruitgang binnen. / Laten we gaan, de Heer heeft alles onder controle.’

Onrust vergezelt het woord
De laatste afdeling (het slotgedicht niet als afzonderlijke afdeling gerekend) heet ‘Waar de wind doorheen waait’. Weer is het, net als in de openingssectie van de bundel, een korte geografische verwijzing die een interpretatieaanwijzing vormt. Er wordt gesproken over de onrust die het woord ‘Janovska’ vergezelt, ‘maar dat / woord doet in deze wereld niet meer mee.’ Janovska was een Duits concentratiekamp in een gebied dat toen nog Pools was. In de reeks lijkt de oorlog formeel gezien voorbij te zijn, maar het heden daarin wordt doorsneden met herinneringen als ‘Ook de onderwijzer bleek spoorloos en de spoorwegbeambte en de vrouw van de kaarsenmaker.’ Ondertussen is er in het naoorlogse Polen in de reeks sprake van een ander soort verdwijning: het vertrek naar beter geachte oorden als Brussel of het aanlokkelijke Amerika. Maar de gedichten ademen onrust uit, angst zelfs. Zo werkt Seizoensroddel in een notendop: als je een ingang denkt te hebben gevonden, stuit je op iets tegenstrijdigs of op iets dat je geen plek kunt geven. (Verwijst het gedicht ‘Héros’ bijvoorbeeld naar de gelijknamige bundel van Véronique Pittolo? Die gedichten gedragen zich samen ook als een soort filmscenario, en dat is wel des Baekes.)

Smakelijke kluif
Dan blijft er nog zoveel dat niet besproken is, dat zich aandient, vragen en interpretaties oproept. Er is opvallend veel sprake van lichamelijk verval, en de titel intrigeert. Kan een ingrijpende gebeurtenis als een oorlog in Afghanistan of Irak, uiteindelijk een ‘verhaaltje’ worden dat mensen opvallend kort bezighoudt? Met Baeke weet je het uiteindelijk nooit, en dat roept bewondering en irritatie op. Die maken samen van Seizoensroddel weer een zware, maar smakelijke en goed vullende kluif.

 

 

Seizoensroddel
Jan Baeke
Verschenen bij: Bezige Bij
ISBN: 9023497449
80 pagina's
Prijs: € 19,50

Meer van Maarten Buser:

27 augustus 2017

Het echte vuur van deze bundel zit in het ongemak

Over 'Vonkt' van Marije Langelaar
30 juni 2017

Een magere oogst van vier decennia poëzie

Over 'Zingend naar huis' van R.A. Basart
20 april 2017

Een bundel die afstand schept

Over 'Oden voor komende nacht' van Jacques Hamelink

Recent

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars
13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman

Verwant

24 december 2015

Tirade 429

24 december 2015

Het zijn bij hem vaak beelden waarin het woord het voor het zeggen heeft

Over 'Brommerdagen' van Jan Baeke
24 december 2015

Literaire ontwikkelingen in een momentopname

Over 'Revisor 9 ' van Jan Baeke