30 september 2015

Een wolk van vertrouwen

In één of twee oogopslagen kan ze lezen wat ik heb opgeschreven

Column Inge Meijer

De intercity van 17.46 uur van Arnhem naar Amsterdam zit vol. Iedereen is moe dat zie je zo. Ze kijken met die blik van niets meer willen. Als iemand door het gangpad loopt en daarbij een uitstekende elleboog of voet raakt, wordt er even snel  vanonder de wenkbrauwen opgekeken en weer weg. De blik is leeg, alsof  het schermpje waar even daarvoor nog naar gestaard werd, een magnetisme bezit waar de blik zich met groots mogelijke inspanning van afwent en voordat je er iets tegen kunt doen weer terugflitst. Voor wie niets te kijken heeft, kan vrijelijk meekijken. De vermoeidheid is zo hardnekkig dat ieder op zich denkt alleen te zijn. Er worden filmpjes gekeken en mail en apps gecheckt. Wat je ook kunt doen is vast een voorschot nemen op het avondeten. Er verdwijnen broodjes en bakken salade in schrokkerige monden.

De trein bleef staan toen het al  17.46 uur was. Er had een vaag gelispel door de intercom geklonken maar er werd geen poging ondernomen er iets van te maken. We keken elkaar zelfs niet aan met een verbazing schetsende blik. Er hing een wolk van vertrouwen in de coupé dat we na een lange werkdag thuis zouden komen. Hoe dan ook. Dan klinkt door de intercom dat we wachten op een machinist. Ook dat schept vertrouwen, filmpjes worden afgekeken, ogen voor een slaapje gesloten en broodjes uit zakjes gehaald. De machinist is onderweg en wij hoeven daar alleen maar te wachten tot hij arriveert. Ik ga er eens goed voor zitten en wat dingetjes opschrijven.

Naast me zit een blonde vrouw in een wit colbert en een bloemetjes pantalon die  patience speelt op haar iPhone met oortjes in waardoor een stem klinkt alsof ze wordt geïnstrueerd welke kaart ze moet omdraaien en die heimelijk meekijkt hoe ik opschrijf dat er naast mij een blonde vrouw in een wit colbert zit die patience speelt op haar iPhone met oortjes in waardoor een stem klinkt alsof ze wordt geïnstrueerd welke kaart ze moet omdraaien. Ik denk dat ze in één of twee oogopslagen kan lezen dat ik heb opgeschreven dat ik naast een blonde vrouw (op leeftijd  en dat haar opmerkelijk ronde knieën goed uitkomen in haar strakke pantalon moet er eigenlijk ook nog bij) zit in een bloemetjes pantalon die patience speelt op haar iPhone. Waarschijnlijk kan ze niet lezen dat die vrouw oortjes in heeft waardoor ik vermoed dat ze wordt ingefluisterd welke kaart ze moet omdraaien. Het was een nette vrouw en dat zou teveel getuigen van een vrijpostigheid die haar niet eigen is.

Ze speelde immers patience op haar iPhone. Wat toch wel het toppunt van  vertrouwenwekkende bezigheden is. Dat beeld wilde ze beslist niet verstoord zien door opzichtig mee te lezen met wat ik schreef. Ik had het wel door dat zij zat mee te lezen dat ik had opgeschreven dat ik naast een blonde vrouw zat met een wit colbert en een bloemetjes broek. Ik keek nog even voor de zekerheid naar haar broek en twijfelde opeens of het wel bloemetjes waren. Ik had te snel geoordeeld. Het waren kringeltjes met uitlopertjes die de indruk wekten een bloem te zijn. Door woorden als ‘blonde vrouw, wit colbert en patience’ dacht de vrouw even dat ik over haar schreef. Maar door die bloemetjes pantalon begreep ze dat dat niet zo was en verflauwde haar interesse.

Zestien minuten na de aanvankelijke vertrektijd klinkt door de coupé het advies, voor wie nog in Utrecht wil aankomen, de trein op spoor 9 naar Den Helder te nemen. Daar gaven we allemaal gedwee, op een enkel diepe zucht daargelaten, gehoor aan en verlieten de trein.

 

Recent

22 september 2017

Modiano's spel met de lezer

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer