4 oktober 2017

Een stom gedicht

Door Martin Lok

Het was in de Renaissance een van de meest geliefde bezigheden van Leonardo da Vinci en Michelangelo: een partijtje artistiek worstelen om te bepalen welke kunstvorm het belangrijkst was. Schilderkunst, beeldhouwkunst, of toch de poëzie? Waarbij de laatste geen hoge oogen gooide, ondanks de vaak geciteerde Simonides, die poëzie een sprekend schilderij en een schilderij een stom gedicht noemde. Maar dit kon niet voorkomen dat de poëzie het aflegde tegen de beeldende kunsten. Zoals bij Leonardo, die de schilderkunst de ‘moeilijkste wetenschap’ noemde, ‘die met de meeste waarachtigheid de werken der natuur kon weergeven’.
Ik moest aan deze wedijver tussen de verschillende disciplines in de kunsten denken, toen ik tijdens beeldhouwles aan een nieuw project begon. Het zou nu eens niet de zoveelste vrouwenfiguur worden, maar een kudde nijlpaarden in het water. Ik had zo’n  in brons gegoten kudde in de etalage van een kunstgalerie zien staan en was meteen verkocht.

Nu valt het ‘waarachtig weergeven van de natuur’ in de praktijk tegen. Althans in mijn geval. Zelfs een prachtige foto van een kudde badende nijlpaarden van Frans Lanting als inspiratiebron mocht niet baten. Ik kon de klei maar moeizaam in het keurslijf dwingen dat ik voor ogen had. Mijn gedachten dreven regelmatig af en ik begon mezelf af te vragen waarom in de beeldende kunst de natuur zo opgehemeld wordt en in de geschreven kunst niet. Want laten we wel wezen, waar in de beeldende kunst de natuur de hoofdrol kan opeisen, is dat in de literatuur haast nooit het geval. De IJsbeer van François Pompon of De bedreigde zwaan van Jan Asselijn kent in de literatuur geen evenknie. Natuurlijk komt ook in boeken natuur voor, maar altijd in een bijrol, als achtergrond voor het verhaal van deze of gene mens. Ja, zelfs als je denkt dat in een boek natuur de hoofdrol speelt, zoals in Waterschip Down van Richard Adams, Animal Farm van George Orwell of Barkskins van Annie Proulx, blijkt die literaire natuur vaak niet meer dan een vrijbrief om het toch weer over de mens te hebben, in al zijn onhebbelijkheden.

Nee, in literatuur is de natuur altijd bijzaak, dus waarom zou ik me daar zo druk om maken? Kon ik toch niet beter weer een menselijke figuur gaan maken? Terwijl ik aan het einde van de les mijn eerste poging nog eens goed bekeek begon ik een beetje mee te voelen met Simonides. Mijn eerste beeldhouwpoging van een kudde nijlpaarden was niet verder gekomen dan een stom gedicht. Maar ik geef het nog niet op. Want de waarachtigheid in de natuur wil ik blijven zoeken. Volgende week is er weer een les. Eens kijken of ik dan wat poëzie uit de klei kan halen.

 

 

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer