Een stem vinden

Alle boeken die ik in mijn Zomerrubriek 2018 noemde, heb ik deze zomer gelezen. Op de boot in de Noorse fjorden natuurlijk Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Ook deed ik aan contrapuntisch lezen: een boek in het kader van O’s (‘Ophra’s 2018 Boek Club Selectie’ aan boord van de Holland America Line). Daar las ik American Marriage van Tayari Jones, dat deze week zal verschijnen in Nederlandse vertaling. Een boek dat, zoals iemand op de boot zei tijdens de bespreking  met zo’n twintig andere lezeressen(!), je binnenvoert in de wereld van Afro-Amerikanen.

Waar het bij Hermans gaat over ‘geestelijke slavernij’ van kinderen die ‘proberen Miles Davis of John Coltrane te worden op een manier waarop het nooit zal lukken’, zo zijn de levens van de drie hoofdpersonen die Jones ten tonele voert (Roy, Celestial en Andre) doordesemd van zwarte muziek, die je op een weergaloze manier het verhaal binnenzuigen. Af en toe wordt er een muziekinstrument genoemd dat vooral in de jazzmuziek wordt bespeeld, en een naam van een zwarte muzikant. Af en toe, maar de hele roman is van muziek doordrongen. In de beschrijvingen van bewegingen, in accenten in de taal, in de opbouw. Hierin gaat – als in een geleide improvisatie – om beurten een van de drie personages met het thema aan de haal. De muziek gaat onder je huid zitten.

Ik begrijp nu hoe het schrijfster Christine Otten is gelukt de wereld van Afro-Amerikanen om te zetten in taal; via hun muziek!  In Als Casablanca deed ze dat aan de hand van de zwarte zanger Paul Robeson en ex-Black Panther Charles Perry. Maar evengoed in We hadden liefde, we hadden wapens, waarin de ik-figuur in de proloog zegt: zolang liedjes in je ‘kop zoemen was alles goed’. Liedjes maakten het leven van de zwarte verzetsstrijder Robert Franklin Williams lichter, dragelijker. Ze staan – schreef ik eerder in een recensie – ‘voor een “parallelle wereld” waarin “je in een flits ziet wat er achter de dingen is (…), belofte, betekenis, toekomst”.’

In het schitterende essay, Als een vis, (De Gids, nr. 4/2018) legt Otten uit hoe dit zo is gekomen; als witte vrouw te schaken op hetzelfde bord als de zwarte schrijfster Tayari Jones. ‘Ik weet nog dat ik de compositie voor De laatste dichters bedacht vanuit de muziek van saxofonist John Coltrane, A Love Supreme’.  Ze schrijft verder dat ze ‘schijnbaar moeiteloos’ de stemmen van haar personages vond, ‘en een taal waarin ik hun geschiedenis en belevingswereld het dichtst benaderde. ‘Vond’ hun stemmen, zeg ik. Dat is essentieel.’ Dat is haar helemaal gelukt. Net als Tayari Jones.


Els van Swol leest alles wat los en vast zit en slaat als het even kan geen toneelvoorstelling van Shakespeare over. Zij bezoekt regelmatig het concertgebouw en schrijft daarover in haar columns.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!