27 maart 2017

Een stem krijgen

Het kon niet uitblijven of de stroom vluchtelingen van 2015 en 2016 moest de literaire kunsten binnenkomen. Al in 2015 verschenen diverse theaterstukken over het thema. Net uit is de roman De dood van Murat Idrissi van Tommy Wieringa. Vorige week zag ik Wende Snijders in haar overdonderende voorstelling Mens het aangrijpende lied De wereld beweegt zingen met de regels: ‘Er vallen mensen uit de hemel / Zet de vangnetten uit / Er vallen mensen in het water / Zet de vangnetten uit (…) Haal die mensen uit het water / Leg je blote handen open / Laat ze niet liggen en verdommen’. En in april gaat de Annie M.G. Schmidtprijs misschien wel naar Kiki Schippers. Ze zong afgelopen jaar in de theaters Er spoelen mensen aan, met de confronterende regels ‘duw ze terug in het water / duw ze terug in de zee / duw ze terug in de golven / want wij zijn de vrijheid voorbij.’

Het zijn allemaal voorbeelden van kunstenaars die niet onbewogen kunnen blijven bij wat ze zien. Maar de vluchtelingen zelf krijgen ook een stem. Sinds begin dit jaar is Amal Karam, in 1996 gevlucht naar Nederland, stadsdichter van Nijmegen. Rodaan al Galidi, in 1998 in Nederland aangekomen na een lange vlucht uit Iran, is met liefst vier gedichten vertegenwoordigd in zijn bloemlezing van de Nederlandse poëzie van de 20ste en 21ste eeuw van Ilja Leonard Pfeijffer. Bovendien is hij opgenomen in Dichters van het nieuwe millenium van Jeroen Dera c.s.

Ik lees niet veelvuldig poëzie, maar sinds een paar maanden steek ik af en toe een klein handzaam boekje bij me van Daan Bronkhorst. Hij publiceerde voor Amnesty International over mensenrechten en China, maar bezorgde ook een paar thematische anthologieën van werk van dichters over de hele wereld. Het nieuwste boekje heet Hoop met als thema ‘grenzen’. Daarin veel mooie regels van vluchtelingen. Het kan in de binnenzak van een colbertje en ik heb het soms bij me als ik de kans loop ergens te moeten wachten, bij de kapper, op het station, bij de dokter.

Ik lees er willekeurig in. Het gedicht Vluchtelingen van de Bulgaarse Kapka Kassabova begint zo:

Kijk: de armoede van regen
dat we hem opvangen in een vingerhoedje van geduld
en uitgieten in de modder

en eindigt met:

Kijk: dit is de wereld die we hebben
te arm om je te verbergen,
te donker om te begaan, te alleen om te vergeten

 

 

 

Recent

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

7 augustus 2017

Een kanjer

4 augustus 2017

Wondranden

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer