Hoe komt een Congolees terecht in Praag? In de jaren zestig vertrok de vader van de Tsjechische auteur Tomáš Zmeškal vanuit Afrika naar Oost-Europa. In opdracht van de leider van de Congolese onafhankelijkheidsbeweging, Patrice Lumumba, moest hij daar steun vinden voor de revolutie in zijn geboorteland. Door een verschil van mening tussen de Tsjechoslowaakse communisten en de Congolese revolutionairen kon Zmeškals vader Tsjecho-Slowakije niet meer verlaten. In Praag ontmoette hij vervolgens de dochter van een keurige accountant waarmee hij een zoon kreeg, Tomáš. En uiteindelijk wordt deze Congolese Tsjech een van de beste auteurs van zijn generatie. Het leven van Tomáš Zmeškal is in vergelijking tot dat van zijn vader minder turbulent. Hij groeit op zonder die vader, die eind jaren zestig toch de mogelijkheid krijgt om terug te keren naar Congo. Tomáš krijgt de kans om naar Engeland te vertrekken en studeert Engelse taal- en letterkunde in Londen, maar keert na de val van het communisme terug naar Praag. Uiteindelijk debuteert hij als veertiger met Een liefdesbrief in spijkerschrift.
In Een liefdesbrief in spijkerschrift vertelt Tomáš Zmeškal het verhaal van een Praagse familie en de vernietigende invloed van het Stalinisme op hun leven. Josef en Kvĕta zijn verliefd en trouwen met elkaar. Niets lijkt hun geluk in de weg te staan als Kvĕta zwanger wordt. Kort voordat hun dochtertje Alice wordt geboren belandt Josef echter als politiek gevangene in een werkkamp. Als Alice tien is en de Praagse Lente is losgebarsten, wordt Josef vrijgelaten. Hij komt erachter dat Kvĕta een verhouding heeft gehad met Hynek, zijn vriend en verrader. Josef is niet in staat haar te vergeven. Pas na de val van het IJzeren Gordijn lijkt hij in staat tot een toenaderingspoging.
Het verhaal van Josef en Kvĕta wordt afgewisseld met het levensverhaal van Alice, hun dochter, en verscheidene andere figuren. Het is een rijk palet aan personages, die tezamen de moderne geschiedenis van Tsjechië in beeld brengen. Zmeškal neemt makkelijk afscheid van zijn personages. Sommigen sterven, anderen verdwijnen uit beeld om later toch weer even voorbij te komen. Allemaal worden ze door Zmeškal tot leven gewekt, menselijk gemaakt, inclusief hun donkere kanten. De auteur zelf komt voorbij als psychiatrisch patiënt in een inrichting en meerdere inbrekers spelen een rol in de roman. Maar één van de meest interessante figuren is de gekke banketbakker. Hij komt terecht in een gesticht omdat hij zijn vrouw heeft nagemaakt van marsepein. Aan zijn behandelend arts vertelt hij fantastische verhalen, uiteenlopend van science fiction tot verhalen die doen denken aan de Sprookjes van 1001 nacht. Het zijn deze verhalen die het eerste deel van het boek zo goed maken. Vooral de twee verhalen die de banketbakker vertelt over onsterfelijkheid zijn onvergetelijk. Later in het boek blijkt de banketbakker overigens niet zo gek als iedereen dacht.
Ook de man waarmee Alice trouwt, Maxmilián is intrigerend. De manier waarop zijn karakter zich ontwikkelt is bijna schokkend om te lezen. Duidelijk een bewijs van het meesterschap van Zmeškal, en ongelofelijk goed voor een debutant.
Zmeškal hanteert niet alleen vele personages, maar ook verscheidene stijlvormen. Naast science fiction en sprookjesachtige verhalen gebruikt hij bijvoorbeeld ook brieven en officiële documenten om zijn verhaal te vertellen. De sfeer in het boek is, afgezien van de afwijkende stijlvormen, in het algemeen goedmoedig en licht absurd en een tikkeltje filosofisch. Hier komt ook de vergelijking met schrijvers als Bohumil Hrabal en Jáchym Topol om de hoek kijken. Vermoedelijk is het hun manier geweest om de, bij tijd en wijle zeer zware, Tsjechische censuur bij de neus te nemen. Zmeškal heeft zich duidelijk door hun milde humor en absurdisme laten inspireren. Zijn verhaal over de inbreker en meneer Verner is hiervan een goed voorbeeld. Meneer Verner wordt midden in de nacht wakkergeschud door een man in een overal. Het blijkt een inbreker die het niet aandurft om Verners huis weer uit te sluipen, omdat die nacht de Russische tanks door de straten van Praag rollen om een einde te maken aan de Praagse Lente. ‘Nadat de tanks voorbij waren, liep hij met hem mee naar het kruispunt waar ze hielpen om geïmproviseerde barricades op te werpen.’ Sinds die nacht ontmoeten Verner en de inbreker elkaar jaarlijks op de datum van de Russische inval, zodat de inbreker het geld kan terugbetalen dat meneer Verner hem heeft gegeven.
Zmeškal heeft een ongelofelijk goed debuut geschreven. Het boek is dan ook volkomen terecht genomineerd voor de Magnesia Litera Prijs en werd bekroond met de prestigieuze Josef Škvorecký Prijs en de European Union Prize for Literature 2011. De personages lijken levensecht en zijn opvallend goed ontwikkeld. Zmeškal heeft vermoedelijk lang geschaafd aan zijn roman. Alleen mis je in het tweede deel de kleurrijke verhalen van de banketbakker, een kleine min in een verder prachtig boek. De verscheidenheid aan mooie verhalen doet vermoeden dat hij ze jarenlang heeft opgespaard om zijn beste verhalen te publiceren in het raamwerk van een roman. De vraag is of hij dit kan herhalen in zijn tweede boek dat begin dit jaar in Tsjechië is verschenen. Laten we hopen dat het snel vertaald wordt en dat Zmeškal wederom de briljante verhalenverteller zal zijn waarmee we in Een liefdesbrief in spijkerschrift hebben kennisgemaakt.