Een levendige tegenstrijdigheid

Recensie door Els van Swol

Het is een bijzondere gewaarwording om direct na het herlezen van Tonke Dragts De brief voor de koning – dit jaar voor een prikje te koop in het kader van ‘Geef een boek cadeau’ – Willem die Madoc maakte van Nico Dros te lezen. Beide boeken ademen eenzelfde sfeer en toch ook weer niet. Het eerstgenoemde, een kinderboek, gaat over de bijna-ridder Tiuri. Het tweede over de bijna-geestelijke Beda, en begint op het moment dat hij op het punt staat de gelofte af te leggen in een Benedictijns klooster. Wat beiden vooral gemeen hebben is dat ze het goede of de goede zaak in het leven zijn  toegedaan. 

Van ridderlijk naar intellectueel

In de tweede helft van Willem die Madoc maakte heeft Beda de naam Madoc aangenomen. Hij is er met zijn hoofd vaak niet bij, reizend van de ene naar de andere plaats. Hij verkeert bij gedichten en vrouwen, in het bijzonder bij Veerle die hij op een late avond ontzette en wordt haar ridderlijke figuur. Op weg naar Parijs, een gevaarlijke tocht, wordt hij onderweg door de geestelijke Hincmar, graaf van Mourille, benoemt tot secretaris. Madoc is, zoals veel troubadours, onder de indruk van de onbereikbare kasteelvrouwe Adelina, die hem ’s nachts weet te vinden.

Het kloosterleven ligt al ver achter hem wanneer Madoc zijn vuurdoop met wapens ondergaat, waardoor hij prikkelbaar en introvert wordt. Tijdens een gevecht ontdekt hij dat hij tweehandig is: links heeft hij kracht en met rechts doet hij het fijne werk, zoals schrijven. Het geeft Madocs dualisme weer, dat in het boek knap tot in alle finesses wordt doorgevoerd. De Franse filosoof Emmanuel Levinas noemt dit een ‘levende tegenstrijdigheid’. Eentje die leidt tot ‘een ingrijpende zwenking’ in het levensverhaal van Madoc, die op zijn reis naar Parijs zijn schrijverschap ontdekt. Een ‘omslag van het ridderlijke naar het intellectuele’, waarbij Madoc het geestelijke leven achter zich laat, gelijk opgaand met de metamorfose van Adelina van kasteelvrouwe tot mondaine dame. Hij verdwijnt in gedachten over de relatie tussen filosofie en theologie, bij Aristoteles’ ‘leer van de dubbele waarheid, waarin openbaring en rede zich niet zozeer verzoenen, maar als twee afzonderlijke wegen naar het enige, ware inzicht voeren’.

In Parijs ontmoet Madoc een priester uit Wales die op grond van een nachtelijk droomgezicht van de bard Maelgwn, Madocs herkomst onthult als de kleinzoon van twee koningen: Owain en Madog. De Welshmen verlangen naar een vorst die de strijdende partijen voor eens en voor altijd kort en klein slaat.

Een drama in het Diets

Verder zuidwaarts ontmoet Madoc onderweg Wijchje, die de doopnaam Hadewijch heeft, net zo’n twijfelaar als hij is. Zij zingt Occitaanse liefdesliedjes aan de ene kant en kent de ‘spirituele vervoering van de begijnen’ aan de andere kant. Dat levert zielsverwantschap op. Wanneer hun levens elkaar kruisen, is Madoc op weg naar het zuiden en zij op weg naar het noorden. Hij besluit met haar mee te gaan en trouwt haar. Zij raakt zwanger en verandert ‘in een puur aardse vrouw’. Hun dochtertje sterft kort daarna. Waarna Hadewijch afdrijft ‘naar al te ijle sferen’, naar Antwerpen evertrekt en intreedt in het Begijnenhuis. Madoc wil wraak nemen op het geloof dat hem Hadewijch deed verliezen, en schrijft een drama in het Diets. ‘In een lucide vervoering die in sommige opzichten deed denken aan eenzelfde mystieke extase, als waar Wijchje bij vlagen door werd meegesleept’. 

Behalve in het Diets, schrijft Madoc ook een in het Latijn gesteld dichtwerk Duo Somnia (Twee dromen). Hierin uit hij zich in termen als een openbaring die zich in zijn geest uitstortte, ‘in momenten van luciditeit’. Hij moet voor een schepenbank komen, op verdenking van ongeloof. Daar komt hij tot de synthese tussen zijn oude geloof en nieuwe ongeloof: ‘Mijn geest werd in een dichterlijk visioen geconfronteerd met een profetie waarin de grenzen van de christelijke leer worden overschreden’. Hij wordt veroordeeld ‘wegens buitensporige blasfemie in geschrifte’ en wordt – speling van het lot – ingemetseld gelijk een incluse als zuster Bertken, die de laatste zevenenvijftig jaar van haar leven in een nis in een kerkmuur doorbracht.

Prachtig en actueel boek

Deze roman van Nico Dros kent een meerlagigheid die het boek uittilt boven veel andere historische romans zonder dat de lezer er verstrikt in raakt of het spoor bijster is. Het is – net als De brief voor de koning van Tonke Dragt – zelfs een ware ‘page turner’, al mag zo’n opmerking, die vaak voor een wat populairder boek wordt gebruikt – het prachtige boek van Dros met zijn tot in de finesses uitgewerkt dualisme niet te kort doen.
Ten diepste ontdekt de lezer, hoe actueel het boek is: de weg van Beda tot Madoc (kerkverlating), Beda die in het klooster werd opgevangen, nadat hij als schipbreukeling (bootvluchteling) was aangespoeld, de in het klooster levende, Godvruchtige monnik Elmus, die ook dingen deed ‘waar de kinderen met geen woord over spraken’ (ontucht in de rooms-katholieke kerk). Ook dit ligt er, net als de filosofische achtergronden, niet dik bovenop, maar is er als lezer zelf uit op te maken.

 

Omslag  -
Verschenen bij: Van Oorschot (2021)
ISBN: 9789028223035
582 pagina's

Meer van Els van Swol:

Recent

3 december 2021

De beste hoofdstukken zijn die over herinneringen aan de doden

Over 'Opkomst & ondergang van de Citroën Berlingo' van Jo Komkommer
2 december 2021

Een ontmoeting met grote gevolgen

Over 'De wereld van Italo Svevo' van Rob Luckerhof
1 december 2021

Aangespoord door de biografie van Louis Lehmann

Over 'Wat boven kwam' van Louis Lehman
29 november 2021

Doodsverlangen in een dorp

Over 'Stenen eten' van Koen Caris
26 november 2021

We zijn allemaal vluchtelingen

Over 'Vlieg weg, vlieg weg' van Paulus Hochgatterer

Verwant