10 mei 2017

Duivelskunstenaar

Door Stefan Ruiters

Onlangs kreeg ik van reclamemaker, kunstenaar en boekenverzamelaar Erik Kessels zijn laatste boek cadeau: The Many Lives of Erik Kessels. Zijn veelzijdigheid is jaloersmakend. Hij moet een enorme gedrevenheid hebben om dit allemaal te kunnen bedenken en uitvoeren en daarnaast doodleuk een reclamebureau te runnen, KesselsKramer, gevestigd in een oud nonnenklooster aan de Amsterdamse Lauriergracht. Kessels moet het geheim hebben gevonden om 48 uur in een dag te kunnen stoppen. Wat hij dagelijks en in het echt doet, doe ik in mijn gedachten. Ik ben in gedachten een schilder, beeldhouwer, fotograaf en graficus. In mijn atelier ben ik druk bezig met het maken van litho’s, etsen en houw ik grote blokken steen in rudimentaire vormen die vaag doen denken aan menselijke gedaantes.

Ik kreeg een aantal oude kunsttijdschriften in handen uit het jaar 1985, waaronder het Italiaanse Tema Celeste, waarin afbeeldingen staan van werkende kunstenaars in hun atelier. En de verfspatten knallen van de pagina’s af. Al bladerend, droom ik weg van mijn computer naar een groot, leeg industriegebouw waar het licht van de ramen van boven naar beneden valt op doeken met verse verf op canvas, ui de speakers klinkt de staccato gitaarriffs van metalband Metallica. Het busje staat al klaar waarin de nog druipende serie schilderwerken worden vervoerd naar het bedrijf waar de doeken komen te hangen. Een van de vele opdrachten die ik krijg van bedrijven om hun grote kantoren te behangen met mijn lyrisch-expressieve schilderkunst. Ha! Das war einmal.

Er zijn van die personen die het grote gebaar echt (waar) maken. Kessels dus. Die naast kunstenaar, reclameman, directeur en groot-collectioneur van kunst- en fotoboeken ook nog eens vader van drie kinderen is. Hij doet me denken aan andere – jongens in de kunsten – duivelskunstenaars die niet alleen schilderen en beeldhouwen, maar ook nog muziek maken en gedichten schrijven, zoals Armando. Ook zo’n held.
Aan het einde van de zomer tot in het najaar heeft Kessels in het Duitse Düsseldorf een grote overzichtstentoonstelling, waar alle ruimtes van het gebouw van Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen worden gevuld. Zijn – op gevonden beelden (familiealbums) en fotografie gebaseerde kunst – is een aansporing om, ondanks het bombardement aan info en beelden, juist beter naar die foto’s te kijken. Wat Kessels doet – in de grote gang van de geschiedenis – is het persoonlijke, individuele verhaal laten zien, de toeristen in gekke poses, in zwembaden en op de kermis in een schiettent. Ik ga graag weer naar mijn favoriete land deze herfst en droom nu even verder over een nieuwe serie etsen, op grote platen van 1 bij 1 meter.

 

The Many Lives of Erik Kessels
New York, Aperture, 2017
576 p. Ills. Hardcover in slipcase.

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer