Duits op z’n Grieks

Rimini zien, en dan verloren raken. Als het licht in Rialto aangaat, blijf ik enkele seconden bewegingloos zitten, overweldigd door zoveel. Wat een prachtige en belangrijke film heeft Ulrich Seidl gemaakt. Over een aan lager wal geraakte schlagerzanger, een desolate badplaats in de winter, een pijnlijke vader-dochter-relatie, opgevrolijkt met oude-mensenlust en ingebed in een groter verhaal over Europa, dat door migratiestromen naar een nieuwe samenleving kantelt. Hoofdpersoon Richie Bravo zingt tegen het einde van de film mee met Griechischer Wein, dat bekende lied van Udo Jürgens. Het is Duits op z’n Grieks, of Grieks op z’n Duits. Je hebt Udo Jürgens en Rex Gildo die Duits zingen op Griekse klanken, maar ook Demis Roussos en Vicky Leandros, Grieken die Duits zingen op Griekse klanken – het is de enige schlagervorm waarbij ik met een dikke keel brokken wegslik. 

Terug naar Griechischer Wein van Udo Jürgens, dat lied van weemoed. In mijn debuutroman De wensvader wordt het gespeeld in het verzorgingshuis: ‘De gordijnen dicht, de lichten uit, mevrouw Bosker lag in het blauw van haar televisie waarop Udo Jurgens Griechischer Wein zong.’ En ik had voor het lied een rol bedacht in mijn nieuwe roman, die ook zou gaan over een aan lager wal geraakte schlagerzanger, ik schreef erover in mijn mei-column: ‘Langzaam zak ik dieper, omgeven door al  het kabaal, naar een stilte in mezelf waarin plotseling een onbekende stem spreekt over zijn lange leven als schlagerzanger op een vakantieresort.’ Kan het nog na Rimini?

Luister eens naar deze Schlagertekst. De stad is donker, de zanger stapt een café binnen: 

Da saßen Männer mit braunen
Augen und mit schwarzem Haar
Und aus der Jukebox erklang Musik

In de Nederlandse versie, van Joe Harris uit 1975, wordt met zoveel nadruk verteld over mannen met bruine ogen en zwart haar, dat je onwillekeurig denkt aan een homokroeg. Het zijn echter Griekse gastarbeiders die de vreemdeling welkom heetten. In deze ontmoeting wordt wijn geschonken en het verhaal verteld van achtergebleven echtgenotes, kinderen en families. Het is precies het tegenovergestelde van wat in Rimini gebeurt, waar Afrikaanse vluchtelingen her en der in plukjes buiten in de vrieskou zitten of liggen en de schlagerzanger, de vader, zonder naar zijn medemensen om te kijken over dat verlaten strand van de ene plek naar de andere gaat met in zijn hoofd houtje-touwtje-oplossingen. Hij heeft het lang met zoetgevooisde woorden gered, nu is hij reddeloos verloren. Zijn dochter confronteert hem, waarom liet je mij en mijn moeder in de steek? Zijzelf is op haar beurt op geld uit, niet op een liefdevolle hereniging. Ondertussen leeft zijn eigen vader eenzaam op een gesloten afdeling in een Oostenrijks verzorgingshuis. 

Dezelfde liefdeloosheid herinner ik me uit Renate Rubinsteins echtscheidingsbundel Niets te verliezen en toch bang. Haar man laat haar achter met de woorden dat hij tien jaar ongelukkig is geweest. Zij niet. Wie van ons, zo klinkt haar retorische vraag, heeft nu zijn leven verstierd? Uiteindelijk is Rubinsteins vraag het enige dat werkelijk telt, ondanks dat je er geen enkele pijn door vermijdt. Voor alle mannelijke of vrouwelijke Richie Bravo’s in en buiten Rimini, voor haarzelf, voor ons allemaal. En soms helpt daar een schlager bij. Op z’n Grieks.

 

 


Eric de Rooij schrijft tweewekelijks een column voor Literair Nederland.  Zijn debuutroman De wensvader  verscheen in 2020 bij uitgeverij kleine Uil. Onlangs verscheen zijn tweede roman Augustus.

Meer van Eric de Rooij: