12 juli 2011

Draaikonten & Haatblaffers – Guus Kuijer

Recensie door: Machiel jansen

Recensie door Machiel Jansen

Machiel jansen

 

Is Nederland tolerant of niet? In 2006 verscheen er een artikel  van een aantal sociologen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarin probeerden zij de vraag te beantwoorden of Nederland na de dood van Pim Fortuyn in 2002 minder tolerant was geworden ten opzichte van etnische minderheden. Het antwoord was duidelijk: nee. Volgens het onderzoek was Nederland in de jaren zeventig een stuk minder tolerant dan we nu geneigd zijn te denken. Met de huidige intolerantie tegenover ‘buitenlanders’ valt het ook wel mee: Nederland zit zelfs iets onder het Europees gemiddelde.

Toch bepaalt het idee dat Nederland een tolerant land is heel sterk het beeld dat men van Nederland heeft. En velen denken ook dat we de laatste jaren met z’n allen minder tolerant zijn geworden. Guus Kuijer is zo iemand en hij maakt zich er zorgen over. Zijn boek Haatblaffers & Draaikonten is zowel een pamflet tegen onverdraagzaamheid als een kleine historische studie van Nederlandse tolerantie.

Voor Kuijer begint verdraagzaamheid met twijfel. Wie alles zeker weet en niet durft te twijfelen aan zijn eigen standpunten, is dogmatisch en niet bereid naar anderen te luisteren. De tolerante mens is een wetenschapper, een vriendelijke rationalist die bereid is zijn mening te herzien en zijn fouten toe te geven.

Om die boodschap duidelijk te maken vertelt Kuijer het verhaal van een aantal humanisten uit de zestiende eeuw die immers ernstig begonnen te twijfelen aan eeuwenoude zekerheden die vooral door de katholieke kerk in stand werden gehouden. Hoofdpersoon is de Spaanse humanist Benito Arias Montano (1527–1598), die in de entourage van de hertog van Alva naar Antwerpen kwam om daar zijn tweetalige bijbel te laten drukken.

Aanvankelijk stond Montano pal achter Alva, die in Nederland een einde moest maken aan een opstand en vervolgens een waar schrikbewind begon. Het Spaanse gezag was nu niet bepaald verdraagzaam tegenover anders denkenden, zo maakt Kuijer goed duidelijk. De Inquisitie arresteerde iedereen waarvan men vermoedde dat hij er ketterse ideeën op na hield. Vrouwen liepen het gevaar als heks vervolgd te worden en iedereen van joodse afkomst was meer dan verdacht. Spanje zelf was al enige tijd ‘joden vrij’: in 1492 waren alle Spaanse joden bekeerd, verbannen of vermoord.

De hertog van Alva ging dan ook niet zachtzinnig te werk in de Nederlanden, waar het calvinisme als maar populairder leek te worden. Niet dat de calvinisten nu zo verdraagzaam waren. Net als de fanatieke katholieke Spanjaarden waren er ‘haatblaffers’ onder hen. Kuijer schreef eerder het boek Het doden van een mens over de moord op Miquel Servet door Calvijn. Ook in Draaikonten & Haatblaffers wordt hij niet moe om op de onverdraagzaamheid van fanatieke calvinisten – waaronder Calvijn zelf – te wijzen.

Maar in de Nederlanden zat een flink deel van de bevolking helemaal niet te wachten op een principiële strijd tussen katholieken en protestanten. Oorlog betekende onrust en dat verstoorde de handel. Wie geld wilde verdienen kwam er snel achter dat je meningsverschillen beter niet op de spits kunt drijven. Je zou kunnen beweren dat Nederland toleranter werd omdat dat voor veel mensen economisch aantrekkelijker was.

Maar bij Guus Kuijer tref je een dergelijk argument niet aan. Voor hem is, zoals gezegd, tolerantie onlosmakelijk verbonden aan twijfel en rationaliteit. De humanist Montano is voor Kuijer de beste vertegenwoordiger van de opkomende tolerante gedachte in de zestiende eeuw.

Wanneer deze katholieke Spanjaard in Antwerpen aankomt, staat hij nog pal achter Alva en zijn harde maatregelen. Maar bij de beroemde Antwerpse drukker Plantijn ontmoet hij humanisten, calvinisten en tal van mensen met liberale opvattingen. Hij maakt kennis met andere meningen, argumenten en kan de gevolgen van de Spaanse overheersing met eigen ogen aanschouwen. Dat brengt hem steeds meer aan het twijfelen aan zijn oude Spaanse, katholieke en dogmatische zekerheden. Hij twijfelt en is bereid andersdenkenden te tolereren en hun vervolging te veroordelen. Maar echt openlijk afstand nemen van het Spaanse gezag en de katholieke kerk doet hij niet. Montano is geen held, maar een draaikont die niet altijd zegt wat hij denkt omdat dat hem in de problemen zou kunnen brengen.

De Haarlemmer Dirk Volkertsz. Coornhert was wat dat betreft een stuk moediger. Coornhert moest twee keer vluchten voor zijn leven omdat hij zijn mening iets te nadrukkelijk kenbaar had gemaakt. Eerst waren het de Spanjaarden die hem wegens ketterse ideeën probeerden te vervolgen en daarna was het de geuzenleider Lumey die Coornhert liever dood dan levend zag. De Haarlemmer is met zijn oproep tot verdraagzaamheid een uitzondering voor Kuijer. Misschien dat bewondering voor Coornhert en zijn denkbeelden teveel voor de hand ligt. Kuijer heeft uiteindelijk meer sympathie voor de minder moedige Montano.

Kuijer neemt het op voor de draaikont, diegene die niet principieel is, maar van mening verandert. Draaikonten twijfelen en zijn niet bang ongelijk te hebben en te luisteren naar een ander. Zij zijn bereid van mening te veranderen en dat is in een tolerante samenleving onmisbaar.

Het is vanaf de eerste pagina duidelijk dat Kuijer over het verleden vertelt om iets over het heden duidelijk te kunnen  maken.  Draaikonten en haatblaffers zijn in de huidige politiek ook aan te wijzen en met de vaderlandse geschiedenis als argument probeert Kuijer de draaikont van gisteren en vandaag te rehabiliteren.

Terwijl hij het verhaal van Montano vertelt is Kuijer voortdurend bezig de lijnen naar het heden zichtbaar te maken. Dat is af en toe wat vermoeiend. Liever was ik even alleen gelaten met Montano, Coornhert en andere zestiende eeuwers. Nu blijft Kuijer voortdurend aanwezig en uiteindelijk stoort dat.

Kuijer is scherp, geestig en ironisch maar zijn boodschap dat we het verleden moeten lezen als een les voor het heden ligt er wat mij betreft teveel boven op. Toch moet je bewondering hebben voor de directheid en de enorme energie die van de bladzijden springt. Wie denkt dat dit een saai boek is, heeft het mis. Kuijer heeft een duidelijke opvatting, kan goed vertellen en draait nergens om heen. Zijn recht-voor-zijn-raap benadering zorgt ervoor dat hij soms kort door de bocht gaat, maar echt tenen krommend wordt dat bijna nergens.

Alleen in het laatste hoofdstuk, wanneer het verhaal van de zestiende eeuw al verteld is, schiet Kuijer echt door. Zijn analyse van onverdraagzaamheid in deze tijd, lijkt soms meer ingegeven door ergernis dan rationele overwegingen. Zo noemt hij zes punten waaraan we de intolerante medemens kunnen herkennen: een hekel aan kunst, een wantrouwen in wetenschap… Kuijer noemt geen namen, maar je kunt zo ook wel raden over wie hij het heeft. Juist in die passages had ik Kuijer wel eens wat meer willen zien twijfelen. Vooral omdat hij beweert dat tolerantie voortkomt uit twijfel. Nu blaft hij tegen de haatblaffers terwijl het zoveel beter was geweest als hij als een echte draaikont rationele argumenten had gebruikt.

 

Draaikonten & Haatblaffers (Over de moeizame geboorte van de tolerantiegedachte)
Auteur: Guus Kuijer
Prijs: €17,50
Blz.: 224
Uitgever: Athenaeum-Polak & van Gennep

Draaikonten & Haatblaffers
Guus Kuijer
ISBN: 9789025368463

2 reacties

  • Joost schreef:

    Dank voor een zorgvuldige en informatieve recensie. Alleen je laatste alinea, waar je ingaat tegen Kuijer als die zegt dat je de intolerante medemens kunt herkennen aan ‘een hekel aan kunst en een wantrouwen in de wetenschap’. Dat is toch heel logisch (rationeel te beargumnteren? Wetenschap en kunst zijn immers bij uitstek de domeinen van de twijfel, van het ondergraven van vaststaande meningen en vooringenomen standpunten, van het verkennen van nieuwe mogelijkheden en het opwerpen van gedurfde hypothesen. Draai het eens om: kun je je iemand voorstellen die tolerant is – in algemene zin – maar een categorische yhekel heeft aan kunst en wetenschap?

  • M. Jansen schreef:

    Dag Joost. Ik kan mij in elk geval voorstellen dat er intolerante mensen zijn die geen hekel hebben aan kunst of wetenschap. Bovendien denk ik dat er veel mensen met onverdraagzame trekjes rondlopen die misschien minder om kunst en wetenschap geven maar er geen hekel aan hebben. En er zijn genoeg onverdraagzame kunstliefhebbers en wetenschappers aan te wijzen.

    Kuijer doet in het laatste hoofdstuk een poging om de intolerante mens te karakteriseren. Daarbij vereenvoudigt hij, naar mijn mening, hun motieven. Het deed me denken aan J.B. Charles die ook lijstjes maakte aan de hand waarvan men de fascist kon herkennen. Ik vind Kuijer dat daar te kort door de bocht gaan. Maar het zet wel aan tot denken.





 

Meer van Machiel Jansen:

26 februari 2014

Zoutloze wansmaak

Over 'En dan komen de foto's' van A.H.J. Dautzenberg
29 januari 2014

Parallellen met een hoofdpersoon 

Over 'Te veel geluk' van Alice Munro

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

12 juli 2011

door Machiel Jansen

Over 'Flavius Josephus, Joods geschiedschrijver' van Guus Kuijer
12 juli 2011

Door Margo Zuidema

Over 'Recensie: 'Hoe word ik gelukkig?'' van Guus Kuijer
12 juli 2011

Een portret van kunststad Berlijn

Over 'Wonen tussen de anderen' van Guus Kuijer