7 maart 2017

Dozen vol boeken

Door Stefan Ruiters

Pijnscheuten trekken door mijn schouders. In twee weken tijd vijf boekinkopen gedaan. Ik kocht kunstboeken in Hilversum, aan de rand van de stad, ik rook het bos en de hei. Ik kocht boeken in de Amsterdamse binnenstad, geschiedenis en literatuur. Aan de Kalkmarkt, in een van de oudste delen van de stad, stond ik zwetend boeken te sjouwen onder 17de eeuwse balken. Ik kocht boeken op twee redacties; Filosofie Magazine en New Scientist, ressorterend onder Veen Media. Ze moesten verhuizen naar Utrecht. Of ik even snel duizend boeken kan komen ophalen. In de Houthavens – een opgepimpte havenbuurt – in een sjiek en hip gebouw  waar ook Hugo Boss verblijft, heb ik een paar auto’s vol filosofieboeken en populair-wetenschappelijke edities opgekocht.

Afgelopen weekend werd ik gebeld door Tommy Wieringa. Of ik zo spoedig mogelijk langs kon komen aan de Prinsengracht om de bibliotheek van zijn schoonvader te komen bekijken. Huis verkocht, moet dinsdag leeg. Schoonvader bleek de zoon te zijn van een van de naoorlogse burgemeesters van Amsterdam. Zondagochtend ging ik langs en zag honderden juridische boeken, boeken over de geschiedenis van Amsterdam, kunst- en architectuurboeken. Vooral de kunstboeken vond ik interessant. Ook kreeg ik een stapel boeken van de schrijver zelf mee. Meerdere exemplaren van dezelfde titel – vooral Caesarion – en een aantal luisterboeken. Bleek dat zijn schoonvader naar boekhandel Scheltema of Athenaeum toog om daar de boeken van Tommy op te kopen. Om hem te steunen. Gisteravond haalde ik de boeken op. Omdat ik de auto op een onjuiste plek had neergezet om in te laden, bleek oom agent een prentje uit te hebben geschreven. Ik hoorde de politiemotor de Leidsegracht opgaan toen ik de papieren ‘Aankondiging van strafbeschikking’ ontwaarde onder mijn ruitenwisser. Ai, boete van 90 euro.

Vanochtend was ik bij een architect in ruste. Net binnen de ring in Amsterdam-Noord had hij met zijn vrouw een huis gevonden, komend uit de binnenstad waar geen enkele woning meer betaalbaar bleek. Ik vertelde dat ik hetzelfde had meegemaakt. Nadat ik met nieuwe eigenaren te maken kreeg die het predikaat ‘geldwolven’ met onverschrokken trots dragen, zocht ik naar nieuwe winkelruimte in de stad op een goede en betaalbare locatie. Dat bleek onmogelijk. Waarna ik de sprong  waagde over de ringweg naar het stadsdeel Nieuw-West/ Geuzenveld.
Steeds meer binnenstedelingen kunnen geen nieuwe stap maken zonder een goed gevulde portemonnee. De internationalisering – multi-nationale bedrijven, winkelketens en dus ook veel expats – en een exploderend aantal toeristen – airbnb, local-goods-stores – veranderden de binnenstad in een onbetaalbaar paradijs. Zo ontstaan in de voorheen minder bedeelde stadswijken een nieuwe bevolkingslaag. De vooral import-Amsterdammers die – zoals ze voorheen de Jordaan bevolkten – nu ook naar de tuinbuurten trekken en een deel van de binnenstadse leefstijl meenemen.
Genoeg overpeinzingen, nu weer aan de slag met de tientallen dozen met boeken die staan te wachten om te worden beschreven en te worden verkocht.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer