25 juni 2015

Londen

Nog nooit een zakenman zien huilen

Column door Inge Meijer

Er zat een huilende zakenman in de Overground van Liverpool Street Station naar London Fields. Het was maandagmorgen. Eerder die ochtend had ik met Mijn lief dubbeldekker 242 genomen naar St. Pauls Cathedral maar kwamen daar nooit aan. Er was een ongeluk gebeurd dat ons de doorgang belemmerde, we kwamen niet verder dan Liverpool Street. Nog weer eerder die ochtend hadden we ontbeten in het appartement van Onze Zoon met een restje soep van de vorige avond. Onze Zoon ging te voet en met een fototoestel op pad door Hackney terwijl wij de dubbeldekker namen naar St. Pauls Cathedral. We zaten in de dubbeldekker van bovenaf Londenaren te observeren die zo druk met zich zelf bezig waren dat ze niet merkten hoe druk het was. Toen zei Mijn lief dat we stil stonden. We waren halverwege naar waar we op weg waren, maar stonden al een tijdje stil. Ik keek om me heen en zag voor zover ik kijken kon, een lange rode keten van dubbeldekkers door de straat slingeren. Alles stond stil. We stapten uit en de buschauffeur zei: ‘I’m sorry.’

We liepen onbezorgd wat rond want hadden genoeg brood bij ons voor de hele dag. Ons bezoek aan Tate Modern, een lange wandeling langs de Thames konden we nu wel vergeten. Terwijl we door de brede straten liepen, kruisten grijs/wit/zwart geklede zakenmannen, die soms een papier of map in de hand hielden maar bijna altijd een beker koffie, telkens ons pad. Het begon te regenen. We besloten op dat moment de Overground te nemen naar London Fields om op Broadway Market in Hackney, waar Onze zoon in de buurt woont, een koffie te gaan drinken.

Toen kwam ik in dezelfde Overground te zitten waar ook de huilende zakenman, waarvan ik een paar keer dacht dat het Joris Luyendijk was, maar vond hem daarvoor dan toch weer te fors en te stevig, had plaats genomen. Hij was ongeveer midden dertig en was aan het telefoneren. Zoals zakenmannen dat gewoon zijn. Ik grabbelde in mijn tas naar een potlood om iets waaraan ik dacht en waarvan ik bang was het te vergeten, op te schrijven. De trein naderde juist een station en minderde vaart. Ik hoorde hoe de zakenman die soms op Joris Luyendijk leek en soms niet, met een prettige stem zei: ‘In about 20 minutes I’ll be there.’ En toen leek het opeens alsof hij zijn adem inhield. Het leek alsof ik hem steeds had horen ademen en dat dat nu wegviel. Als het suizen in verwarmingsbuizen, wat je pas opmerkt als ze stil vallen. Hij bleef de mobiel tegen zijn oor gedrukt houden en kneedde met een hopeloos wrijvende hand de fronzen uit zijn voorhoofd. Toen zag ik hoe een schokkende snik hem ontsnapte. Zijn gezicht opgepropt van het huilen dat hij niet wilde laten gaan maar wat toch moest gebeuren. Niemand scheen het te merken maar ik zag het.

We bereikten onze bestemming en liepen door het park van London Fields naar Broadway Market. Daar was het rustig. Er zat daar een vrouw in de etalage van een Arabische bakker. Ze zat op de grond aan een laag tafeltje waaronder ze haar benen gestoken had en rolde met een dunne stok, type steel voor kinderbezem, geroutineerd het deeg tot een perfecte ronde, dunne pizza. Onverstoorbare handelingen die door niemand leken te worden opgemerkt. Ze zat daar in die etalage zoals ze bovenaan dit stukje op de foto staat. Ze zat er uren lang en rolde geroutineerd het deeg uit waarmee ze een toren van pizza’s bouwde. Ze zag niet dat ik naar haar keek, maar ik keek en zag haar.

 

Recent

15 november 2017

Een portret in stukjes

Literair Nederland - 10 jaar geleden

19 november 2007

Net niet spannend genoeg
Door Fatima Bajja

Het lijkt alsof Sylvia Houweling alles heeft wat haar hartje begeert. Ze is getrouwd met Eddie Kronenburg, heeft twee kinderen en woont in een prachtig huis in Amsterdam-Zuid. Toch is het allemaal niet zo mooi als het lijkt. Eddie werkt namelijk in de onderwereld, hij is verantwoordelijk voor het transport van drugs.

Lees meer