Doeschka Meijsing

Doeschka (Maria Johanna) Meijsing (1947 – 2012) was romanschrijfster. Haar werk wordt gerekend tot de Revisor-stijl, waarin een helder en goed gestructureerd verhaal centraal staat.

Meijsing werd in 1947 in Eindhoven geboren, ze is de oudere zus van schrijver Geerten Meijsing en filosofe Monica Meijsing. Ze groeide op in Haarlem en ging daar naar het gymnasium. Na het gymnasium studeerde ze Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Amsterdam. Hierna werkte ze achtereenvolgens als leraar op een middelbare school, docent aan de Universiteit van Amsterdam en als criticus en schrijver voor verschillende weekbladen.
Haar eerste verhaal verscheen in het literaire tijdschrift Podium en in 1974 debuteerde ze met de verhalenbundel De hanen en andere verhalen. Haar eerste kleine roman Robinson verscheen in 1976.

In 1980 volgde een tweede roman: Tijger, Tijger! die bekroond werd met de Multatuli-prijs. Ze bleef verhalen publiceren in onder meer Podium en De Revisor. Haar proza werd in die tijd samen met dat van tijdgenoten als Dirk Ayelt Kooiman, Frans Kellendonk en Nicolaas Matsier geschaard onder het kopje ‘Revisor- of Academisch proza’, kortweg samen te vatten als proza van en voor (literatuur)wetenschappers. Hoewel deze term intussen allang weer achterhaald is, klopt het wel dat Meijsing veel speelde met het werk van haar grote voorbeelden Flaubert, Joyce, Borges, Nabokov en Gombrowicz. In haar werk valt een zeker intellectualisme te bespeuren, wat haar romans en verhalen tot voer voor professoren en studenten maakte.

Na Tijger, Tijger! volgden in de jaren tachtig de romans Utopia of De geschiedenissen van Thomas en Beer en Jager. Meijsing schreef in een zeer bedachtzame stijl, geen woord lijkt willekeurig gekozen. Haar verhalen laten zich op meer dan alleen verhaalniveau lezen, ze doen geconstrueerd aan, echter zonder dat ze onleesbaar worden. Haar personages hebben, met name in haar vroege werk, meestal een wat vage identiteit, en zijn soms zelfs naamloos. Vanaf De beproeving (1990) krijgen de hoofdfiguren wat meer reliëf en psychologische diepgang.

Links:
www.dbnl.nl
In memoriam van Doeschka Meijsing.

Bibliografie:

  • De hanen en andere verhalen (1974)
  • Robinson (1976)
  • De kat achterna (1977)
  • Tijger, tijger! (1980)
  • Utopia of De geschiedenissen van Thomas (1982)
  • Zwaluwen en Augustein (1982)
  • Ik ben niet in Haarlem geboren (1985)
  • Paard Heer Mantel (1986)
  • Beer en jager (1987)
  • Hoe verliefd is de toeschouwer? (1988)
  • De beproeving (1990)
  • Vuur en zijde (1992)
  • Beste vriend (1994)
  • De angstige waakhond (1996)
  • De weg naar Caviano (1996)
  • De tweede man (2000)
  • 100% chemie (2002)
  • Moord en doodslag (2005) (samen met Geerten Meijsing)
  • De eerste jaren (2007)
  • Over de liefde (2008)

Prijzen

  • 1981 Multatuli-prijs voor Tijger, tijger!
  • 1997 Annie Romein-prijs voor gehele oeuvre
  • 2003 Tzumprijs voor de beste literaire zin. De bekroonde zin komt uit de roman 100% chemie: ‘Wij mochten op vrije zaterdagmiddagen bij louche verkopers minachtend tegen de banden schoppen, terwijl mijn vader onder de motorkap keek of de problemen die zich zouden kunnen voordoen met touw waren op te lossen.’

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

16 oktober 2009

Over Engelse en Tasmaanse hartstocht

De Tasmaanse Flanagan noemt dit boek geen historische roman, maar hij liet zich wel ínspireren door bepaalde personen en gebeurtenissen uit het verleden, zoals Charles Dickens en een verdwenen pool-expeditie van John Franklin. Het verhaal speelt zich behalve in Londen af op de eilanden rond en op Tasmanië in de tijd van de kolonisatie en de kerstening van de Aboriginals (1850).
Hoofdpersoon van de tweede verhaallijn is het meisje Mathinna, dochter van een stamhoofd, die door de regent Robinson wordt gekaapt, nadat een eerdere verzoeningstocht op niets is uitgelopen.

Lees meer