Dode zwaan en het meisje

We vierden sinterklaas. Onze vier  kinderen, waarvan twee met hun kinderen, waren vanuit verschillende delen van het land gekomen. Oudste dochter gaf me het boek, Ik nog wel van jou van Elke Geurts, dat ik in de zomer had uitgeleend, terug. We waren er beiden enthousiast over, hoe goed het in elkaar zat. Er is een scène die ik nog geregeld voor me zie. Nadat mijn dochter het over de man had gehad die niet verder wil, maar ook niet vertrekt, noemde ik de dode zwaan op de voetgangersbrug. Oh jaaa, knikte dochter. Hoe dat kleine meisje, ging ik verder, met een dode zwaan in haar armen op die voetgangersbrug staat. De blik van dochter wazigde ietwat. Ik zei, die zwaan die tegen de reling was gecrasht? De mistflarden en hoe heftig het meisje reageert op de dode zwaan? Hmm, zei dochter. Ik beschreef de lange witte zwanenhals, hoe die vanuit de armen van het meisje omlaag bungelde. Dochter volgde me niet meer. Ik zag het aan haar blik. En er moest ook koffie, chocolademelk geschonken worden.

Later vroeg ik me af of er wel sprake was van mist. Er was op dat punt in het verhaal wel veel in nevelen gehuld voor de vrouw. En die dode zwaan verwijst naar het uiteenvallen van iets, (zes jaar later het gezin). Ik denk aan W.F. Hermans, die zei dat er ‘bij wijze van spreken geen mus’ zonder enige betekenis van het dak mocht vallen. Dan is de betekenis van een neergestorte zwaan immens. Het kleine meisje wordt intens geraakt door het lot van de zwaan. Ik pak nu het boek er bij voor ik nog meer verzin wat er niet staat.

Op bladzijde drieënveertig staat dat het stralend mooi weer is. Mannen lopen in bermuda’s, kinderen op slippers. Vader, moeder, baby en het meisje wandelden over IJburg, vinden de dode zwaan op de voetgangersbrug. ‘Het was ondraaglijk om naar zijn witte veren te kijken, de zon die erop weerkaatste, zoals op verse sneeuw.’ Het verhaal wil dat ook het zwanenvrouwtje, dat haar man zocht, tegen de reling van de brug vloog, stierf. Nergens iets over een meisje dat de zwaan droeg.

Haar nieuwste boek, Wie is die vrouw? gaat over de ontdekking dat ex-man al jarenlang een relatie met een ander had op het moment dat hij zei, ‘Ik hou niet meer van jou’. Waarop het boek, Ik nog wel van jou ontstond. Kort na verschijning daarvan verneemt ze dat hij dus al jaren vreemd ging. ‘Ik had het heus wel kúnnen bedenken.’ schrijft ze. ‘Maar tot aan dat moment zou ik mijn leven ervoor hebben durven geven, en dat van mijn kinderen, dat het niet zo was gegaan.’ Voor het verhaal lijkt het onzinnig dit bedrog openbaar te maken, het is mosterd na de maaltijd. Zij  stelt voor dat hij haar de komende jaren regelmatig een doosje goede wijn stuurt en het er dan niet meer over hebben. ‘De volgende dag al werden er drie dozen goede wijn bezorgd. De weg was weer vrij. We gingen verder.’

Maar sommige dingen laten zich niet afkopen. Er moet geschreven worden (dit boek gaat ook over schrijven). De bedrogen vrouw schrijft zich toe naar een vrouw die op zichzelf bestaat. ‘De mist tussen mij en de wereld trok (…) op.’ Geurts speelt met verschillende stijlvormen, versies van eenzelfde gebeuren. Alles om te onderzoeken hoe het had kunnen gaan, waar die vrouw toch was toen de dingen plaatsvonden. Geweldig boek!

 

 


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over het snijvlak waar literatuur en het leven elkaar raken.

Meer van Inge Meijer: