5 juli 2019

Dichteres aan de kade

Fotosynthese door Evert Woutersen

Aan de IJsselkade in Zutphen staat sinds augustus vorig jaar een bronzen standbeeld van dichteres Ida Gerhardt (1905-1997). Het staat op het punt waar IJssel en Berkel samenkomen. Beeldhouwster Herma Schellingerhoudt maakte het slechts 1.65 meter hoge beeld. In De Stentor van 31 augustus wordt José van der Donk, secretaresse van Gerhardt, geciteerd. Zij vindt dat Schellingerhoudt haar goed getroffen heeft. ‘Ik herkende haar al toen ik alleen nog maar de rug zag, met die regenjas.’  De kenmerkende bril van Gerhardt heeft Schellingerhoudt afgebeeld als een soort vooruitstekende wenkbrauw. Mooi hoe zij Gerhardt in ‘brons vereeuwigd’ heeft. Toen de beeldhouwster in 2017 de opdracht kreeg voor het maken van het beeld, zei burgemeester Annemieke Vermeulen: ‘De betekenis van Ida Gerhardt voor onze stad is groot. Ze heeft de stad identiteit en kleur gegeven. Zutphen, Gerhardt en haar gedichten worden sterk met elkaar geassocieerd. Het beeld is een uiting van waardering en een waardevolle toevoeging aan de IJsselkade en Zutphen.’

Op de kademuur achter het beeld van Gerhardt staat een van haar dichtregels: Er stond een kind op de kade. Het is afkomstig uit de laatste strofe van het gedicht Het schip. Het gedicht luidt als volgt:

‘Er kwam een schip gevaren;
het kwam van Lobith terug,
met grint en rivierzand geladen.
Het richtte zijn boeg naar de brug.

De scheepsbel was helder te horen,
de brugwachter kwam al in zicht;
een halfuurslag viel van de toren.
Het schip voer door schaduw en licht.

Met boegbeeld en naam kwam het nader,
de ophaalbrug ging omhoog;
een deining liep door het water
dat tegen de schoeiing bewoog.

Er stond een kind op de kade
-ik was het, ik was nog klein-
het had niets meer nodig op aarde
om volkomen gelukkig te zijn.’

Gerhardt schreef over deze Hanzestad ook eens de zin ‘Hoezeer heeft deze kleine stad allure’. Op meerdere gevels in Zutphen zijn teksten van haar te vinden. Ze werd geboren in Gorichem en overleed in Warnsveld. Waarom staat haar standbeeld dan in Zutphen? Wat was haar speciale band met de stad? Was zij ‘volkomen gelukkig’ in Zutphen?

Het antwoord is te vinden in de bundel Dolen en dromen uit 1980, over o.a. een herfstwandeling in Zutphen en langs de IJssel. Bij de presentatie van de bundel zei Gerhardt: ‘Dolen en Dromen’ is geen hommage aan Zutphen, ondanks mijn gehechtheid aan deze stad; en evenmin een hommage aan een harer burgers. /…/ Het gedicht gaat over een wijze van ervaren die de mens soms – bij hoge uitzondering – ten deel mag vallen: het bekende en vertrouwde opent zich voor hem. Het onthult zijn wonderen en verborgen samenhangen en geeft nochtans zijn laatste geheimenis niet prijs.’

Deze ervaring beschrijft ze in het betreffende gedicht als volgt: ‘Anderhalf etmaal ben ik omgegaan / -mijzelf ontkomen, eindelijk mijzelf- / dolend en dromend in een kleine stad, / waar àlles stem kreeg, àlles open ging. / Steeds wetend: zó kan het maar / éénmaal zijn’.

Het was om deze mystieke ervaring dat Ida Gerhardt van Zutphen en de IJssel hield. De stad Zuthpen is trots op deze dichteres. Met het bronzen beeld, de teksten in de stad en de speciale Ida Gerhardt wandelingen wordt de herinnering aan haar én haar poëzie levend gehouden.

 

Foto: Evert Woutersen

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

12 augustus 2009

Oma was de sterkste van allemaal

In Couscous op zondag vertelt Khadija Arib bevlogen en betrokken over haar jeugd in Marokko, haar komst naar Nederland, de confrontatie met de Nederlandse cultuur en wat dit voor haar persoonlijk en beroepsmatig betekent.

Deze familiegeschiedenis begint met Khadija’s jeugd bij haar moeder en oma in een volkswijk in Casablanca, Marokko waar de gemeenschap erg betrokken is met elkaars wel en wee.

Lees meer