Dichter J.W. Oerlemans

Door Stefan Ruiters

We kennen allemaal de grote namen Achterberg, Gerhardt, Bloem, Vasalis, Slauerhoff, noem ze maar op. Die moeten we lezen en blijven lezen, helemaal terecht. Mijn aandacht blijft toch vaker haken bij de wat onbekendere namen. Toen ik begon met studeren en echt begon met lezen, las ik juist de debuten van Nederlandse schrijvers in plaats van de grote Couperus, Reve of Haasse. Het antiquariaat waar ik wekelijks kwam, legde zelfs de nieuwste titels op de toonbank voor me klaar.

Poëzie die me raakt is meestal de poëzie over afstand, nostalgie, het onbereikbare, de omgang met dat wat verdwenen is, het proberen te vangen van een moment. De dichter J.W. Oerlemans (1926-2011) is een dichter die al een jaar of 20 in mijn buurt verkeert, althans zijn woorden dan.

Al werkend nemen wij, de antiquaren, veel boeken in onze handen die we vooral financieel en af en toe geestelijk waarderen. Die roman zet ik voor een tientje in de winkel en die dichtbundel neem ik even mee naar huis om te lezen. Zo ging dat ook met Oerlemans, tijdens zijn leven historicus. Ik kreeg zijn bundel In de neerslachtige polder en elders (Bert Bakker, 1976) onder ogen, las een gedicht en raakte geïntrigeerd door de sensitieve beschrijving van wat ons omringt en onze omgang met elkaar en de verglijdende tijd. Oerlemans dicht over het mogelijke, onzichtbaar nabije, het vervliegen van momenten en het langzame besef van verlies. Een van zijn mooiste gedichten vind ik ‘Sporen’:

De drempel schittert nog van jouw voet
er is nog vocht in de gang
van jouw jas en iets van nevel
is tegen de deur gebleven

Zoals ik nu in het boek Complot tegen Amerika van Philip Roth een historische parabel lees van de politieke realiteit van nu – waar ik niet bepaald rustig van slaap – zo kom ik in de gedichten van Oerlemans gelukkig tot rust.

Nou, nog eentje dan:

Vannacht heeft zij de aarde getekend
op de achterkant
van een groot stuk wit papier
er staan geen mensen op
of andere dingen
alleen de ademhaling van de aarde
en het neerstorten
van het licht.

De zachte dimensie van het poëtische woord prefereer ik verre boven de harde realiteit van het politieke woord.

 

Uit: Dichtbundel Balsem (Herik, 2000)

 

 

Recent

23 november 2020

De binnenstaander

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 november 2010

Verwondering in de marge

Het waait veel in de nieuwe dichtbundel Kanttekeningen van Bernlef.
De wind trekt ergens doorheen, slaat een huisdeur dicht of heeft alle tijd van de wereld.
In het eerste gedicht De Eeuwigheid tekent Bernlef met een mooie paradox de vergankelijkheid van een beschaving door de niet aflatende krachten van de wind: ‘De huidige vloer van ingedikte schapenstront / wacht op de volgende ronde van de wind / die geen rustplaats vindt maar doorknaagt tot ook /de laatste steen met de grond gelijkgemaakt zal zijn.’

De dichter wijdt 52 gedichten aan uiteenlopende begrippen als godsdienst, blues, schuld, droom, of abstracter: het toeval en de werkelijkheid en voorziet ze van commentaar.

Lees meer