Dichter des Vaderlands 2019 – 2021 – Poëzie is het begin van een gesprek

door Ingrid van der Graaf

Tsead Bruinja (1974) wordt vanavond in de Balie in Amsterdam officieel benoemd tot Dichter des Vaderlands en volgt hiermee Ester Naomi Perquin op, die de afgelopen twee jaar deze functie vervulde. Tien jaar geleden, toen de Dichter des Vaderlands nog publiekelijk gekozen werd, deed Bruinja al een gooi om als eerste dit ambt te bekleden. Toen koos het publiek met 3000 stemmen voor Gerrit Komrij (1944-2012). Komrij vervulde deze functie tot 2004.

Als Dichter des Vaderlands zal Tsead Bruinja de komende twee jaar de vinger aan de pols van de Nederlandse samenleving houden en optreden als ambassadeur van de poëzie. Een Dichter des Vaderlands is niet verplicht iets te schrijven, al moet er wel zes keer per jaar een gedicht van zijn/haar hand verschijnen. Die dan vervolgens worden gepubliceerd in de NRC.

Tsead Bruinja (1974) is een in Friesland geboren en in Amsterdam wonende dichter. Hij publiceert in het Fries en Nederlands, of tweetalig, zoals zijn laatste bundel: Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok (2018).

In zijn eerste interview na de bekendmaking van zijn op handen zijnde benoeming in de NRC liet Bruinja weten dat hij de menselijke kant van een zaak wil belichten, de nuance wil zoeken. ‘Maar’, zegt hij in datzelfde interview: ’ik moet ook ruimte hebben om boos te zijn – en dan misschien ongelijk te krijgen. … dat is óók een stem in de samenleving. De publieke ruimte is een ontmoetingsplaats van uiteenlopende, uitgesproken meningen.’

Volgens de benoemingscommissie is Bruinja ‘een dichter die in eerlijke, eenvoudige woorden zowel gevoelig als scherp kan zijn, die een inval of anekdote tot gedicht kan verheffen en rauwheid en lyriek afwisselt’. Daarbij is Bruinja ‘een bevlogen ambassadeur voor de poëzie in de breedste zin: als bloemlezer, performer op podia en in de media, organisator van evenementen en aanjager van kruisbestuivingen met andere kunstvormen. Hij beweegt in zijn vaak geëngageerde dichterschap moeiteloos tussen binnenwereld en buitenwijk – en waar het wel moeite kost, levert dat spannende poëzie op.’

En dat is waar dit ambt, sinds de benoeming van Ramsey Nasr, om vraagt: maatschappelijk geëngageerd zijn om de vele lagen van een volk te kunnen benaderen. Dat is Tsead Bruinja wel toevertrouwd.
De dichter was amper benoemd of schreef al een gedicht voor het volk en …, nee, niet vaderland. Hierbij:

 

voor volk en moederland

nederland je gaf mij een dubbele tong
en vruchtbare grond waar ik tuintegels overheen leg
ik zwoer dat ik de hark en spade in de schuur zou laten
maar nu zie ik overal onkruid
straks moet ik nog ondergronds
om het met wortel en tak uit te roeien

nederland ik ben niet tegen je gepolder bestand
je heupen zouden alles kunnen oplossen
maar ze zitten op slot

nederland so what als de grond verzakt onder onze voeten
ik balanceer al jaren tussen hier en de overkant
en zie ze daar niet veel anders doen
er is ruimte op de dansvloer
en zijn manden van beschaving
waar we samen doorheen kunnen vallen

liefste bankiereklier mijn o vosselijn pass me die kruiwagen aub
er is een schuldberg die we moeten voeden
ik spuug in mijn handen en duw hem
in het zweet jouws aanschijns een mestvaalt op
en bedel gedwee om een hypotheek

nederland je gaf ons en de wereld waterwerken
baggeraars bruggen en bordeeleigenaren die bonnetjes schrijven
waarop ze hun onderneming een brasserie noemen
je bent mijn brea bûter en griene tsiis
my favourite slippery motherfucker ben je
en dat pakken ze ons nooit meer af

nederland ik ga van je vaderland een moederland maken
op de operatietafel met jou en je grote paddenstoel

het mes erin                   we gaan ruimte maken

ik zeg katsjing tegen je kassa nederland
samen laten wij ons de nagelkaas mooi niet van het brood eten
ik ga je een grote dienst bewijzen door te slapen met een ander
misschien moet leeuwarden je hoofdstad blijven en ga ik vlaanderen bezetten
dat vuurtje tussen ons gaat anders in een klap uit

nederland sluit je bordelen en maak je liefde gratis
pleur een paar bruggen over die middellandse zee en breid je helpdesk uit
ik wil de mensen wel te woord staan

nederland waarom kijk je zo sip
als ik je achterlijke zelfbeeld niet omarm
niemand wil een misogyne homofobe racist genoemd worden
waarom wil jij dat dan zo graag zijn?

nederland ik wil nooit je ex zijn
misschien word ik ooit je bruid

 

De benoemingscommissie bestond uit Arie Boomsma (bloemlezer en presentator), Radna Fabias (dichter), Eva Gerlach (dichter), Menno Hartman (Poëzieclub), Marije Koens (organisator poëzie-evenementen), Feline Steekstra (Poetry International) en Thomas de Veen (NRC).

 

‘Poëzie is het begin van een gesprek’ (uit: Nooit meer slapen Radio 1)
Kijk op Dichter des Vaderlands voor verschillende (radio) interviews met Tsead Bruinja.

Foto: Tessa Posthuma de Boer

Recent

11 december 2019

De dromende dichter

Literair Nederland - 10 jaar geleden

14 december 2009

door Karel Wasch

Eindelijk is er dan een biografie over Johnny van Doorn (1944 – 1991). Hoe men ook over hem moge denken, dat hij een unieke plaats inneemt in de Nederlandse literatuur staat buiten kijf. De titel verwijst naar een libretto, dat zelden werd opgevoerd maar dat door Van Doorn van tekst werd voorzien.

Opgegroeid in een burgerlijk milieu in Arnhem in de vroege jaren vijftig ontworstelt hij zich aan school, wordt afgekeurd voor militaire dienst, ontloopt een eventuele baantjescarrière en kiest voor een vlucht naar voren.

Lees meer