Deze prijs is een compliment aan de Roemeense letteren en een kroon op mijn werk

Interview door Ingrid van der Graaf

Vertaler en schrijver Jan Willem Bos (1954) vertaalde meer dan vijfentwintig romans, verhalen- en poëziebundels uit het Roemeens. Ook publiceerde hij talloze artikelen, schreef enkele nonfictie-boeken over Roemenië en maakte woordenboeken Roemeens-Nederlands en Nederlands-Roemeens. Voor zijn hele vertaaloeuvre ontvangt Jan Willem Bos deze week de Martinus Nijhoff Vertaalprijs, een prijs die door het Prins Bernard Cultuurfonds al sinds 1955 wordt uitgereikt. Literair Nederland sprak met de gelauwerd vertaler en omdat deze in het buitenland verbleef, gebeurde dit via een mailwisseling.

Het bekendste en belangrijkste werk van Jan Willem Bos als literair vertaler is het drieluik Orbitor (Verblindend) van Mircea Cărtărescu. Drie onderling samenhangende romans die verschenen onder de titels De wetenden (2010), De trofee (2012) en Het onmetelijk mausoleum (2015). De jury van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs was het unaniem eens met de keuze van Jan Willem Bos als winnaar en meende: ‘Met de trilogie heeft niet alleen de schrijver zelf, maar ook zijn Nederlandse vertaler een kroon op zijn werk gezet.’


Waar bevindt u zich op dit moment, bent u voor de literatuur op reis?

Indirect wel… Ik verblijf met mijn echtgenote aan de Costa Brava, waar we een maandje overwinteren om in alle rust te schrijven, te lezen en te vertalen. We mogen daar gebruik maken van het huis van Steinar Lone, de vertaler van onder andere Mircea Cărtărescu’s werk in het Noors.

Wat was uw reactie toen u hoorde dat deze vertaalprijs u werd toegekend, was het een prijs die u begeerde?

Ik ben natuurlijk enorm verguld om de Martinus Nijhoff Vertaalprijs te krijgen, de ‘prijs der prijzen’ voor een literaire vertaler zoals een collega het noemde. Het is een geweldig blijk van erkenning en waardering voor mijn hele loopbaan en dat kan ik niet anders dan zeer bevredigend betitelen. Ik zou het niet zo stellen dat het een prijs is die ik begeerde, maar wel eentje van de categorie ‘zou het niet geweldig zijn als…’ Tijdens een boekenavond in de bibliotheek van het Letterenfonds op 27 november 2018, waar ik met andere boekenliefhebbers van gedachten wisselde over de door mij vertaalde roman Sinds tweeduizend jaar van Mihail Sebastian, stond juryvoorzitter Maarten Asscher op en begon allerlei buitengewoon vriendelijke dingen over mij te vertellen. Ergens halverwege zijn toespraak viel bij mij het muntje. Dat er vervolgens iemand achter mij verscheen met een dienblad met glazen champagne, kwam zeer goed uit, ik kon op dat moment wel een borrel gebruiken.

Wat betekent deze prijs voor u en voor de Roemeense literatuur?

De jury noemde in het verkorte rapport mijn vertaling van de 1480 bladzijden lange trilogie Orbitor van Mircea Cărtărescu de kroon op mijn werk, maar ik hoop dat er nog vele kronen en kroontjes volgen, ondersteund door de stimulans die deze prijs absoluut is. Ik ben van mening dat de Roemeense literatuur nog veel moois te bieden heeft en meen dat deze prijs ook een compliment aan de Roemeense letteren in het geheel is.


Sinds 1981 bent u vertaler, was de politieke situatie in
die jaren aanleiding om Roemeense literatuur te gaan vertalen: ofwel wat heeft u gewonnen voor de Roemeense literatuur?

Nee, ik kan niet zeggen dat de communistische dictatuur een reden is geweest om Roemeense literatuur te gaan vertalen. Wel is het zo dat de Roemeense literatuur, die heel interessant is, van mij een literatuurliefhebber heeft gemaakt. En vanuit mijn belangstelling en liefde voor die literatuur kwam ook de behoefte om deze te delen met anderen. Zo ben ik al in mijn studententijd begonnen Roemeense literatuur – in eerste instantie gedichten en korte verhalen – te vertalen. Dankzij mijn toenmalige professor, Sorin Alexandrescu, heb ik contact gekregen met uitgeverij Meulenhoff, waar mijn eerste vertalingen zijn verschenen. Vanuit diezelfde wens om ‘mijn Roemenië’ met anderen te delen, heb ik ook zelf veel over het land geschreven, een handvol boeken en zo’n honderdvijftig artikelen.

Dat maakt nieuwsgierig naar wat het was dat u wilde delen, wat maakte Roemeense schrijvers voor u zo interessant, wat was de klik? Veel van de huidige schrijvers komen voort uit een dictatuur, direct of indirect.

Toen ik Roemeens begon te studeren, aan het begin van de jaren zeventig, bestond de dictatuur zo’n dertig jaar. Dat betekent dat er twee eeuwen Roemeense literatuur was van voor die tijd – en dan heb ik het nog niet eens over de periode van dooi tijdens de jaren zestig. Bovendien zijn er ook tijdens de jaren van het communisme, censuur of niet, prachtige boeken geschreven, die nog steeds waardevol zijn. Er was een belangrijke bloeiperiode van Roemeense literatuur aan het einde van de negentiende eeuw en ook de periode tussen de twee wereldoorlogen was voor de letteren heel rijk. Ik dook in de Roemeense literatuur als onderdeel van mijn ontdekkingsreis naar Roemenië – geschiedenis, cultuur, stedelijk leven, boerencultuur, enzovoort. En die ontdekkingsreis heeft geen eindbestemming.

Wat was uw eerste kennismaking met de Roemeense literatuur, welk boek, welke schrijver?

Ik las tijdens mijn studententijd – en herlees soms ook – met veel plezier de romans uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Sommige daarvan zijn ook in die jaren in het Nederlands verschenen (vertaald via een andere taal, het Duits of het Frans), zoals Răscoala van Liviu Rebreanu, vertaald als Opstand der boeren. Een van mijn favorieten was Patul lui Procust (Het Procrustesbed) van Camil Petrescu, dat ik ettelijke malen heb herlezen.

Roemenië werdlange tijd toch wel als het zwarte schaap van de Oost-Europese literatuur gezien. Nog steeds is deze niet zeer bekend maar vorig jaar werd Sinds tweeduizend jaar van Mihail Sebastian in de Schwob Leesclub besproken. Zijn dat ontwikkelingen waar u blij mee bent en is er nu meer vraag (door uitgevers) naar Roemeense literatuur?

Dat de Roemeense literatuur het ‘zwarte schaap’ is, zou ik niet voor mijn rekening nemen, maar ik kan niet ontkennen dat ze nog onvoldoende is doorgebroken. Er zijn wel de nodige successen te noteren, die mijn medestrijder voor de Roemeense literatuur Jan Mysjkin en ik hebben geboekt. Jan vertaalde de afgelopen jaren de briljante romans van Max Blecher (1909-1938) in het Nederlands en ik heb zelf ook succes gehad met de trilogie Orbitor [De Bezige Bij] van Mircea Cărtărescu. De eerste twee delen werden genomineerd voor de Europese Literatuurprijs. Ook het in 2016 bij Pegasus verschenen Boek der fluisteringen van Varujan Vosganian is zeer lovend besproken in de pers en ik heb begrepen dat de derde druk ervan bijna is uitverkocht. Dit boek, een semi-autobiografische roman gebaseerd op de familiegeschiedenis van de Armeens-Roemeense Vosganian, is een echte aanrader. Ook het succes van Sebastian is zeer verheugend. Ik hoop natuurlijk dat deze successen – plus het feit dat de Martinus Nijhoff Vertaalprijs aan mij is toegekend – meer uitgevers over de streep zal trekken.

U heeft zo’n vijfentwintig romans uit het Roemeens vertaald, waren er lastige vertalingen bij? Ik denk aan titels waarvan de auteurs niet meer leven om ze te kunnen raadplegen, zoals met uw laatste vertaling van Mihail Sebastian.

Eigenlijk zijn alle romans lastig om te vertalen, omdat je bij ieder werk de juiste toon moet zien te treffen, maar natuurlijk bieden bepaalde boeken meer uitdagingen dan andere. Hoewel het werk van bijvoorbeeld Cărtărescu heel lastig te vertalen is, heb ik hem maar een paar dingen gevraagd, en dan ging het bijna altijd over zogeheten realia, elementen uit de wereld waarin het verhaal zich afspeelde die bij mij niet bekend waren – bijvoorbeeld een verwijzing naar het werk van een dichter. De moeilijkheid ligt eigenlijk eerder – en dat is zo bij alle vertalingen die ik heb mogen doen – in het Nederlands dan in het Roemeens. Eenvoudig gezegd: ik weet wat er in het origineel staat, maar hoe zet ik dat om in het Nederlands? Sebastian lijkt bij eerste lezing geen moeilijke tekst en ook niet moeilijk om te vertalen, maar ik moet toegeven dat ik er enorm in heb zitten knoeien. Zelfs nadat de persklaarmaker van de Bezige Bij de tekst had bekeken, en helemaal geen onaardige dingen over mijn vertaling zei, heb ik hem toch nog een keer helemaal kritisch bekeken en veel dingen veranderd. Mijn grootste probleem is het vertalen van dialect en, bijvoorbeeld, boerentaal. Ik kan geen Moldavisch boerendialect in het Drents omzetten. Niet alleen ken ik, als Amsterdammer van huis uit, geen Drents of welk Nederlands dialect dan ook, maar het eindresultaat kan nooit bevredigend zijn omdat ieder dialect van een andere taal én in een ander land volledig andere gevoelswaarden heeft.

De meest internationaal bekende Roemeense schrijver van dit moment is Mircea Cărtărescu. Heeft u een jonge Roemeense schrijver op het oog die hem kan evenaren?

Er zijn veel jonge en oudere jongere schrijvers in Roemenië – en niet te vergeten in Moldavië – die heel interessante boeken schrijven, maar ik zou geen naam durven noemen van iemand van de jongere generatie die echt boven zijn of haar collega’s uitsteekt. Het kost een paar jaar om een goed boek te schrijven, en die zijn er gelukkig volop, maar het neemt een heel schrijversleven in beslag een goed oeuvre op te bouwen. Soms zijn er ook jonge schrijvers die een prachtig boek schrijven en dan valt het volgende werk weer wat tegen. Ik vind dat bijvoorbeeld Dan Lungu (geb. 1969), Filip Florian (1967), Bogdan Suceava (1969) en Lucian Dan Teodorovici (1975) een Nederlands publiek verdienen. Deze zijn allemaal wel in, onder andere het Frans, Duits en het Engels vertaald, maar wachten nog op een geïnteresseerde Nederlandse uitgeverij.

U heeft ook woordenboeken Roemeens-Nederlands en Nederlands-Roemeens gemaakt. Was dit omdat bestaande woordenboeken niet voldeden voor een literair vertaler?

Er waren eigenlijk helemaal geen woordenboeken voor het Roemeens, afgezien van een paar kleine zakwoordenboeken, en zeker geen vertaalwoordenboeken. Het Nederlands-Roemeens woordenboek is voortgekomen uit een initiatief van de Taalunie en het VU om woordenboeken te maken voor middelgrote Europese talen waarvoor in Nederland geen goede tweetalige woordenboeken bestonden: Roemeens, Hongaars, Grieks, Deens, Servisch, Pools… Ik maakte deel uit van het team dat uiteindelijk het Nederlands-Roemeens woordenboek heeft samengesteld. Omdat het project, om allerlei redenen, moeizaam verliep en het niet duidelijk was of er ooit nog een tweede deel, het Roemeens-Nederlandse deel, zou komen, ben ik daar toen zelf mee begonnen, gewapend met de ervaring en de kennis die ik had opgedaan bij het werk aan het eerste deel. Beide delen zijn toen bij uitgeverij Pegasus verschenen. Ik heb wel voor de grap gezegd dat ik het Roemeens-Nederlands woordenboek heb gemaakt omdat ik het nodig had bij mijn vertaalwerk, maar het is eigenlijk wel een beetje waar.

Sinds kort bestaat er een vertaaltijdschrift, PLUK dat een podium biedt aan pas afgestudeerde vertalers. Hieruit blijkt dat jonge vertalers staan te trappelen om aan de slag te gaan. (Hoewel er nog geen Roemeense vertaling in heeft gestaan, bedenk ik me nu.)

Ik ken het tijdschrift en de mensen die er met zoveel inzet aan werken en weet ook dat er wel vooruitzichten zijn voor de publicatie van een Roemeense vertaling op de korte termijn. Er waren eigenlijk geen opvolgers in zicht voor Jan Mysjkin en ondergetekende, maar sinds kort hebben we een jong talent ontdekt dat heeft aangegeven belangstelling te hebben voor het vertalen van Roemeense literatuur en de eerste stappen in die richting heeft gezet. Het vergt natuurlijk een enorme inzet om daarmee aan de slag te gaan, want je moet niet alleen goed Roemeens kennen, het is onontbeerlijk dat je ook de Roemeense literatuur kent en dat je ook Roemenië kent. Het vertalen van literatuur is een uitdaging maar is tegelijkertijd zeer bevredigend en het biedt je de kans om diep door te dringen in een andere cultuur.

 

Noot: De uitreiking van de Vertaalprijs is donderdag 7 maart, met aansluitend een speciale vertaalavond. Daarbij zal ook de Roemeense schrijver Mircea Cărtărescu aanwezig zijn.

De Martinus Nijhoff Vertaalprijs is een Cultuurfondsprijs en werd al aan zo’n negentig vertalers uitgereikt, waaronder ook vertalers die de Nederlandse literatuur (Jan Wolkers, Harry Mulish en Annie M.G. Schmidt) naar een andere taal vertaalden. In 1955 was Aleida G. Schot de eerste die voor haar vertalingen van onder meer Poesjkin, Toergenjev, Lermontov, Gogol, Tsjechov de Martinus Nijhoff Vertaalprijs ontving. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 35.000 euro.

Vertalingen van Jan Willem Bos

Foto: Jan Dirk van der Burg

 

Recent

17 juni 2019

Schuldig kinderspel

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 juli 2009

Op naar de anarchistische vrijstaat

Het derde deel van het Verzameld Werk van Louis Paul Boon ? dat 24 delen zal tellen ? handelt geheel over de roman Vergeten straat die kort na de oorlog werd gepubliceerd. Behalve het verhaal zelf bevat het ook een uitgebreid nawoord, een tekstverantwoording, een bibliografie en noten.

Het is interessant om in het nawoord, dat uit het L.P.Boon-documentatiecentrum komt, te lezen hoe dit boek tot stand gekomen is. De optimistische thematiek moest eigenlijk neergezet worden in een tweede deel van Abel Gholaerts, maar onder invloed van vrienden uit het verzet koos Boon voor een aparte roman.

Lees meer