Derde Man Syndroom

De eerste keer dat ik de stemmen hoorde, was toen ik ’s morgens mijn tanden poetste. Ik stond nergens speciaal aan te denken, toen ik me er ineens van bewust werd dat er mensen aan het praten waren. Luid maar niet duidelijk, zodat ik niet kon verstaan waar ze het over hadden. Het klonk alsof er verschillende mensen in een drukke conversatie gemengd waren en ze spraken allemaal tegelijk. Toen in de dagen daarna de stemmen bleven spreken elke keer als ik mijn tanden poetste, ging ik naar de dokter. Hij vertelde me dat ik misschien leed aan tinnitus, waarbij je een geluid hoort zonder dat er een geluidsbron aanwezig is. Later las ik over de ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton: toen hij op zijn Antarctische expeditie was, dacht hij dat er nog iemand aanwezig was naast hemzelf en twee groepsleden: ‘Gedurende die lange en uitputtende mars van 36 uur over naamloze bergen en gletsjers van Zuid-Georgia leek het vaak alsof we met zijn vieren waren en niet met drie.’ Dit zogenoemde Derde Man Syndroom wordt verklaard als een ‘gecultiveerd innerlijk karakter’ in tijden van trauma en afzien.

Ook Gerrit Achterberg moet het verschijnsel ervaren hebben, zij het op een iets andere manier:

‘Ik kwam in ’t park de jachtopziener tegen
en vroeg hem naar de stand van het roodwild.
Hij draaide er om heen en trok verlegen
met een schoenpunt raadsels in het grint.
Ik was hem sinds zijn aanstelling genegen
en hij mij wederkerig goedgezind.
Waarom werd ik opeens geheel ontsteld
of hij reeds maanden iets had doodgezwegen?
Er is er dikwijls één meer dan ik tel
zei hij bezorgd en keek me in de ogen.
Waanzin en waarheid lagen in de zijne
voortdurend voor elkander te verschijnen.
De bomen stonden naar ons toegebogen.
Toen klonk ginds op het huis de etensbel.’

Als ik mag kiezen, dan prefereer ik de verklaring van de Derde Man Factor boven die van de tinnitus, hoewel het woord een mooie klank heeft en me doet denken aan het ‘tintinnabulum’ van de componist Arvo Pärt. Als geen van de verklaringen voldoet, dan zal ik aan iets veel ergers moeten gaan denken. Daarom heb ik er van afgezien om mijn tanden ’s avonds te poetsen wanneer ik naar bed ga, om de stemmen te vermijden voor ik ga slapen. Het wordt dus óf de psychiater óf de tandarts die ik een bezoek moet brengen.

 

Afbeelding: Ernest Henry Shackleton


Hettie Marzak is poëzierecensent bij Literair Nederland en een groot lezer.