De zomerboeken van Evert Woutersen

Zomerlezen

Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

Evert Woutersen gaat deze zomer de volgende vijf boeken lezen:
Bart Chabot, Mijn vaders hand, en Hartritme van Chabot
Kazuo Ishiguro, Klara en de zon
Tamsin Calidas, Ik ben een eiland
Esther Verhoef, De nachtdienst

‘Bart Chabot schrijft aan een driedelige roman-biografie, over zijn jeugd en een vader met losse handen. Chabot zei daarover: ‘Mijn vader was een carrièreman en hij kreeg een zoon die niet wilde deugen en zich tegen conventies verzette. Met
terugwerkende kracht heb ik wel bewondering gekregen voor dat kind, dat het allemaal overleefde.’ Hartritme gaat over de
vriendschap met Herman Brood, Jules Deelder en Martin Bril. ‘Vriendschappen met drie mannen zorgden voor inspiratie en aanmoediging.’ Zijn ouders en vrienden leven niet meer, ik ben benieuwd hoe hij hen tot leven brengt in deze romans. Klara en de zon wil ik lezen omdat ik nooit iets van deze Nobelprijswinnaar heb gelezen. Tamsin Calidas schrijft over het roer omgooien. Ze verhuist van London naar een boerderij op een Schots eiland. Zelf droom je daar wel eens van, maar zet nooit door. Benieuwd hoe het haar vergaat, of ze zich daar gaat thuisvoelen. In een interview zei ze: ‘Het leven is een primitief touwtrekken tussen erbij horen en ontworteld raken.’ Tot slot de nieuwe Esther Verhoef, (‘Een mysterieuze patiënt verstoort je nachtdienst.’), zij stelt nooit teleur, en een spannend boek tijdens de vakantie is altijd fijn!’

 

Lees hier meer over Evert Woutersen.

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.