De zomerboeken van Els van Swol

Zomerlezen

Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

Els van Swol gaat tijdens de zomer  de volgende boeken lezen: 

Willem Jan Otten – De Om
Damon Galgut – De belofte
Sasja Janssen – Virgula
Philo van Alexandrië – De schepping van de wereld

 ‘De Om ga ik lezen omdat ik tijdens de pandemie verslingerd ben geraakt aan niet alleen wandelen, maar ook aan de serie ‘Terloops’ van Van Oorschot. Als het even kan loop ik de routes in Nederland na. De route van Willem Jan Otten in De Om gaat rond de Sloterplas in Amsterdam-Osdorp. De belofte van Damon Galgut kreeg ik van Literair Nederland ter recensie. Het boek speelt in Zuid-Afrika, en dat sluit prachtig aan bij een ander uitstapje: naar de expositie met werk van de Zuid-Afrikaanse schilder Deborah Poynton in het Drents Museum.  Op reis gaat ook altijd een dichtbundel mee. Dit keer Virgula (komma) van Sasja Janssen. Ik las er een lovende recensie over van Alfred Schaffer en besloot de bundel meteen te kopen; zo kunnen recensies dus uitwerken. Nog een boek van een uitgever wiens uitgaven ik volg: De schepping van de wereld van Philo van Alexandrië in een vertaling van Albert-Kees Geljon. Deze ga ik lezen ter voorbereiding van een cursus in het najaar.’

 

Lees hier meer over Els van Swol

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.