De wereld van Biesheuvel


Het was het nieuws van de week; de relatie tussen Rusland en het Westen heeft een ‘nieuw’ dieptepunt bereikt. Een bericht waarvan ik in een flits dacht dat dit zo’n bericht is waarin een wereldramp verborgen zit. Een Derde Wereldoorlog, of iets van nucleaire aard. Zo’n bericht waarin je achteraf het onheil voorspeld zag. Achteraf, als de tekenen makkelijk te traceren zijn. Dan kun je zeggen: ‘Ja, in dat bericht van 27 maart 2018, werd het al aangegeven’. Beter is zulke flitsen te negeren, je zou er nog gek van worden. Want zo lezend, zie je elke ochtend tekenen over het teloorgaan van de wereld. Je moet het ook niet dramatiseren. De krant als routineus onderdeel van het ochtendgebeuren zien. Waarna we overgaan tot de orde van de dag en wereldnieuws wordt teruggebracht tot het halen van je trein, een afspraak bij de tandarts, boodschappenlijstje voor het avondeten, een vergadering, de was afhalen en ’s avonds gewoon op de bank.

Niet dat mij nooit de gedachte bekruipt dat ik iets zou moeten doen, dat ik in actie moet komen. De barricaden op, met mijn handen als een trechter voor mijn mond gaan staan roepen; ‘En nu is het afgelopen! Hup, iedereen twee vluchtelingen in huis. Er komt een verbod op lege logeerkamers. Stop dat gezeur over statiegeld op plastic flessen. Laat ze in de schappen staan zodat ook de winkeliers beseffen dat ze die niet meer hoeven in te kopen. Wat moet dat ook, de hele dag uit flessen lurken terwijl een groot deel van de mensheid verpietert in opvangkampen en niet eens elke dag een paar schone sokken heeft om aan te trekken. Het moet maar eens afgelopen zijn. Begrepen!?’
Maar ik vrees dat ik voor dovemans oren en goedgelovigen (die enkel mompelen, ‘Alles komt goed’) zal staan te roepen. Er is niets zo moeilijk als mensen te overtuigen dat het roer om moet, en wel allemaal tegelijk, zodat het effect onafwendbaar ten goede zal komen aan de mensheid.

Nou ja, ik spring niet op de barricaden maar denk wel, De wereld moet beter worden, zoals een verhaal van Maarten Biesheuvel getiteld is. Waarin hij zijn psychiater probeert te overtuigen dat hij zelf de enige is die het juiste ziet, de tekenen van de tijd herkent en dat daar naar gehandeld dient te worden: ‘U bent een vreselijke dokter, u bent een dokter die er niets van begrijpt, u zijn de Tekenen niet gegeven. (…) u zegt maar steeds dat dat idee van mij om de wereld beter te maken een ziekte is, gelooft u dat nu zelf ook? hoe kan iemand die de wereld beter wil maken ziek zijn? Zotteklap! Dan was Schweitzer ook ziek, dan was Mozes ziek, dan waren de oprichters van het Rode Kruis tijdens de Krimoorlog ziek, wat denkt u eigenlijk wel?’

Ik begeef me graag in de verhalen van wereldverbeteraar Biesheuvel. En wat lijkt het dan eenvoudig, zo achteraf bezien.

 

Citaat uit: Verzameld werk J.M.A. Biesheuvel (deel 1, p. 447)


Inge Meijer is een pseudoniem en wil dat wel zo houden. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

 

 

 

Meer van Inge Meijer: