22 oktober 2013

De weg van alle vlees – Samuel Butler

Schrikwekkende kindertijd in een gelukkig gezin

Recensie door Adri Altink

Als hoofdpersoon Ernest Pontifex op 6 september 1835 wordt geboren, zijn we in De weg van alle vlees van Samuel Butler al op pagina 88. Maar de lezer heeft zich in de lange aanloop allerminst verveeld. Met nietsontziende ironie is dan al het milieu geschetst waarin de jongen ter wereld komt: de Victoriaanse zeden, de strenge kerkelijke moraal en de hypocrisie waaronder zijn opa en vader ook al gebukt gingen.

Timmermanszoon George, de opa van Ernest, werkte zich op tot de enige eigenaar van een uitgeverij van stichtelijke lectuur en peperde zijn kinderen vooral in wat hun opvoeding hem wel niet kostte. Zijn zoon Theobald wordt er het slachtoffer van als hij tegen het einde van zijn opleiding besluit dat het predikantschap toch niet is waar hij de rest van zijn leven aan wil spenderen. Maar tegen de druk van zijn ‘liefhebbende’ vader, die immers al zoveel geld aan zijn studie heeft uitgegeven, kan hij niet op. Hij wordt toch voorganger. Met zijn vrouw Christina krijgt hij drie kinderen, waaronder Ernest.
Diens eerste bewuste kennismaking met zijn vader – ‘nog voor hij kon kruipen’- zijn straffen, bestaande uit pakken slaag of andere vernederingen. En zijn moeder vereert haar man, die volgens haar voorbestemd is om het te schoppen tot bisschop (we hebben het over de Anglicaanse kerk). We zijn in het boek dan al een filosofische beschouwing gepasseerd over de dood: is die niet vergelijkbaar met de pijnlijke passage van het embryo naar het aardse leven? Stel je het leven in omgekeerde richting voor: hoe zou het zijn om weer een embryo te worden? ‘Bestaat er een gruwelijker dood dan de geboorte? Of een schrikwekkender levensavond dan een kindertijd in een gelukkig, eendrachtig, godvrezend gezin?’

De geciteerde passage is overigens één van de ‘rehabilitaties’ die door de vertaalster zijn toegepast. Toen Butler (1835-1903) zijn roman in 1884 af had, durfde hij hem niet uit te geven. Hij kwam pas een jaar na zijn dood uit, maar wel nadat een aantal tekstgedeeltes om uiteenlopende redenen (waaronder de lange tenen van de kerk) waren geschrapt. Die vervallen stukken werden in een Penguinuitgave uit 1966 als noten vermeld en zijn in de Nederlandse vertaling weer in de tekst opgenomen.

Butler was gezegend met wat wij een open mind zouden noemen. Hij had een brede belangstelling, hield erg van Händel en de klassieke en eigentijdse literatuur en was zeer geïnteresseerd in de evolutietheorie van Darwin en de opkomst van de psychoanalyse. Dat is in De weg van alle vlees te merken. Het wemelt van de citaten uit de Bijbel, uit de grote teksten van de klassieke Oudheid tot aan Butlers eigen tijd, en uit werken van Händel. Het prominentst natuurlijk in de titel van het boek (De weg van alle vlees is een synoniem voor sterven, samengesteld uit woorden van 1 Koningen en Jesaja). Butler verweeft ze zo knap in zijn eigen vertelling dat je voortdurend voelt hoezeer het leven van Ernest in die traditie staat. Een fraai voorbeeld daarvan is het begin van hoofdstuk 41 waarin Ernest op het matje moet komen bij zijn vader om een flinke uitbrander te krijgen: ‘Lang voordat Ernest in de eetkamer aankwam, had zijn onheil voorspellend hart hem al verteld dat hij de gevolgen van zijn zonden zou ondervinden.’ Dankzij het uitstekende notenapparaat achter in de roman weten we dat ‘het onheil voorspellend hart’ ontleend is aan Romeo en Julia van Shakespeare en ‘dat hij de gevolgen van zijn zonden zou ondervinden’ aan het Bijbelboek Numeri.

Een andere keuze van Butler die goed werkt, is dat het relaas van Ernest wordt verteld door zijn peetvader en latere vriend Edward Overton. Deze wat vaag blijvende figuur heeft het leven van Ernest in zijn jeugdjaren van zo’n afstand gevolgd dat hij zijn kennis over hem zogenaamd moet opdoen uit herinneringen, brieven en gesprekken van betrokkenen. Dat maakt dat ook de zwakke kanten van zijn ‘held’ worden beschreven. Daardoor kan deze geschiedenis vol spot en ironie zijn zonder dat hij afglijdt naar het karikaturale.

Is de jeugd van Ernest thuis niet om te harden, toch zoekt hij de schuld daarvoor vooral bij zichzelf: hij is zondig, houdt te weinig van zijn ouders en heeft een bijzonder lage eigendunk.
Dat verandert als hij op kostschool terecht komt. Dan komen de eerste scheuren in de vanzelfsprekendheid van het ouderlijk gezag. De terreur van zijn vader weet zich over ruim 60 kilometer (de afstand tussen zijn ouderlijk huis en de kostschool) uit te strekken. Hij voelt de eerste rebellie tegen zijn vader opkomen. Aanvankelijk denkt hij nog zijn hart vrij te kunnen uitstorten bij zijn moeder in het besef dat een brandschoon geweten van levensbelang is. Tot hij ontdekt dat zij alles doorbrieft aan zijn vader. ‘Mijn moeders geweten zwijgt nooit’, vertelt Ernest een medeleerling, ‘het kletst aan een stuk door.’

Een bijna Dickensiaans verteld incident met de huishoudster Ellen doet hem beseffen dat hij zelfs een afkeer van zijn ouders heeft. Toch is hij vooral nog schuldbewust als hij op school meewerkt aan de verbranding van een getekend portret van zijn vader.

Voor een werkelijke opstand tegen zijn ouders is Ernest nog te week. Geheel volgens hun wens gaat hij in Cambridge theologie studeren en raakt daar in de ban van een predikant die in een preek over de roeping van de apostel Paulus zijn toehoorders maant alles op te geven voor God. Butler verwoordt zijn strijd humorvol: ‘Ernest voelde dat het keerpunt in zijn leven nu was gekomen. Hij zou alles voor Christus opgeven – zelfs zijn tabak.’ Maar ’s avonds is de verleiding te groot en bedenkt hij dat tabak, welbeschouwd, in dezelfde categorie valt als thee en koffie. De twijfel mondt uit in een bijna hilarische passage waarin Butler laat zien hoe de gelovigen zich door drogredenen en hypocrisie laten leiden:

Dat kon Ernest niet loochenen, en hij erkende dat Paulus de tabak, als hij van het bestaan had geweten, vrijwel zeker in onomwonden taal zou hebben verboden. Misbruikte hij deze apostel dan niet op een vrij goedkope manier door zich op het ontbreken van zijn verbod te verlaten? Anderzijds kon God hebben geweten dat Paulus roken zou verbieden, en de ontdekking van tabak daarom opzettelijk hebben laten plaatsvinden in een tijd waarin Paulus niet meer zou leven. Dat leek misschien onrechtvaardig tegenover Paulus, in acht genomen wat hij allemaal voor het christendom had gedaan, maar zou hem op andere wijze worden vergoed.
Deze gedachten overtuigden Ernest ervan dat hij uiteindelijk toch beter kon blijven roken (…) Alles met mate, dacht hij, ook deugdzaamheid; dus die avond rookte hij onmatig.

Het is intussen duidelijk geworden dat Ernest door zijn opvoeding een slappeling is geworden. Hij voelt zich snel de mindere van iemand en bij keuzes laat hij zich, zoals hiervoor door de predikant in Cambridge, steeds leiden door figuren die hem imponeren. Dat gebeurt ook als hij na ‘Cambridge’ besluit hulppriester te worden in een armenbuurt in Londen. Daar blijkt hij gemakkelijk manipuleerbaar door een collega, die hem bovendien financieel plundert. Als hij zich over zijnkeuzes niet goed uitpakken, zoekt hij de schuld bij zichzelf: hij heeft niet goed geluisterd, hij werkt niet hard genoeg, hij geeft niet voldoende op voor Christus. Butler schrijft het allemaal erg geestig op, zoals het moment dat Ernest begint te twijfelen aan het effect van zijn werk onder de armen: ‘De samenleving was volkomen ontwricht, en in plaats van het als een vervloekt corvee te zien dat hij ertoe was voorbestemd die te genezen, vond hij zichzelf geknipt voor deze taak en popelde hij om aan de slag te gaan, alleen wist hij niet goed hoe te beginnen, want het begin dat hij (…) had gemaakt [hij heeft een vrouw een shilling gegeven], gaf geen uitzicht op grote ontwikkelingen.’

De grote kentering komt als hij in het ongure kosthuis waarin hij woont wordt gearresteerd op de verdenking dat hij een eveneens inwonende prostituee, die hij met de beste priesterlijke bedoelingen had benaderd, wordt gearresteerd. Hij ervaart de zes maanden gevangenis – hoe paradoxaal – als een bevrijding; een verlossing van de dwang van het christelijke geloof. In de roerige tijd die volgt kruisen personen uit zijn jeugd, soms wel erg ongeloofwaardig, opnieuw zijn pad.
Hij leert dat hij zijn verleden niet kan uitgummen, maar ook dat hij een keuze heeft: ‘Ik zal leven zoals ik dat graag wil, niet zoals anderen graag zouden willen dat ik leef.’

Gelouterd door verschillende manieren om zijn bestaan invulling te geven komt hij uiteindelijk tot schrijven. Zijn boeken maken hem niet populair, maar hij is overtuigd van zijn nieuwe inzicht: er is geen geloof dat verheven is boven een ander of zelfs boven niet-geloven, zolang we proberen te doen wat in rationeel opzicht goed is. Uiteindelijk kan hij op basis van die gedachte zelfs zijn ouders weer onder ogen komen.

 

 

 

 

 

De weg van alle vlees
Samuel Butler
Verschenen bij: Van Oorschot
ISBN: 9789028241947
250 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Adri Altink:

9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
25 juli 2017

Een Limburgse Rémi

Over 'De dagen' van Frans Budé
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed

Recent

22 augustus 2017

Variabele verhalen in prettige stijl geschreven

Over 'Astronaut' van Pieter Kranenborg
17 augustus 2017

Vergeefse strijd heeft een mooie bundel opgeleverd

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

Verwant

22 oktober 2013

Observaties met een anekdotisch karakter

Over 'Winesburg, Ohio' van Samuel Butler
22 oktober 2013

Vier volstrekt eenzame vrienden

Over 'Grip' van Samuel Butler