Ik liep deze Cinekid Week door de stad met de tweeling kleindochters aan de hand. We gingen naar het filmhuis aan de IJssel waar Hola Frida draaide. We praten over Frida Kahlo, (dat ze echt heeft geleefd, of er popcorn zou zijn). We passeerden een spandoek waarop ‘Jezus houdt van jou’ stond. En even was ik terug in de jaren zeventig. Toen ik door liefdesverdriet door de stad doolde. Want de jongen die leefde op de teksten van Leonard Cohen en Boudewijn de Groot, met wie ik naar concerten ging, de nachten doordanste, de eerste was waarmee ik samenwoonde, met wie ik meubels van houten groentekistjes maakte, die enkel ‘wilde samenwonen met een zwart geklede schone’, had een ander.
Ontredderd over de eindigheid der dingen ging ik toen de stad. Waar uit het niets, (want door tranen vertroebelde blik) als een zwerm muggen, mij de woorden, ‘Jesus loves you, Jesus loves you’, werden toegefluisterd. Ik dacht, goddank, er is er een die van me houdt. Het was de jaren dat de film Jesus Christ draaide. Ik adoreerde Ted Neeley die voor Jezus speelde. Ik was bereid me in de armen van wie of wat dan ook te werpen. Maar deed het niet. Ach, dat zwelgen in verdriet.
En dan weer een lief zien te vinden. Ik las erover in Ik ontmoette een man. Een grappig (lees het nog eens, en zie dat het ook een pijnlijk) boekje over liefde is. Over misverstanden (talrijke) tussen man en vrouw in kleine vertellingen. Een bonte verzameling mannen (zoveel typen, zoveel liefdes) met de schrijfster als uitgangspunt. Mannen waar ze mee samenwoonde. Onbereikbare mannen, een man waar ze naar verlangde, een die zich opdrong, een die ze ontmoette in het OV, een die haar verkeerd begreep, een die wel wilde maar niet durfde, een waar ze ruzie mee maakte. Dat was degene waar ze van hield (je maakt nu eenmaal ruzie met de man waar je van houd). Die man vond het niet leuk dat zij ging huilen als ze ruzie hadden. Zij beloofde dat niet meer te doen. Ging het voortaan zo, als de ruzie voorbij was ,‘ging de man naar bed en liet mij achter in de huiskamer, waar ik nog een uurtje ging huilen.’ Zo zijn vrouwen (vertel mij wat).
Het zijn vermakelijke verslagen van man – vrouw verhoudingen. Waarin teleurstellingen, verlangens, misverstanden en ondernemingslust in de liefde spelen. Eerst is het vooral komisch, door de stijl die licht cabaretachtig is. Lees het nog eens, dan proef je bittere tonen, iets verlorens ook, wel mooi. Hoe al die verhalen samen een verhaal van liefde vormen. Er loopt zelfs, haast onzichtbaar verweven, een fijne draad van ware liefde (ja,ja, die bestaat) doorheen. Je vermoedt een liefde voor een en dezelfde man.
‘Ik ontmoette een lieve man. We sliepen in zijn huis, en in de ochtend ging hij naar zijn werk. Ik gaf hem een kus en zwaaide hem uit. ‘Blijf zolang je wilt’, had hij gezegd. ‘Gewoon de deur achter je dichttrekken.’
Nog in mijn pyjama draaide ik me om op de drempel, en ging het huis weer binnen. Voorzichtig betrad ik kamers die ik nog niet eerder had gezien. Overal kunst. Overal boeken. Romans in vier talen, wetenschappelijke verhandelingen, geschiedenisboeken, biografieën, vakliteratuur.
De angst sloeg mij om het hart.’
Dat als iets van geluk zich aandient, de angst je om het hart slaat. Dat je ruzie maakt met degene van wie je houdt. Dat liefde een ding is met haken en ogen. Een belofte is, ja, zeg het maar. Belofte maakt schuld, angst dat die niet ingelost wordt. Overdenkingen (en veel meer) die ontstaan bij het lezen van deze ontmoetingen. Ze vertellen meer dan er staat, en dat is een kunst.
Na de film zei een van de tweelingmeisjes dat ze tekenfilms platte films vond. Dat ze bij Hola Frida al snel geen tekeningen meer zag, maar een verhaal waarin ze meeging. Dat ook dat het verhaal van liefde is, je moet er in meegaan.
Ik ontmoette een man / Gerrie Hondius / De Vergulde Snuitbeer, (jubileumuitgave) 2025
(in 2010 verschenen bij Uitgeverij Contact)
Inge Meijer schrijft op het vlak waar literatuur en het leven elkaar raken.













