8 februari 2010

De tweede ruimte (POD) – J. Bernlef

Er staan geen bomen in het park!

Door Rein Swart

In deze inspirerende essays, die voor een groot deel eerder in Raster verschenen, brengt Bernlef een hele rits buitenlandse dichters hernieuwd onder de aandacht. Het is alsof je naar Dode dichters almanak zit te kijken, de marathonuitzendingen die de VPRO eens in de zoveel tijd op het scherm brengt en die fascinerend zijn omdat er zoveel verschillende stemmen achter elkaar klinken, zoals die van de Amerikaanse Elisabeth Bischop bijvoorbeeld, die in deze bundel ook aan de orde komt. Ze staat haar mannetje te midden van een zeer divers gezelschap van allerlei mannelijke Europese en Amerikaanse dichters. Wetenschappelijk aangelegde poëten zoals de door Bernlef bewonderde Fransman Ponge treden zij aan zij op met surrealisten als Eluard. Bernlef levert daarbij ook nog een boeiend commentaar.

De tweede ruimte is volgens hem de speelruimte tussen werkelijkheid en taal, die ruimte biedt voor fantasie en voor andere mogelijkheden dan een reeks waarheidsgetrouwe feiten. In zijn jeugd kwam hij erachter dat veralgemeniseringen zoals ‘de bomen in het park’ niet in staat waren het unieke te vangen.

‘Ik werd mij steeds bewuster van het oppervlakkige karakter van het taalgebruik om mij heen. De tweede ruimte dijde steeds verder uit tot er zich een nieuw talig universum in mijn hoofd gevormd had, een stelsel van fijngevoelige woorddendrieten die voortdurend naar nieuwe expressiemogelijkheden in de taal zochten. Die tweede ruimte was de geboortegrond van de poëzie en daar wilde ik wonen.’

Buitenlandse poëzie is het stiefkindje in de literatuur, omdat het vertalen tijdrovend werk is en het nauwelijks mogelijk is het origineel te kopiëren. Bernlef leent zijn oor aan andere vertalers zoals Guus Luijters en Peter Nijmeijer, niet om te kijken wie het beste vertaalt, maar om iets van elkaar te leren. Ook is hij niet terughoudend in zijn kritiek. De avant-gardisten in een bundel van Luijters moeten het ontgelden. Halverwege zijn eigen boek valt hij heftig uit tegen Lloyd Haft die een psalm lelijk vertaalde. Dat soort uitweidingen maken deze bundel een genot om te lezen, ook voor mensen aan wie poëzie niet zo gauw besteed is.

Bernlef gaat in op hermetische poëzie en op prozagedichten, die door de getormenteerde Rimbaud werden aangegrepen om verschillende stemmen tegelijk te kunnen laten klinken en door Aloysius Bertrand om net als een schilder verschillende taferelen naast elkaar te kunnen afbeelden.

Tenslotte volgen essays over Zweedse dichters, die Bernlef zelf vertaalde en met wie hij een grote affiniteit heeft.

Gustafsson is iemand die net als Bernlef in het gedicht Oorsprong het ‘ik’ problematiseert. Beiden stellen zich de vraag waar gedichten eigenlijk vandaan komen en concluderen, net als Rimbaud al deed (in dichtbundels die verwerkt zijn tot ‘Ik is een ander’), dat de persoonlijkheid maar een deel is van onze totale aanwezigheid. Gustafsson schreef ook een roman met de hoofdpersoon Arenander, dat in het Zweeds ‘is een ander’ betekent.

De Zweed Tranströmer is van belang vanwege zijn esthetische ontvankelijkheid. Toen Bernlef eens bij hem op bezoek was, wees Tranströmer op een oude boom waar hij een ober in zag.

‘De onderbewuste werkelijkheid die in zijn gedichten vaak ter sprake komt (hij heeft opvallend veel gedichten geschreven over de momenten vlak voor het inslapen en vlak na het ontwaken), heeft meer te maken met het besef dat ons wakende ik maar een deel van ons bestaan uitmaakt en dat wij een belangrijk deel van ons leven in anonieme toestand doorbrengen. Het is Tranströmer erom te doen de momenten waarop het bewustzijn met die anonimiteit, die bij hem vaak gelijkstaat aan de natuur, in contact treedt in beelden te verhelderen.’

Als tegenwicht tegen al deze volwassen woorden volgt hier begin en einde van het gedicht De Bokking van de excentrieke Charles Cros:

Er was een grote witte muur ? kaal, kaal, kaal,
Tegen de muur een ladder ? hoog, hoog, hoog,
En op de grond een bokking ? hard, hard, hard,

 (…)

 Geschreven heb ik dit ? simpele, simpele, simpele,
Verhaal om ze kwaad te maken ? de ernstige, ernstige, ernstige,
Mensen en om te vermaken de kinderen ? klein, klein, klein.

De tweede ruimte is voor Literair Nederland ook gerecenseerd door Albert Hogeweij.

 

De tweede ruimte (POD)
J. Bernlef
over poëzie Essays
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789021437415
144 pagina's
Prijs: € 14,99

Meer van :

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro

Recent

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic
12 september 2017

Belcampo revisited

Over 'Verrassing' van Etgar Keret
11 september 2017

Fraai verzorgde biografie over een moeilijk mens

Over 'Willem Kloos 1859-1938' van Peter Janzen ; Frans Oerlemans
7 september 2017

Goed geschreven geschiedenis met individueel geluid

Over 'Bitterdagen' van Peter Lenssen

Verwant