11 mei 2016

Hongerjaren – Mohamed Choukri

De strijd om het bestaan in koloniaal Marokko

Recensie door Reinier van Houwelingen

Ik kan niet met een kristallen pen schrijven. Voor mij is schrijven een protest, geen parade’ (Mohamed Choukri).

Het verhaal achter het ontstaan van het autobiografische debuut van de Marokkaanse schrijver Choukri is opmerkelijk genoeg om er even bij stil te staan. Hij schreef het boek in 1973 op aandringen van de Amerikaanse emigrant Paul Bowles. Samen zetten ze de Arabische tekst gelijktijdig om in het Engels, hoewel Bowles het Arabisch niet beheerste. Onder de titel For bread alone verscheen het boek datzelfde jaar nog bij een Londense uitgever, terwijl de Arabische versie aanvankelijk door diverse uitgevers geweigerd werd. Een kleine tien jaar later werd het boek pas in de originele taal gepubliceerd, op kosten van Choukri zelf. Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen, want het boek had in Marokko tot het jaar 2000 te maken met censuur vanwege de onomwonden seksscènes. Pas na geruime tijd kwam ook in eigen land de erkenning dat de autobiografie van Mohamed Choukri een belangrijk commentaar vormde op de erbarmelijke omstandigheden in het koloniale Marokko van halverwege de 20e eeuw.

Een verloren jeugd
Hongerjaren werd recent voor de vierde maal in het Nederlands uitgegeven, in een herziene vertaling. Wereldwijd zijn er meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Blijkbaar is de aantrekkingskracht van het boek op een internationaal lezerspubliek groot. En dat terwijl Hongerjaren barstensvol ellende staat. Het boek valt meteen met de deur in huis en alleen al in de eerste alinea komen woorden als huilen, slaan, dood, honger en oorlog voor.

Mohamed Choukri groeit op bij een gewelddadige vader en een machteloze moeder. Hij moet al vroeg allerlei werk doen om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Hierdoor komt hij op jonge leeftijd in aanraking met alcohol en hasj (kif genoemd, nog steeds een belangrijk exportproduct van Marokko). Ook met zijn seksuele verlangens moet de jongen zelf maar leren omgaan. Dit leidt tot voyeurisme, uitspattingen en veel prostitutiebezoek, terwijl de verteller bijvoorbeeld pas op veel latere leeftijd ontdekt dat vrouwen menstrueren. Hij moet kortom volwassen zijn zonder het eerst te kunnen worden.

Een toekomstperspectief heeft de ongeletterde ik-persoon niet, een geschiedenis nauwelijks. Afkomstig uit de noordelijke bergstreek de Rif zwerft hij, nadat hij zich heeft losgemaakt van zijn ouders, jarenlang als een nomade door de verschillende steden van Marokko. Hij leeft van het ene moment in het andere.

Deze ontheemdheid in tijd en plaats wordt in Hongerjaren prachtig vormgegeven doordat het boek op dezelfde manier verloopt. Je wordt als lezer middenin de situatie geplaatst. Van context is nauwelijks sprake. Uit het niets duiken personen op die vervolgens ook weer volkomen verdwijnen, uit het blikveld van de verteller. Telkens veranderen de omstandigheden en in het tijdsverloop zitten gaten die niet worden aangeduid of verklaard. Zo is er ineens een hoofdstuk waarin peseta’s niet langer het betaalmiddel zijn, zoals in de rest van het boek, maar franken. Blijkbaar is Mohamed Choukri hier in een streek beland die onder Franse invloed staat. Op een ander moment raakt hij min of meer per ongeluk betrokken in een volksopstand. Zijn achtergrondkennis bestaat uit wat hij net in een café heeft opgevangen en meteen daarna zit hij er middenin, om het oproer aan het einde van het hoofdstuk ook weer helemaal achter zich te laten. Zo ervaar je als lezer iets van de beperkte blik en de desoriëntatie van de hoofdpersoon, die aan zijn eigen strijd om te (over)leven genoeg heeft.

Toch is het boek meer dan enkel miserie. De toon van Hongerjaren is neutraal en open. Het boek is direct, confronterend, maar eigenlijk nooit klagend. Choukri laat zichzelf aan de ene kant als analfabeet zien zonder enige opleiding maar ook als iemand met oog voor schoonheid en met het vermogen van reflectie, al is het nog zo kort. Juist te midden van deplorabele omstandigheden komen regels als deze bijvoorbeeld sterker binnen: ‘Op de dag van ons vertrek dacht ik aan het graf van mijn broer. Zijn graf zou niet meer begoten worden, zonder bloemen en zonder steen zou het achterblijven. Het graf van mijn broer zou langzaam verdwijnen, zoals al het kleine tussen de grote dingen verloren gaat.’

Honger naar een beter leven
Het is verleidelijk om een relatie te leggen tussen het geschrift van Choukri en de actualiteit, zoals ook wel gebeurt. Zegt Hongerjaren iets over de volksaard van Marokkanen, of over de Arabische wereld in het algemeen? Zeker is dat deze autobiografie uitstijgt boven het ervaringsverhaal van één persoon. Het heeft zeggingskracht als het aankomt op de situatie in Marokko ten tijde van de overheersing door de koloniale machten Spanje en Frankrijk.

Maar aan Hongerjaren wordt geen recht gedaan wanneer het wordt beschouwd als munitie voor hen die menen dat de waarden en de cultuur van moslims onverenigbaar zijn met het leven in de Westerse wereld. De Islam speelt nauwelijks een rol in het Marokko dat Choukri beschrijft. Het verhaal gaat niet over primitieve moslims of vermeende religieuze achterlijkheid. Het boek is een opstand tegen een samenleving waarin complete generaties geen uitzicht hebben op een waardig leven in hun eigen land. Dát is inderdaad nog steeds actueel. Tussen de regels door schetst Chourki hoe er vanuit die sociale onvrede een voorzichtig nationaal besef ontstaat en, hand in hand daarmee, een nog voorzichtiger hang naar een religieuze identiteit. Het zijn kiemen van verzet tegen Europese machtshebbers die het land niets te bieden hebben.

Hongerjaren verdient het nog steeds om gelezen te worden, hoewel zij die niet al te veel narigheid kunnen hebben gewaarschuwd zijn. Het boek is een eerlijk en rauw relaas maar biedt tegelijk meer dan een kale registratie van wat er is voorgevallen. De manier waarop Choukri zijn verhaal brengt laat de weldoorvoede Westerse lezer iets ervaren van wat het betekent om een uitzichtloos bestaan te leiden in armoede. Juist het ontbreken van de gebruikelijke schets van setting en achtergronden, van een literaire opbouw, van uitgewerkte personages, van duidelijke oorzaken en gevolgen, is hier de vorm waarmee de schrijver zijn protest tot leven brengt. Het resulteert in een aantal intense passages en een boek dat je moeiteloos in zijn greep houdt.

Tegen het einde van Hongerjaren wordt de ik-persoon geraakt door enkele versregels van een Tunesische vrijheidsdichter: ‘Als op een dag het volk het leven wil, dan kan het Lot niet weigeren, en zal de nacht zeker verdreven worden, en de boeien verbroken...’ (Abou El Kacem Chaabi).

Hij begrijpt de woorden niet maar voelt ze wel. Langzamerhand ontwaakt in hem het verlangen om te leren lezen en schrijven. Om zodoende zelf zijn geschiedenis te kunnen vormgeven en meester te worden van zijn eigen verhaal.

Hongerjaren
Mohamed Choukri
Vertaling door: Lourina de Voogd
Verschenen bij: Uitgeverij Jurgen Maas
ISBN: 9789491921193
Prijs: € 16,95

Meer van Reinier van Houwelingen:

16 mei 2017

Moord op de grachtengordel

Over 'Nachtwandeling' van Robbert Welagen
6 april 2017

Roman op routine

Over 'Liefde in Pangea' van Tessa de Loo
21 februari 2017

Nederlands migrantenleven in Amerika

Over 'Het purperen land' van Edna Ferber

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

11 mei 2016

'Het was alsof hij een muur kuste'

Over 'Liefde met een lok haar ' van Mohamed Choukri
11 mei 2016

Marokkaanse portretten

Over 'Gezichten' van Mohamed Choukri
11 mei 2016

Leven in twee culturen

Over 'Gebed zonder eind' van Mohamed Choukri