De Spaanse griep


De Spaanse griep, dat was nog eens een griep. Goed, ik blafte van me af, steunde klagelijk als ik mijn hoofd bewoog en woelde door mijn bed, verlaten door Mijn lief die ergens anders sliep. En dat al meer dan tien dagen. Dat is echte griep zei de dokter. Waarmee alles gerechtvaardigd leek. Mijn geklaag, gepruttel en gepiep, bedelend om koude washandjes en slokjes water aan wie er maar aan mijn bed verscheen; er was een reden voor. Maar de Spaanse griep van 1918 was nog eens een griep, zo gauw de eerste symptomen van blaffende hoest en koorts zich aandienden moest je in quarantaine. In Nederland stierven er zo’n 28.000 mensen aan deze Spaanse griep die welbeschouwd niet eens uit Spanje kwam maar uit de VS – waar 675.000 slachtoffers vielen –  maar omdat de kranten in Spanje er het eerst melding van maakten, werd het de Spaanse griep.
Mijn fantasie ging met me op de loop terwijl ik niet wist of ik nu slapende of wakende was. Ik zakte weg tot op de bodem van mijn leesgeheugen en vond daar de broertjes Bunny en Robert die in 1918 de Spaanse griep in Illinois (VS) meemaakten.

William Maxwell schreef het autobiografische They came like swallows. Een prachtig boek. Toen was griep nog een strijd van leven op dood, waaraan je niet meer kon doen dan je eraan overgeven. Ziekte als verlossing van de moeilijke dingen in het leven. Zoals voor de gevoelige Bunny, acht jaar oud, een moederskindje dat om veel moet huilen. Tot hij, op de dag dat de kranten berichtten dat de Eerste wereldoorlog is afgelopen, zijn hoofd in zijn moeders schoot legt en hij haar hoort zeggen: ‘(…) dit kind brandt van de koorts!’ En Bunny dromerig dacht: ‘ik word ziek’ en genoot van de koele hand van zijn moeder op zijn hoofd en wist ‘vanaf dat moment was het leven niet langer onzeker of onvolledig’. In bed en verzorgd worden door je moeder, dat was het fijnste wat er was. Eindelijk haar onverdeelde aandacht.

In romantische boeken staat een koortsachtige ziekte (met complicaties graag) voor een beproeving van het leven. Terwijl de patiënt ijlend in bed ligt worden de intriges rondom haar (meestal een ‘zij’) ontrafeld  en volgt genoegdoening; ogen openen zich, een glimlach plooit zich rond de mond en alles is goed; ‘we zijn er weer.’ In het ‘echt’ is de uitkomst nogal, tsja, realistisch. Nadat Bunny de griep heeft overwonnen, wordt zijn moeder ziek. Zij was zwanger en mocht hem niet verzorgen gezien het besmettingsgevaar. Ze onderschat de ernst hiervan en bezoekt hem terwijl haar oudste daarvan getuige is. Als ze kort daarna aan de Spaanse griep overlijdt, voelen de jongens zich (hun hele leven) schuldig. De een omdat hij haar besmet heeft, de ander omdat hij haar niet heeft tegengehouden. Zeer liefdevol beschreven met begrip van de kinderziel. Een aanrader voor wie met griep in bed of op de bank ligt. Om het klagen te bedwingen en te beseffen dat het altijd erger kan.

 

De eerste zwaluw – William Maxwell (Cossee 2010)


Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van in het dagelijkse leven en over ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

Meer van Inge Meijer: