Justine Le Clercq – De roemlozen

‘Het is maar goed dat ik niemand werd’

Recensie door Ina Bieze

 

‘Ik wilde leven, maar ik kon er nooit helemaal bij. Ik vreesde de herinneringen aan mijn jeugd, en de herinnering aan de ouderdom, en daartussen vreesde ik het roemloos zijn’.

Titine Clement, de centrale figuur in de roman De roemlozen, leren we kennen op een cruciaal punt in haar leven: samen met regisseuse Welmoed zal ze, nog voor haar veertigste, haar doorbraak beleven als scenarioschrijfster. Of dit gaat lukken, is natuurlijk de vraag. Ondertussen leren we als lezer wel een aantal opmerkelijke figuren kennen.

Titine is geboren in een welgesteld Haags kunstenaarsmilieu. Haar vader, ‘de beroemde kunstenaar’ en zijn muze, de snobistische, dominante en materialistische moeder, Moema, voeden hun kinderen vrij en onconventioneel op in de roerige jaren zestig. Haar broertje speelt slechts kort een rol, op zesjarige leeftijd ‘verdwijnt’ hij opeens. Moema is een theatrale, dominante vrouw, die, zo gauw de situatie zich ervoor leent, graag haar borsten en benen in de strijd gooit, bijvoorbeeld wanneer er weer eens iets geregeld moet worden voor de recalcitrante dochter. Typerend voor haar is haar uitspraak over het werk van haar man: ‘Dood ben je meer waard, veel meer!’ Geen wonder dat Titine al vroeg het huis ontvlucht en zelf probeert te overleven. Ze heeft verschillende baantjes, maar haar rol als gastvrouw voor ‘willig betalende mannen’ geeft haar de meeste vrijheid en brengt haar het dichtst bij haar ideaal van een eigen atelier.

Het werkelijke verhaal begint als Welmoed, regisseur van een aantal succesvolle films, maar vooral al jaren veelbelovend, het leven van Titine binnenwandelt. Ze wil dat Titine het script schrijft voor haar film over de tsunami in Sri Lanka. Die film moet hun doorbraak worden, het liefst voordat ze veertig zijn. Er moet daarom binnen een jaar een producent met geld gevonden worden.
Samen met beeldhouwer Manuel Antonio Rodrigues, alias Boi, de jaloerse, verslaafde, lusteloze ‘verloofde’ van Titine gaan ze regelmatig op pad en proberen ze hun project te realiseren. Titine moet zorgen voor een treatment, een ‘tonnenschudder’, oftewel een verkooppraatje op papier voor derden om geld te werven en producenten over de streep te trekken. Ondertussen werkt Boi aan zijn beelden voor zijn eerste expositie.
Voor Titine was het ontlopen van haar ouders op een gegeven moment haar voornaamste levensdoel. ‘Een tijd lang kwam het me voor dat mijden een onwaarschijnlijk hoge kans op geluk bood.’  Maar helaas voor haar, blijkt zelfs hun ontmoetingsplaats, koffiehuis La Mano Maestra, niet veilig voor Moema.
Eigenlijk heeft ze zich nooit kunnen onttrekken aan haar moeder: hoe vaak ze ook van adres wisselde, altijd wist Moema haar te vinden. Moema, vol met verwijten en gefrustreerd omdat de beroemde kunstenaar langzamerhand verandert in een zielige, dementerende oude man, laat zich niet zomaar uit het leven van haar dochter wegsturen; ze zoekt te pas en te onpas Titine en haar vrienden op.

‘Ieder jaar vernieuwen de menselijke moleculen zich. En hoewel die vernieuwing steeds weer tot een mens leidt, tot hetzelfde mens, is het toch een totaal nieuw mens. Waarom, vroeg ik me af, zou je een organisme ieder jaar vernieuwen tot hetzelfde? Waarom zit er geen verbetering in de nieuwe versie?’, verzucht Titine als Moema opeens weer in La Mano verschijnt.

Terwijl Welmoed droomt over haar bioscoopfilm, Boi zich met veel zelfmedelijden en drank voorbereidt op zijn expositie, Moema een tentoonstelling als eerbetoon voor ‘De beroemde kunstenaar’ organiseert, gaat het met Titine niet zo goed: ze kotst en kotst, ze blijft maar alles uitkotsen. Dat is misschien ook niet zo gek, als we, verpakt in flashbacks, de achtergronden van Titines jeugd leren kennen. Leven met een heel beroemde vader is al niet gemakkelijk, maar belangrijker nog is de totaal verknipte verhouding met haar moeder, die vooral geïnteresseerd is in zichzelf, maar aan wie ze zich niet kan onttrekken.

Wat het meeste opvalt in deze roman zijn de dialogen: eigenlijk luistert alleen Titine naar wat anderen zeggen. De rest luistert helemaal niet naar elkaar, men is alleen met zichzelf bezig. De personages zijn door Le Clercq niet heel genuanceerd, maar stereotiep, bijna karikaturaal neergezet. Dat is niet erg, want ze zijn wel heel herkenbaar en het levert opmerkelijke, soms bizarre, ontluisterende gesprekken en situaties op. Eigenlijk is Titine de meest normale, stabiele persoon in het geheel, ondanks de littekens die ze in haar jeugd heeft opgelopen. Dat het moeilijk is om helemaal los te komen van haar ouders, wordt aan het eind van het verhaal op een komische, maar ook ontroerende wijze duidelijk. Wel is beklemmend dat Titine over zichzelf zegt: ‘Het is maar goed dat ik niemand werd, want ze dulden niemand naast zich. Hun kinderen en het gezinsleven beschouwen zij als decor. En een decor moet niet zelf willen leven.’

Het leven van de auteur, Justine le Clercq (1967), vertoont parallellen met dat van Titine. Ook Justine groeide op in een Haags kunstenaarsmilieu waaruit ze vluchtte. Le Clercq raakt aan lager en belandt uiteindelijk in een ontwenningskliniek. Daarna wordt ze actief in de verslavingszorg en tegenwoordig is ze docent Sociale Wetenschappen en projectmanager. Als schrijfster is ze actief voor Haags Straatnieuws en voor  het tijdschrift Blauwe Maandagen over het werk en leven van Arnon Grunberg. De roemlozen is haar debuutroman. Inmiddels heeft ze ook verhalen in literaire tijdschriften gepubliceerd.

 

 

Omslag De roemlozen - Justine Le Clercq
De roemlozen
Justine Le Clercq
Verschenen bij: Podium b.v. Uitgeverij
ISBN: 9789057594335
285 pagina's
Prijs: € 15,00

Meer van Ina Bieze:

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale

Verwant

Een verademing

Over 'De ziel van Nederland ' van Justine Le Clercq