De pijn van het afscheid

Als de Amerikaanse documentaireregisseur James Blue (1930-1980) ergens om herinnerd zal worden, is het om zijn documentaire The March, over de Mars op Washington van 28 augustus 1963 met Martin Luther Kings beroemde toespraak ‘I have a dream’. Maar een jaar eerder leverde hij een film af die nauwelijks minder indrukwekkend is: Les oliviers de la justice. Het is zijn eerste en enige verhalende speelfilm, met een Franse productiemaatschappij clandestien gedraaid (onder het mom dat het een film over de wijnbouw zou worden) in Algerije terwijl de onafhankelijkheidsstrijd gaande was.

Een volwassen zoon, Jean, een pied-noir, een in Algerije geboren Fransman, is teruggekeerd naar Algerije, omdat zijn vader er op sterven ligt. Deze vader heeft op het Algerijnse platteland een florerende wijngaard aangelegd, zijn levenswerk, die hij echter onder druk van de veranderde maatschappelijke verhoudingen heeft moeten verkopen. Hij woont nu met zijn vrouw in een bovenwoning in Algiers. Zijn sterfbed loopt synchroon met het sterfproces van het Franse kolonialisme. Beelden van de actualiteit in Algiers worden afgewisseld met Jeans herinneringen aan een onbezorgde kindertijd op de familieboerderij. De Algerijnse boezemvriendjes van toen zijn volwassen mannen geworden, die de strijd voor een onafhankelijk Algerije (1954-1962) steunen maar toch ook nog op een bepaalde manier gehecht zijn aan hun vroegere baas, zoals Jean op zijn beurt gehecht is en blijft aan het land en de vrienden van zijn jeugd. 

Over die wederzijdse gehechtheid en de worsteling om die te verbreken, gaat het. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Jean Pélégri, die samen met Blue het script schreef en de oude Franse wijnboer speelt. Pélégri was een van de 900.000 Europese Algerijnen die in de maanden na de Algerijnse onafhankelijkheid naar Frankrijk vluchtten. De weemoed en de pijn van het afscheid waarmee Jean door Algiers loopt doen denken aan die al net zo prachtige en net zo vergeten film Déjà s’envole la fleur maigre (1960) van de Belg Paul Meyer over het afscheid van een Italiaanse gastarbeider van de Borinage. Net als deze documentair gedraaide speelfilm bezit Les oliviers de la justice een overrompelende, neorealistische authenticiteit, die het verdriet bijna tastbaar maakt. Een andere overeenkomst is dat beide films, de ene in België, de andere in Frankrijk, jarenlang verboden waren.

James Blue, die zijn in Amerika begonnen filmstudie afrondde aan de fameuze IDHEC filmschool in Parijs (hij maakte samen met studiegenoot Johan van der Keuken in 1957 de afstudeerfilm Paris a l’aube), zou de rest van zijn leven (veelal korte) documentaires maken. Ook gaf hij les aan de UCLA. Onder zijn studenten waren Francis Ford Coppola, George Lucas, Terrence Malick, Paul Schrader en Jim Morrison. In een artikel uit 1976 schreef hij: ‘In plaats van mensen op te leiden voor een meer dan twijfelachtige carrière in Hollywood, kunnen we ze kanaliseren naar het ontwaken van een gemeenschapsgeweten. Er is genoeg werk voor iedereen.’ 

 

 


Hans Heesen is filmhuisdirecteur, docent Filmacademie Amsterdam en proza schrijver. Onlangs verscheen zijn derde roman bij uitgeverij IJzer, Tenminste voor een bepaalde tijd.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hans Heesen: