De Mrs. Dubose methode

De oude mrs. Dubose heeft mij vijfentwintig jaar geleden van het roken afgeholpen. Zij is de krengerige dame die in To kill a mockingbird van Harper Lee de dertienjarige Jem zo treitert, dat hij uit machteloze woede alle camelia’s in haar tuin vernielt. Voor straf moet hij haar een maand lang elke middag voorlezen, tot de wekker gaat die haar dienstmeisje elke dag een beetje later laat rinkelen. Wat Jem niet weet is dat deze vrouw kanker heeft en vastbesloten vecht tegen haar morfineverslaving. Het voorlezen dient als afleiding om de toediening van het medicijn steeds een beetje langer uit te stellen, net zo lang totdat ze daadwerkelijk zonder kan. Want ze heeft zich voorgenomen om als ze sterft ‘to leave this world beholden to nothing and nobody.’ De ijzeren wil en de moed van de breekbare oude dame dwongen mijn bewondering af. Zo wilde ik ook zijn, nam ik me voor, ‘de slavin van niets en niemand’ (vertaling van Hans Edinga). Dus heb ik nooit meer gerookt, maar ik heb nog niet, zoals zij, alles losgelaten.

Ik moest aan mrs. Dubose denken nu de telefoonverslaving van jongeren zo vaak in het nieuws is. Door vijf, zes uur per dag met hun telefoon bezig te zijn krijgen ze lichamelijke klachten, worden geestelijk lui en raken in een sociaal isolement. In diezelfde tijd zou je veel andere dingen kunnen doen, zoals lezen. Maar ik heb makkelijk praten, want ik heb geen smartphone maar wel heel veel boeken, bewijzen van een bezetenheid waarvan ik niet wil genezen.  

Het zou goed zijn om, geheel in de stijl van mrs. Dubose, telefoonverslaafde jongeren voor te lezen, elke dag een kwartiertje langer. Eerst hun telefoon laten inleveren, dan een goed boek uitzoeken, spannend en dik genoeg om er een tijd mee te kunnen uitzitten. Om dan net als Sheherazade elke keer te besluiten met een cliffhanger die de toehoorders zo doet snakken naar het vervolg dat ze smeken om door te gaan. En dan maar hopen dat ze uiteindelijk ten prooi vallen aan een andere verslaving, een die hun leert zelf na te denken, hun verbeeldingskracht te gebruiken, empathie te kweken en te ontdekken dat ieder mens anders mag zijn. Voorgelezen worden en zelf lezen zijn het medicijn tegen vele kwalen zoals , onwetendheid, onbegrip en intolerantie, terwijl het eeuwige scrollen op een scherm hen op den duur eenzaam en ongelukkig maakt. Ik vraag me af of de dichter Ellen Warmond dat bedoelde toen ze het volgende gedicht schreef:

S.O.S.

‘De telefoon opnemen op de grens
 van het bestaanbare ten einde raad
 een wildvreemd nummer draaien
 roepend:
 ik ben doodongelukkig dood
 en ongelukkig zeg iets
 wat mooi klinkt lieg iets
 wat beter lijkt ik ben
 doodongelukkig red mij.’

Gelukkig zijn er heel veel ouders en docenten die de Mrs. Dubose-methode allang hanteren, niet voor straf, maar uit noodzaak. Ray Bradbury schreef: ‘You don’t have to burn books to destroy a culture. Just get people to stop reading them.’ Lang leve de mensen die dat proberen te voorkomen.

 

*Uit: ‘Proeftuin’ (1953) Ellen Warmond


Hettie Marzak is poëzierecensent en schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Meer van Hettie Marzak: