De magische wereld van Julien Gracq

Hoop op heruitgave door Mathijs van den Berg

De Franse schrijver Julien Gracq (pseudoniem van Louis Poirier, 1910 – 2007) was een schrijver in de marge van de literatuur. Met opzet, want hij verafschuwde de uiterlijkheden van het literaire bedrijf: de coterieën, zoals die rond zijn tijdgenoot Sartre, de bals, de prijzen. Hij weigerde de Prix Goncourt, de belangrijkste Franse literaire prijs, voor zijn roman De kust van de Syrten (1951). Gracq wordt vaak bij het surrealisme ingedeeld – de surrealist André Breton was zijn enige literaire vriend. Breder kun je hem zien in de fantastische traditie, van Keltische legenden tot aan Edgar Allan Poe.

Ongewis avontuur

Gracqs boeken ademen de geest van het buitenstaanderschap. Vanaf de eerste bladzijden word je in lange, beeldende zinnen in een verveemdend literair landschap geworpen. Bij Gracq geen opbouw ‘volgens het boekje’ met keurige vooruitwijzingen, een helder plot en psychologische duiding, zoals de tegenwoordige lezer gewend is. Gracqs proza is een ongewis avontuur waaraan je je moet overgeven. Je belandt in een abstracte en tijdloze wereld. Gracq is niet geïnteresseerd in het vertellen van een verhaal, maar in het schetsen van sfeer, van gemoedstoestanden. Het verhaal moet je zelf invullen.

Verval

Hoewel de beschreven wereld aan de fantasie is ontsproten zijn er wel degelijk referenties aan de kenbare werkelijkheid. De Syrten waren in de klassieke oudheid twee inhammen van de Noord-Afrikaanse kust. Bij de stad Orsenna, waar hoofdpersoon Aldo van De kust van de Syrten vandaan komt, denk je onmiddellijk aan Venetië: een oude stad met statige paleizen waar de Sinjorie de dienst uitmaakt. De eigennamen zijn Italiaans. De stad is op het hoogtepunt van haar roem, rijk en decadent. Verval dreigt. Aldo, die zijn bestaan in Orsenna hol en leeg vindt, geeft bij de machthebbers aan dat hij naar de provincie wil en wordt aangesteld als Waarnemer aan de verre Syrtenkust, die de landsgrens vormt.

De Admiraliteit waar hij terechtkomt is gevestigd in een oud, vervallen fort. Het gebouw wordt omgeven door een woestijnachtig landschap waar het snikheet is. Kapitein Marino zwaait er de scepter, net als alle andere Gracq-personages een raadselachtige figuur. Aldo weet niet hoe hij zich tot hem moet verhouden. Zijn houding varieert van afkeer tot bewondering. Er is een duidelijk verschil tussen de twee. Marino vertegenwoordigt de status quo: hij is wars van verandering. Aldo, jongeman en nieuwkomer, is daarentegen nieuwsgierig. Hij houdt ontdekkingstochten in het fort dat een doolhof is van vertrekken en kazematten. Vooral de kaartenkamer met oude zeekaarten trekt hem aan.

Dreiging

Met de ik-figuur verkeert ook de lezer in voortdurende onzekerheid. Net als Aldo voel je iets broeien: verandering hangt in de lucht, het einde van een tijdperk nadert. Maar wat deze verandering is of waardoor ze wordt veroorzaakt blijft duister. Alleen dat die iets te maken zal hebben met Farghestan. Er zijn minieme signalen dat de driehonderd jaar oude oorlog met dit buurland oplaait. Aldo ontwaart op zee een illegaal schip dat hij later bij een door de natuur overwoekerde ruïnestad terugvindt. De manschappen van de Admiraliteit zijn niet meer welkom op het landgoed Ortello, waar ze bij gebrek aan militaire urgentie werken. Onheilsprofeten duiken op.

Vanaf een klein verlaten eiland ziet Aldo de vulkaan Tängri, die aan de overkant van de zee het vasteland van Farghestan markeert. Hij is naar dit Vezzano meegenomen door zijn jeugdliefde, de bekoorlijke, avontuurlijke en grillige Vanessa, afkomstig uit een beroemd adellijk geslacht, die net als hij de hoofdstad is ontvlucht. Aldo besluit de kust van Farghestan te gaan verkennen. Wat volgt is een doldriest, subliem beschreven zeeavontuur.

Beeldend

Gracq heeft een schitterende, suggestieve stijl. Zijn beschrijvingen zijn uiterst gelaagd en bezitten een enorme diepgang. Personages, steden en landschappen doemen messcherp voor je geestesoog op en zijn tegelijkertijd vol mysterie. Dit staat er bijvoorbeeld als de vulkaan opeens voor de bemanning oprijst: ‘Vóór ons hing, boven de zee, gelijk een verlichte vrachtboot die zijn achterschip voor het zinkt recht omhoog steekt, een als een deksel omhooggetild brok planeet, een verticale voorstad; doorzeefd, in verdiepingen verdeeld, en bespikkeld met zulke brandende braambossen en lichtende kroonkandelaars dat het de uitstraling en de vastheid van sterren benaderde.’

Debuutroman

Gracqs debuut Het kasteel Argol (1938) zette meteen de toon. Deze roman ademt de sfeer van oude sagen en legenden. Hoofdpersoon Albert, laatste telg van een adellijke familie en liefhebber van filosofie, koopt een verlaten gothisch kasteel met de bijbehorende bossen, landerijen en gebouwen. Een typisch Gracq-decor. Later voegen zijn dierbaarste vriend, Herminien, die hij bewondert om zijn kennis en kracht, en Heide, een betoverend mooi meisje, zich bij hem, beiden personages van mythologische proporties. Deze driehoeksrelatie zorgt voor spanning en inktzwarte ontwikkelingen.

Gracq is een echte oeuvreschrijver. Steeds draait het bij hem om thema’s als isolatie, vervreemding, noodlot en avontuur. Een ‘ouderwetse’ schrijver misschien, maar je zou ook kunnen zeggen een tijdloze. Gezien de grote kwaliteit van zijn werk moet dit vertaald en herdrukt blijven worden.

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

22 december 2023

Zoektocht naar Nataraja

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 januari 2014

Ontroerende bundel met gewaagde titel Ontroerende bundel met gewaagde titel
Recensie door Albert Hogeweij

Als er een prijs bestond voor de gewaagdste titel voor een dichtbundel zou Nog een grap, de laatste van Nachoem M. Wijnberg, die haast niet kunnen ontlopen. De verhouding tussen poëzie en grappen is immers een moeizame sinds Remco Camperts misprijzends oordeel: ‘Sinds Buddingh’/ verwachten veel mensen/ van poëzie/ een avondje lachen.// Dat is geen vooruitgang/ geloof ik/ maar eerder een stap achteruit.’