De lach en de dood – Pieter Webeling

‘Als de legendarische Joodse komiek Ernst Hofman (‘Zonder Ernst geen humor’) in februari 1944 naar een kamp in Polen wordt gedeporteerd, wordt zijn kunst een overlevings- en betaalmiddel. In het vrouwenkamp zit zijn geliefde Helena opgesloten. Als wederdienst voor het smokkelen van briefjes, geschreven op het beduimelde papier van cementzakken, vertelt hij elke dag een kwartier lang grappen aan zijn medegevangenen. Dat blijft niet onopgemerkt.
De kampcommandant doet hem het aanbod op te treden voor de Duitsers (‘Wir arbeiten hart, aber wir lachen gern’). Hofman weigert, ook al heeft hij als ‘SS-conferencier’ recht op dagelijks voldoende warme maaltijden. Dan komt het besef dat hij door zijn optredens de doodzieke Helena kan redden. Vlak voor zijn eerste optreden in de rokerige Stube hoort hij SS’ers zingen: ‘Wenn das Judenblut vom Messer spritzt‘. Hoe gaat hij de vijand in die brallerige sfeer amuseren?

Pieter Webeling’s vragen naar de manier hoe wij onze morele keuzes maken is door de eeuwen heen aanleiding geweest voor discussies, oorlogen en -kunstwerken. Humor is overleving, maar hoe ver mag je daarin gaan? Wat gebeurt er met humor als daar de zwaarst denkbare gewichten aan hangen? Kan een grap werkelijk helpen als de dood zo nabij is? Als de geliefde komiek in 1946 zijn comeback voorbereidt in een groot Amsterdams theater, realiseert hij zich dat de grootste ellende de beste humor oplevert. Maar kan hij die grappen ook gebruiken?

Pieter Webeling (Den Helder, 1965) is schrijver, interviewer en gespreksleider. Hij is oud-redacteur van HP/De Tijd en was lange tijd een van de huisinterviewers van De Volkskrant. Nu werkt hij vooral voor bladen als Rails, Jan, Humo en Reader’s Digest. Veertig dagen was zijn debuutroman.’

De lach en de dood

Auteur: Pieter Webeling
Verschijnt bij: Uitgeverij Cossee (sept. 2010)
Prijs: € 18,90

Recent

17 januari 2018

Rusland, mijn Rusland

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 januari 2008

Mevrouw Couperus,Sophie Zijlstra

Maandag 2 juli 1900 vroeg in de ochtend.

Na een doorwaakte nacht, wachtend op haar man, wil Elisabeth Baud-Couperus uit haar stoel opstaan als hij eindelijk thuiskomt. Dan blijkt dat ze niet meer kan lopen…

Hiermee begint het schitterende verhaal over mevrouw Couperus, een zeer intelligente vrouw. Zoals gebruikelijk in die tijd wordt haar verlamming, na allerlei onderzoeken, gezien als een 'hysterische aandoening'. Uiteindelijk besluit ze naar dokter Bende te gaan, een arts die vrij nieuwe methodes toepast om mensen te genezen, te weten…

Lees meer