De laatste Parelduiker uit 2013 – Nanne Tepper en Boeli van Leeuwen

Literaire tijdschriften

De nieuwe Parelduiker verscheen een paar weken geleden. Hieronder een beschrijving van de uitgever over dit nummer.

Over Nanne Tepper (1962-2012), opkomst en neergang van een gevierd talent
Zijn debuut, De eeuwige jachtvelden, verraste de literaire wereld in 1995. En ook zijn tweede roman, De vaders van de gedachte, waarmee hij bijna de Librisprijs won, oogstte veel bewondering. Maar daarna verscheen er niet zo veel meer van Nanne Tepper. Wat was er de oorzaak van dat de inlossing van de grote belofte uitbleef? Jack van der Weide schetst de aanloop naar het debuut en de neergang van de literaire carrière van Nanne Tepper. In 2015 verschijnt een bloemlezing uit zijn correspondentie bij uitgeverij Contact.

Verder in dit nummer:
Ongepubliceerd werk uit de nalatenschap van Boeli van Leeuwen. Bezorgers Aart G. Broek en Klaas de Groot stelden een bloemlezing uit Van Leeuwens krantenstukken samen. Over de taak, de plicht en de liefde van de schrijver, over de Curaçaoënaars, de verhouding tot Nederland en de paspoortkwestie (ook toen al). Joke Linders buigt zich over de verrassend moderne poëtica van W.G. van de Hulst en Annie M.G. Schmidts schatplichtigheid daaraan. Mario Molegraaf beschrijft aan de hand van hun correspondentie de vriendschap tussen Gerrit Komrij en Hans Warren (‘Ik heb Gerrit, mijn beste, liefste vriend, niet verraden’). Verder: over de transseksuele Nederlandse zangeres en voormalige vriendin van David Bowie, Romy Haag. Hans Keller over Seamus Heaney. En de ongepubliceerde verhalen van Ian McEwan.

In december 2013 is de literaire nalatenschap Boeli van Leeuwen aan het Letterkundig Museum in Den Haag overhandigd.

Foto omslag: Rineke Dijkstra

Zie: www.parelduiker.nl.

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 april 2009

Recensie "'t Manco" - Georges Perec

Waarin een handicap tot een bijzondere kracht wordt

door Rein Swart

Dit Franse boek uit 1969, dat veel in zich heeft van een postmoderne roman, is geschreven zonder de letter “e”. Dat genereert op zich al een soort proza dat anders is dan wanneer de schrijver zonder inperking zou schrijven. Perec zegt zelf in een naschrift dat zijn vormdwang voortkwam uit blufpraat, maar dat het vervolgens een stimulans bleek te zijn voor een fris glansrijk proza.

Lees meer