3 oktober 2017

De peer en ander proza – Konrad Bayer

‘De korst van het denken lospeuteren’

Recensie door Daan Pieters

Behalve de titel lijkt alles er uiterlijk op te wijzen dat de peer en ander proza, een dun boekje met veel witruimte, een poëziebundel is. En toch is er nadrukkelijk sprake van proza in de titel, alsof er een statement wordt gemaakt. Hebben we hier te maken met een mengvorm? Begeven we ons in het vage grensgebied of niemandsland tussen proza en poëzie?

Het werk van Bayer is alleszins avant-gardeliteratuur die een fikse inspanning van de lezer vergt, maar die heeft er dan ook baat bij om zichzelf af en toe uit te dagen, te prikkelen en zich los te wrikken uit vastgeroeste leesgewoonten. Daarbij is een gezonde dosis geduld aangewezen, maar vooral moet wie zich in Bayers wereld waagt de neiging onderdrukken om meteen te gaan panikeren als hij niet onmiddellijk ‘begrijpt’ wat er staat: enkel wie zich laat meevoeren door de tekst en openstaat voor het irrationele, haalt de overkant.

Het is grotendeels de verdienste van vertaler, essayist en criticus Erik de Smedt dat het werk van Konrad Bayer in het Nederlands beschikbaar is: hij heeft er de afgelopen jaren voor gezorgd dat een aantal boeken van de Oostenrijker in het Nederlands beschikbaar zijn. Die onbaatzuchtige inzet verdient lof, want Bayer is bepaald geen ‘gemakkelijke’ of toegankelijke auteur.

Bayer komt meteen binnen met Het sprookje van de beelden, het eerste prozastuk in deze bundel: hij gebruikt bijna geen interpunctie of hoofdletters, alsof hij de leeservaring zo weinig mogelijk probeert te sturen. Wegwijzers staan er niet: het lijkt wel de bedoeling dat je in Bayers proza verdwaalt. In dit geval gaat het om een surrealistisch sprookje vol associatieve beelden die steevast met het voegwoord ‘als’ worden geconstrueerd: ‘nu verrijst voor haar ogen die eruitzien als meneer theo een ridder die eruitziet als de engelse tuin in münchen uit een spleet die eruitziet als de tafels van vermenigvuldiging in de aarde die eruitziet als een recept voor apfelstrudel en stijgt op in de lucht die eruitziet als wijlen mijn grootvader.’ Enkele voet- of eindnoten zouden overigens wel van pas zijn gekomen in dit boek, onder meer om voor de lezer even te verduidelijken wie Hubert Aratym of Herostratos was. Maar er zijn ook argumenten om die niet te gebruiken: ze staan er in de oorspronkelijke versie immers evenmin. ‘Voetnoten zijn pispotten onder het bed van een boek,’ zei Francisco de Quevedo al.

Een ander interessant stuk is omar, dat volgens vertaler Erik de Smedt in het licht van Bayers fascinatie voor de Sade en Lautréamont kan worden gezien. Door de maniakale herhaling van het woord ‘bloed’ treedt een zekere gewenning op, zodat de laatste regel (‘een dikke bloedstraal spuit in zijn gezicht’) haast gewoontjes klinkt. Dat stemt tot nadenken over de taal en hoe de betekenis van een woord zelfs in een stukje proza van acht regels kan worden verdraaid en ontkracht. Ook Bayers interesse voor sjamanisme en magie kan hierbij een rol hebben gespeeld: de bezwerende herhaling van een woord zou immers magische krachten kunnen oproepen.

Herhalingen en weglatingen spelen in meerdere prozastukken een belangrijke rol. Zo werden in karl een karl alle zelfstandige naamwoorden vervangen door ‘karl’: ‘nu verschijnt karl met karl op de karl en gooit karl op karl in de karl’ Alsof de taal te onbeholpen is, niet geschikt om ons uit te drukken, en je dus net zo goed alle substantieven door een eigennaam kunt vervangen. In zijn interessante nawoord wijst Erik de Smedt daarbij ook terecht op Bayers gevoel voor ritme, dat sterk was beïnvloed door de free jazz van Ornette Coleman. De relatie tussen jazz en de naoorlogse avant-gardeliteratuur was immers zeer innig: niet alleen auteurs van de Beat Generation als Jack Kerouac of Allen Ginsberg deden er hun voordeel mee, maar ook in ons taalgebied bijvoorbeeld Jules Deelder, die dezelfde herhalingsdrang tentoonspreidt in zijn gedicht Intro: ‘Jazz weet. Jazz doet. Jazz laat. Jazz komt. Jazz gaat.’ Als tegenhanger van karl een karl zou je het stuk argumentatie voor de bewustzijnsdrempel kunnen beschouwen, waarin alle substantieven geschrapt zijn (‘aan de die voor de en aan de dat ondanks de van geen’). In zekere zin vullen die twee teksten elkaar dus aan (of zijn het net antipoden).

Bayers meesterschap komt ongetwijfeld tot uiting in de peer, waarin een beet in de vrucht het toegangspunt tot een heel universum is. Het kleine krijgt daarbij kosmische dimensies. Bayer laat de lezer meereizen van het microscopische naar de oneindigheid en terug, op een manier die bij momenten herinneringen aan Borges oproept.

Romance is op het eerste gezicht een kort, idyllisch liefdesverhaal, maar het wordt bewust verstoord met een details en ‘objectieve’ wetenschappelijke informatie: ‘TOEN maandag de 12e januari 1959 na christus, temperatuur -1 graad celsius, 11 uur 35 MET in de hal van het huis wenen 19e district, billrothstrasse 51, theodor billroth, 1829-1894, chirurg, wie was billroth aan het opereren toen het bevel werd gegeven om op de revolutionairen te schieten?’ Weer rijzen een heleboel vragen: wat is informatie, wat zijn feitelijke gegevens, wat doet er toe in dit verhaal? Bayer ondergraaft met plezier de ratio en zet de aanval in op het geloof in een ‘objectieve werkelijkheid’, zoveel is zeker.

In zijn nawoord schrijft de Smet beeldend dat het Bayer er vooral om te doen was om ‘de korst van het denken los te peuteren’. Het moet gezegd: hij slaagt er in dit boekje in om je wereldbeeld op losse schroeven te zetten en zekerheden op te blazen. In dat opzicht staat de peer en ander proza garant voor een meer dan onthutsende leeservaring.

 

De peer en ander proza
Konrad Bayer
Vertaling door: Erik de Smedt
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels
ISBN: 9789078627340
48 pagina's
Prijs: € 19,85

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *





 

Meer van Daan Pieters:

18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
25 september 2017

Een waardig gedragen ongeluk

Over 'Kolonel Chabert' van Honoré de Balzac

Recent

20 oktober 2017

Soepel een licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster

Verwant