Hans Adler – De kleine stad

Mislukte kunstenaar in een mistroostig stadje

 

In ongeveer driehonderd pagina’s schildert Adler een beeld van een stadje uit het begin van de twintigste eeuw. Het middelpunt van de gebeurtenissen vormen de lotgevallen van een mislukte kunstenaar, die zijn eentonige bestaan probeert uit te zitten. Het zijn echter niet zozeer deze gebeurtenissen die dit boek de moeite waard maken – er gebeurt namelijk niet veel in dit stadje – maar juist de prachtige, suggestieve stijl waarin het verhaal geschreven werd. Wat je vooral van dit stadje bijblijft, is de uitzichtloze mistroostigheid, die meteen al bij de openingszin op je neerdaalt: ‘Een hardnekkige nevel, geel en vochtig, verzadigd van bruinkoolroet en chemische substanties, hing de laatste oktoberdagen dreigend en ongezond boven de kleine stad, bestreek het pleisterwerk met glibberige nattigheid, …’

In deze godverlaten uithoek van de wereld leidt kunstenaar Titus Quitek een eenvoudig bestaan: hij voelt zich een buitenstaander en neemt de onwezenlijke eigenaardigheden van zijn omgeving voor kennisgeving aan. Hij heeft het overzicht totaal verloren: ‘Af en toe kwamen er pijnlijke twijfels over zijn identiteit bij hem op. Vreemd en verwonderd hing hij in zijn kleren (…)’. Maar juist de eigenaardigheden van de mensen die beschreven worden (de levens van al deze mensen zijn op de een of andere manier vervlochten met het leven van de kunstenaar) leveren mooie plaatjes op. Uitvoerig en in een prachtige stijl vertelt Adler ons hoe Mauser, de waard van de Blauwe Fles, zijn gasten besteelt, hoe Anny, de naar avontuur hunkerende dochter van de burgemeester, uiteindelijk belandt in de armen van haar zangleraar, en hoe de sympathieke, argeloze scholier Jakob Ardüser belaagd wordt van drie kanten door het naakte vrouwenlichaam van de hospita van zijn tekenleraar Quitek. Het meisje Lisa dat na een slecht afgelopen driftbui van haar vader radeloos de straat opgaat en bij toeval in het park op hetzelfde bankje terecht komt als waar Titus zat, zorgt voor een tijdelijke opleving bij Titus. Hij brengt haar onder in het internaat van een klooster, maar wanneer zij na een verblijf van twee jaar als herboren terugkeert naar het stadje, naar zijn atelier, vindt zij daar een Quitek die zelf hulp nodig heeft, sterker nog: een Quitek die niet meer te helpen is, voor wie elke hulp te laat komt. Treurig…

Wie verwacht met dit boek een spannende avonturenroman ter hand te nemen, komt bedrogen uit. Maar wie de moeite wil nemen zich te laten meevoeren door de schrijver op zijn dwaaltochten door de straatjes en steegjes van deze kleine stad op zoek naar de kleurrijke figuren die verweven zijn met Quitek, wordt rijkelijk beloond met pareltjes als: ‘Zijn afgedragen winterjas leek zich erover te verbazen daadwerkelijk nog een keer uit de stoffige kist uit zijn naftaleenslaap te zijn gehaald (…)’ of: ‘Met geluidloze passen kwam de bediende naar binnen hinken. Zijn kaken gingen ritmisch op en neer.’

Ten slotte nog een lovend woord voor de vertaalster Goverdien Hauth-Grubben; nergens heeft de lezer het gevoel een ‘vertaling’ te lezen, en dat is prettig. Zeker een aanrader, en dat is in dit geval geheel te wijten aan de voortreffelijke stijl. Een klein meesterwerkje.

 

 

Omslag De kleine stad - Hans Adler
De kleine stad
Hans Adler
Vertaling door: Goverdien Hauth-Grubben
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789045019109
303 pagina's
Prijs: € 34,95

Recent

12 december 2019

Krijg de tering met je privatisering *

Over 'De grote verkilling' van Geert van Istendael
11 december 2019

De dromende dichter

Over 'In het ene oog de maan, in het andere de zon' van Paul Éluard
9 december 2019

Een ode aan de cyclus van het leven

Over 'Levenslust' van Joke van Leeuwen
5 december 2019

Duistere kanten van het menselijk bestaan

Over 'Een oude geschiedenis' van Jonathan Littell
4 december 2019

De donkerte onder het genot

Over 'Zwarte schuur' van Oek de Jong

Verwant