1 februari 2013

De kinderjaren van Jezus – J.M. Coetzee

Een minder sterk boek

Recensie door Menno Hartman

Een nieuwe roman van een schrijver die de Nobelprijs won is per definitie iets bijzonders, en dan ook nog een boek dat eerst in het Nederlands, en dan pas buiten dit land verschijnt.

Er zijn er ons teveel reeds ontvallen, van de schrijvers die deze eer toegewoven kregen. Geen José Saramago hebben we meer (Nobelprijs 1998), die met lange meanderende zinnen de lezer in een hoek dreef van zijn maatschappijkritische parabels. Dat waren vaak parabels waarin we maar moesten aannemen dat er bijvoorbeeld op een goed moment niemand meer sterft in een land en wat er dan gebeurt. Of dat iedereen in een stad tegelijkertijd blind wordt. Saramago gebruikte grote, bijna ongelooflijke gebeurtenissen en beschreef hoe liefst eenvoudige mensen daarop reageerden. En dat lukte hem.

De nieuwe roman van J.M. Coetzee, Nobelprijswinnaar in het jaar 2003, lijkt in de titel: De kinderjaren van Jezus te knipogen naar een befaamde titel van Saramago, Het evangelie volgens Jezus Christus. Maar de overeenkomst met het werk van Saramago gaat verder. 

Waar Saramago het evangelie herinterpreteert volgens een nieuw beschreven levensverhaal van Jezus, houdt Coetzee veel meer afstand en ziet de lezer slechts een zekere analogie in het leven van de jongen David, zijn tijdelijke vader Simon, en zijn aangenomen moeder Ines, en de klassieke ‘Heilige Familie’.

Simon en David komen in een Spaanstalig land aan, over zee, ze zijn vluchtelingen zonder geschiedenis. David had op de boot nog een brief met meer informatie over zijn ouders, maar die is verdwenen, waarna Simon zich over hem ontfermt. De zoektocht van Simon naar de moeder van David is een belangrijke impuls voor de eerste hoofdstukken van het boek. Simon vindt werk als stuwadoor in de graanhavens en brengt zijn tijd door met socratische vraaggesprekken met zijn collega-stuwadoors en met de jongen, David, maar ook met Ines, de ‘moeder’ die Simon op zeker moment‘herkent’. David ontwikkelt zich mede door deze socratische vraaggesprekken tot een eigenzinnig en intelligent kind. Maar gaandeweg is zijn eigenzinnigheid eerdere verwendheid, en zijn intelligentie lijkt op hol geslagen. Hij rekent en leest ‘anders’ dan gewone kinderen en in de manier waarop Ines en Simon daarop reageren, herkennen we de hedendaagse tijgerouders die iedereen en alles afwijzen die de buitengewone begaafdheid van hun kind niet wenst in te zien. Een collega van Simon waagt zoiets te zeggen en de anders zo rustige Simon voelt een grote woede opkomen.

Coetzee heeft in De kinderjaren van Jezus een wereld geschapen die in veel lijkt op de onze, waar armoede en vluchtelingenbewegingen een plaats hebben, waar gewone mensen een leven moeten opbouwen, en heeft in dit bestaan een drietal figuren geplaatst, een atypische ‘heilige’ familie die in een vrijwel voortdurend vraaggesprek verwikkeld is.

Coetzee wil enerzijds, door net als Saramago te verwijzen naar het oude en overbekende Christusverhaal dat als basis van onze cultuur geldt, de lezer helpen principiële vragen te stellen over de wereld. Vragen over familieverbanden, verbanden in werk, vragen over angst en vertrouwen. Wie is familie? Wie bloedverwant is of wie kiest voor elkaar te zorgen? Waartoe dient werk, om dat wat gedaan moet worden zo efficiënt mogelijk voor elkaar te krijgen, of om zinnig een dag door te komen? Waartoe moet dit leven leiden? Een vraag die blijft hangen specifiek in het roadmovie-achtige slot van het boek (op de vlucht voor de onderwijsinspectie), maar algemener ook wel door de ontwortelende doelloosheid in de levens van de hoofdfiguren.

Maar anderzijds lijkt de monsterlijke aandacht voor het kind, van David gewoon een vervelend rotjoch te maken, zijn ‘ouders’ zijn stekeblind. En is dat dan de uiteindelijke portée van deze maatschappijkritische parabel à la Saramago? Dat teveel filosofisch nadenken over getallen en leren lezen aan de hand van Don Quichotte de realiteitszin verweekt? Of moeten we aannemen dat matig doorgronde denkbewegingen de ontstaansgrond van het christendom zijn?

Coetzee wekt in De kinderjaren van Jezus de indruk op teveel paarden te wedden. Er is een reminiscentie met eerdere grote boeken van hem: de wereld van Michael K. in Wereld en wandel van Michael K. Er is een vergelijking mogelijk met Wachten op de barbaren, maar Coetzee houdt in De kinderjaren van Jezus de spanning niet vol of is halverwege van thema gewisseld. Tot ruim halfweg is de lezer geboeid door de stilistische kracht van Coetzee, zijn sturende afstandelijkheid.  Waar de levens van personages in zijn eerdere boeken echter écht raakten, worden Ines, Simon en David naar het einde toe vooral onbegrijpelijk in hun toch al wonderlijke maar eerst nog fascinerende overtuigingen. Dan wreekt zich de laboratoriumsituatie steeds meer dat de personages geen verleden mogen hebben, er geen logische verklaring lijkt voor veel van hun handelen en we dus teveel maar moeten aannemen. Bijvoorbeeld waarom een cocktail-nippende en tennisspelende rijkere dame in een residence overtuigd raakt voor een armoedig kind te willen zorgen en bovendien in een krot trekt omdat kinderen in de residence niet zouden ‘mogen’. Of waarom Simon werkelijk van David houdt, maar door een afspraak met zich zelf alles goedkeurt wat Ines aan hem verprutst. In deze roman is teveel psychologisch ongefundeerd ten faveure van een filosofische lading die het toch ook niet tot het einde redt.

Coetzee heeft na een lange min of meer autobiografische reeks prachtboeken in een poging aan te sluiten bij vroeger werk een minder sterk boek afgeleverd.

Zie ook de recensie van Zomertijd op Literair Nederland

 

De kinderjaren van Jezus
J.M. Coetzee
Vertaling door: Peter Bergsma
Verschenen bij: Cossee
ISBN: 9789059365285
320 pagina's
Prijs: € 12,50

Meer van :

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník

Recent

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus
31 juli 2017

Het gitzwarte leven

Over 'Noordwaarts' van Naomi Rebekka Boekwijt
28 juli 2017

Het lot van een niet-joodse jood

Over 'Buster Kafka' van Martin Schouten

Verwant