De Johnny een nieuwe prijs voor podiumpoëzie

Door Ingrid van der Graaf

Er komt een nieuwe prijs voor podiumpoëzie, De Johnny een oeuvreprijs voor podiumpoëzie geïnspireerd op de dichter Johnny van Doorn (1944 – 1991). Met zijn explosieve poëzievoordrachten plaatste Van Doorn als geen ander de podiumkunst in de schijnwerpers. Eerder was er al een Johnny van Doornprijs die van 1993 tot 2012 jaarlijks werd uitgereikt, onder meer gewonnen werd door Simon Vinkenoog, Jules Deelder, Bart Chabot, Erik de Jong (Spinvis) en Nico Dijkshoorn.

Kanshebbers voor de nieuwe Johnny prijs zijn dichters, woordkunstenaars of podiumkunstenaars die in de breedste zin van het woord hebben bijgedragen aan de receptie van poëzie in het Nederlandse taalgebied. Dit kan met eigen werk zijn, maar ook een vertolking van werk van derden. De prijs bestaat uit een geldprijs van € 10.000, waarvan de winnaar, als stimulering, € 2.000 moet besteden aan een opkomend talent naar keuze.

De shortlist voor De Johnny wordt op 1 september bekend gemaakt waarna op 12 november, de geboortedag van Johnny van Doorn, de prijs wordt uitgereikt.

Naast de geldprijs ontvangt de winnaar de ‘Johnny van Doorntrofee’. Daarvoor is op het platform Voor de Kunst een crowdfundingactie gestart. Met de opbrengst daarvan zal een kunstenaar het ontwerp en de productie van de trofee uitvoeren.
Donateurs ontvangen voor hun bijdrage een leuke attentie!

 

De Johnny is een initiatief van de Arnhemse Stichting voor Poëzie en het Gesproken Woord. Prijs de Poëzie, onderdeel van de Poëzieclub, is verantwoordelijk voor de organisatie van de prijs.
www.prijsdepoezie.nl

 

 

Om Literair Nederland draaiende te houden, zijn wij afhankelijk van vrijwillige bijdragen. U kunt ons steunen via de rode knop. Waarvoor onze hartelijke dank!

Recent

26 december 2023

Beste boeken van 2023

26 december 2023

Een oeverloos bestaan

Literair Nederland - 10 jaar geleden

06 januari 2014

Een boer met een bibliotheek Een boer met een bibliotheek
Recensie door Adri Altink

Al op de eerste pagina legt Benno Bernard treffend uit waarom hij een landjonker is: ‘Gezonde buitenlucht snuif ik met welbehagen op; ik boots hier op mijn bekoorlijke platteland tussen voormalige boeren de voormalige landadel na. Daartoe bewoon ik een oud boerderijtje, cultiveer elf are grond en koester vele anachronistische inzichten, die muf ruiken in de neus van mijn tijdgenoten.’

Wie deze zinnen na lezing van het hele Dagboek (het bestrijkt de periode van 2008 tot de eerste dagen van 2013) nog eens terugpakt, merkt hoe kernachtig dat zelfportret is.