12 november 2012

De hormoonfabriek – Saskia Goldschmidt

Een goed verhaal met verleidelijke volzinnen

Door Thalita van Basten

Helemaal toevallig is het niet dat Goldschmidt een boek heeft geschreven over het succes van de farmaceutische multinational Organon. Organon was het eerste bedrijf waar de commercie en de wetenschap samen gingen werken. Arnold van Zwanenberg, telg uit familie van vee- en vleeshandelaren, begon een exportslachterij en breidde deze uit met vele nevenactiviteiten die weer leidden tot vele fabrieken, uiteindelijk overgenomen door Unilever. Bij Van Zwanenberg bestond de wens om het slachtafval uit de Zwanenberg-fabrieken nuttig te gebruiken. Er bestond reeds een vermoeden dat zich in dierlijke organen een aantal medisch nuttige stoffen zouden bevinden. Het was echter niet bekend hoe deze stoffen konden worden geïsoleerd. De hoogleraar Laqueur werd aangetrokken en werd wetenschappelijk leidinggevende. En deze Laqueur is de schoonvader van de vader van Goldschmidt. Goldschmidt kreeg toestemming om de archieven van Organon tussen 1923 en 1946 te bestuderen. Hierbij stuitte ze op een bericht van seksueel misbruik van een directielid. Ze werd nieuwsgierig. Wat was hiervan waar? Al snel was ze zo geïntrigeerd door de informatie dat er een roman ontstond in haar hoofd.

De hormoonfabriek gaat over het leven van de succesvolle ondernemer Mordechai de Paauw, Motke voor vrienden, en zijn zakelijke relatie met de beroemde farmacoloog Rafael Levine. Mordechai wordt in de jaren 20, na de dood van zijn vader, algemeen directeur van een goedlopend slachtbedrijf en vleesfabriek. Zijn tweelingbroer Aron wordt adjunct-directeur. In de fabrieken worden 2.000 varkens en 350 runderen per dag verwerkt, ze produceren worsten, hammen, rookvlees, ontbijtspek en bacon voor de Engelse markt. Er is een reuzelsmelterij en een raffinaderij voor oliën en vetten en een zeepfabriek. Zelfs de varkensharen worden vermaakt tot borstels. Alles wordt gebruikt behalve de organen. Maar zoals Darwin al beweerde heeft alles een reden van bestaan. Mordechai verneemt geruchten dat er belangrijke stoffen uit de organen te halen zijn. Hij ziet een gat in de markt. Hij nodigt Rafael Levine, een groot wetenschapper, uit om eens van gedachten te wisselen over het samengaan van wetenschap en commercie. Na stevig onderhandelen besluiten ze met elkaar in zee te gaan. De eerste opdracht is insuline te standaardiseren en daarna moet Levine proberen uit orgaanvlees zoveel mogelijk stoffen te isoleren die als medicinale producten op de markt gebracht kunnen worden. Levine krijgt een goed geoutilleerd laboratorium met de nieuwste instrumentaria, de beste chemici en farmacologen. Mordechai wordt de commerciële man. Het is het begin van het bedrijf Farmacom.

De samenwerking gaat goed. Levine is een begenadigd wetenschapper en het bedrijf breidt zich meer en meer uit. Echter de spanning tussen commercie en wetenschap loopt op. Tussen deze twee gebieden zijn altijd spanningen geweest. De wetenschap heeft baat bij commerciële toepassingen van de wetenschap waardoor er meer geld binnenstroomt waarmee bijvoorbeeld betere instrumenten gekocht kunnen worden en beter personeel aangenomen kan worden. De handel wordt beter als gevolg van (baanbrekende) ontdekkingen. De spanning zit altijd in de tijd. Hoelang heeft de wetenschap nodig om naar buiten te komen met opzienbarende resultaten. Voor Mordechai ging dat vaak te langzaam en zijn relatie met  Rafael Levine komt steeds meer onder spanning te staan. Prachtig om de dialogen tussen deze twee grootheden te lezen.

Andere verhaallijnen zijn de relaties met de vrouwen maar vooral ook zijn relatie met zijn tweelingbroer. Motke is namelijk alles wat zijn broer Aron niet is. Motke wordt gestuurd door zijn hormonen, Aron heeft nog nooit een vrouw aangeraakt en zwelgt in zijn depressies. Na jaren ziet Motke ineens waar zijn broer aan lijdt: een tekort aan mannelijke hormonen. En laten zij nou een hormoonfabriek hebben. Motke zorgt ervoor dat zijn broer stiekem hormoonpreparaten toegediend krijgt; dit experiment eindigt desastreus en heeft gevolgen voor vele relaties.

Het verhaal speelt zich af vanaf de jaren 20 tot na de oorlog. Het verhaal wordt verteld door een 96-jarige Motke die gekluisterd in zijn bed ligt en niets meer kan dan denken. En hoe prachtig beeldend denkt hij. ‘Wat heb ik het gehaat geleefd te worden door die onbeheersbare driften. En wat heb ik ervan genoten. Daarom kijk ik nu met een mengeling van opluchting en grote droefheid naar de huidige staat van mijn geslacht, dat zachte, willoze, weke en doodse kwabbetje dat als een uitgezakte pancreas onder een lillende rand buikvel hangt, en de hele dag door stinkend vocht druppelt, omdat niet alleen ikzelf maar ook het beest zijn controle verloren is.’ (p 27)

Bij het uitbreken van de oorlog lukt het Motke op tijd te vluchten naar Engeland. Zijn vrouw en kinderen gaan onder protest mee, zijn voornamelijk Joodse vrienden blijven thuis. De oorlog is gruwelijk en de verliezen ook. Motke wordt harder en harder. Hoe beter de zaken gaan, hoe harder hij wordt in zijn opstelling. Iedereen vervreemdt van hem, maar hij leidt het bedrijf wel tot een multinational van naam.

De vertelstijl van Goldschmidt is boeiend, beeldend en humoristisch. Of je het nu met de levenstijl van Motke en zijn opvattingen eens bent of niet, de fantastisch geformuleerde passage over het bestaan van God is hilarisch.

Als er al een god bestaan heeft, dan was het een schlemiel. Niet meer dan een mislukte endocrinoloog die er niet in is geslaagd de weeffouten uit ons genetisch materiaal te halen. Als deze Jan Pappelepap in ons lab gewerkt had, zou ik zijn contract niet verlengd hebben en was hij er door mij hoogst persoonlijk uitgesmeten. Want die zogenaamde God is toch niet meer dan een gemankeerde opperchemicus met gebrek aan doorzettingsvermogen, creativiteit en intelligentie, die het niet gelukt is uit de zwadderige menselijke stof de talloze onzuiverheden te elimineren. Miljoenen jaren heeft Hij aan kunnen rotzooien en experimenteren en Zijn zogenaamde creatie, de mensheid, is nog steeds niets meer dan een debacle.’

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Motke. Een enigszins onbetrouwbaar perspectief. Als lezer moeten we hem geloven. Er is niemand die hem kan weerspreken; iedereen is dood. En zoals Goldschmidt zei in een interview in Met het oog op morgen: ‘Alleen overlevenden kunnen iets navertellen en geschiedenis wordt verteld door overwinnaars.’

De vrouwenverslinder Motke vertelt over zijn leven als zeer succesvolle Joodse zakenman die, voor de buitenwereld, een onbesproken blazoen had – de lezer weet wel beter. Die krijgt een uitstekend  inzicht in zijn handelsgeest, zijn commerciële talenten, zijn seksuele escapades met zijn werknemers, zijn hormoonexperimenten en zijn huwelijksproblemen. Het is aangrijpend dat juist zijn volstrekt niet door natuurlijke hormonen gedreven brave broer Aron, directielid op de achtergrond, wordt opgepakt voor seksueel misbruik van het lieve werkneemstertje Roosje, terwijl Motke al maandenlang met haar liep te ‘experimenteren’. Frappant is dat in de Van Zwanenberggeschiedenis de twee broers in de directie ook tegengesteld waren: de mecenas en het zwarte schaap. Echter het zwarte schaap, de commerciële directeur, werd opgepakt en diens broer had een onbesproken reputatie. De waarheid is hier dus omgedraaid.

Is het verhaal de waarheid? Het verhaal is gebaseerd op historische feiten. Goldschmidt geeft aan dat slechts het gegeven van seksueel misbruik door een directielid van Organon haar het idee voor een roman gaf. De rest van het verhaal is ontsproten uit haar brein. De groei van de fabriek is een feit, het isoleren van hormonen is een feit, de joodse directeuren zijn een feit, het vergrijp van een directielid is een feit en dan houdt het wel op met de controleerbare zaken. De rest van het verhaal is fictie. Het seksueel misbruik is uiteindelijk maar een klein radartje in het geheel. De gevolgen zijn wel immens. Het is ook bijzonder interessant om te lezen hoe het proces in zo’n laboratorium in zijn werk gaat en hoe de uitvindingen weer verkocht worden aan het buitenland. Het is een soort wedloop tussen de landen. Wie vindt er het eerst wat uit? De concurrentie is moordend.

Wat is waar? Maakt het uit? Goldschmidt heeft een boeiend verhaal geschreven waarbij ze de lezer verleidt met prachtige volzinnen en meeneemt in de wereld van Motke en een tijd waarin veel gebeurde en niemand ongeschonden uit de strijd kwam. De hormoonfabriek is een goed verhaal geworden.

 

 

 

De hormoonfabriek
Saskia Goldschmidt
Verschenen bij: Cossee, Uitgeverij
ISBN: 9789059364882
288 pagina's
Prijs: € 12,50

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant