20 januari 2009

De Gids januari 2009

De redactie van Literair Nederland vraagt voor dit nummer van de Gids speciale aandacht voor de bijdrage van Ad Maas: ‘Kroniek van een onvolkomen ontdekking’ een mooi staaltje wetenschapshistoirie zoals je in geen ander tijdschrift aantreft. Warm aanbevolen verder met:

Willem Otterspeer Nieuwsgierigheid
Piet Gerbrandy Een vleermuis in de avond
Annet Mooij Over nieuwsgierigheid
Maarten Asscher Over de nieuwsgierigheid als een zaak van leven en dood
Willem Otterspeer Ik ben niet nieuwsgierig (bleu)
Andrew O’Hagan Wat we allemaal niet weggooien
F. Starik Gedichten
Ad Maas Kroniek van een onvolkomen ontdekking
Dirk van Weelden Literair overleven
Laurens van Krevelen Red de literaire cultuur!
René van Stipriaan Oorlog in het schrijversbestaan; Naar aanleiding van Dirk van Weelden, Literair overleven
Arie Altena Aanvallend spel voor lezers
P.F. Thomése Luchtzoenen in een erotisch taaluniversum; Over de roman Billy Doper van Jacob Groot
Jacob Groot Kroning ? Gedichten
Arjen Mulder John Cowper Powys worden; De vier vroege romans
N.G. van Kampen De bètacanon; Wat iedereen moet weten van de natuurwetenschappen
Michiel Leezenberg De bètacanon

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer