Maria Barnas – Altijd Augustus

De Duivelsverzen als vertrekpunt

Recensie door Ingrid van der Graaf

De puberteit –  ook wel bekend als de jaren des onderscheids – zou wel eens de eenzaamste periode in een mensenleven kunnen zijn. Het ontstaan van emotionele breuklijnen tussen binnen- en buitenwereld: het voorheen nog als veilig ervaren ouderlijk gezag wordt opeens gewantrouwd. En als dat ook nog samenvalt met een uiteenvallende realiteit, dan wordt er houvast gezocht in eigen gevonden betekenissen. Veel jonge mensen waarvoor de realiteit bedreigend is, keren zich naar binnen, of lopen weg van huis, zoekend naar een beginpunt om een leven aan te vatten. Zo ook Augustus Antenne (een zonderlinge naam, voor een bijzonder meisje) in de tweede roman van Maria Barnas (1973). Augustus loopt niet weg van huis maar verwijdert zich van haar familie door De duivelsverzen van Salman Rushdie te nemen als coach op zoek naar houvast.

Op zich een sterk gegeven; een puber die een boek als De duivelsverzen leest waarvan menigeen toentertijd moest toegeven er niet doorheen te komen. Onwaarschijnlijk is niet dat dit meer te maken heeft met de verdichte geest van de volwassenen dan met het boek zelf. Er zijn boeken die niet helemaal gelezen hoeven te worden en die je toch een eind op weg helpen je existentiële richting te bepalen. Augustus heeft in eerste instantie genoeg aan de eerste bladzijden van het boek – of nee, eigenlijk de verbranding van het boek die ze op tv zag – brengt haar in beweging. Waarna ze het boek twee keer leest, voornamelijk omdat ze aan het eind van de eerste lezing pas zag hoe alles in elkaar greep. Waarmee gezegd wil zijn dat alles achteraf pas duidelijk wordt. Waarmee ook duidelijk is dat – ondanks de summiere verhaallijn en dat de korte hoofdstukken met titels als: Redenen, Stromen, Fragmenten, Kolken, Huizen in willekeurig volgorde gelezen kunnen worden – dit boek tot de laatste bladzijde gelezen dient te worden.

Grote afwezige
Augustus is een eenzelvige jongere, zonder vrienden en daar ook niet naar op zoek. Ze bereidt zich voor op een spreekbeurt over De duivelsverzen. Over de opbouw van die spreekbeurt is ze van mening: ‘Ik hoef niet bij het begin te beginnen, (..). Ik kan er, als dat lukt, ook mijn eigen verhaal van maken.’ Daarmee aangevend dat we van alles wat we lezen ons eigen verhaal kunnen maken; dat het verhaal van de schrijver ondergeschikt is aan wat de lezer er in ontdekt.
Augustus’ vader is voorgoed vertrokken en stuurt haar cassettebandjes met zijn motieven, zijn voorliefdes en voorbeelden uit de kunstwereld. Augustus hoort hem aanvankelijk aan vanuit een behoefte, maar door het eenrichtingsverkeer – zij kan hem niets sturen want heeft geen adres – gaat het haar tegen staan en wil ze loskomen van hem. Haar moeder gelooft dat haar man elk moment kan terugkeren en schuift – in afwachting daarvan – constant met meubels door het huis alsof elke nieuwe opstelling de belofte van terugkomst inhoudt. Haar oudere zus schrikt van haar uitbarstingen; Augustus gaat verder waar haar zus het ergst mogelijke – ik wou dat ie dood was – al heeft uitgesproken, roept Augustus: ‘In gedachten snijd ik hem in honderd dobbelstenen.’

Ze becommentarieert het leven van haar ouders en haar zus, dat storend voor hen is, maar niet voor de lezer. Dat wijsneuzige geeft goed aan hoe het in ons hoofd werkt, waar de gedachte eerlijker is dan wat we zeggen. Een puber maakt daar nog geen onderscheid in. Augustus’ gedachten hebben een sterke werking naar het einde toe; een binnenwereld waarin dromen mytische vormen aannemen. Zo verbergt ze in een schuurtje in de tuin Salman Rushdie tot de fatwa – uitgesproken door Khomeini – opgeheven is. Ze brengt hem dagelijks haar eten, zonder dat haar moeder dit merkt. Waardoor een beeld ontstaat van een meisje dat zichzelf uithongert en gevangen zit in haar wereld.

Een vertrekpunt
De uiteindelijke spreekbeurt van Augustus, die als ondertitel heeft: ‘Hoe Augustus Antenne een huis werd,’ begint zo: ‘Toen Augustus voor de zoveelste keer dacht dat de boerderij aan de overkant van de straat als een groot schip voorbij trok, in plaats van de beweging te herkennen in de wolken die door stevige zeewind massief en wit langs de daken werden gejaagd (…) bedacht ze dat er iets wezenlijks aan haar ontbrak. 

Op zoek naar houvast, naar een innerlijk kompas en dat vond ze in De duivelsverzen. In haar spreekbeurt beschrijft ze haar zoektocht naar een nulpunt in de vorm van een huis vanwaaruit ze aan het leven kan meedoen. Aan het einde verandert ook vrij ongemerkt de leeftijd van Augustus. Was het hele boek een schrijven vanuit een jongvolwassene, aan het eind spreekt duidelijk een twintigjarige – dit staat, let wel, in de spreekbeurt vermeld – die een afspraak maakt bij de huisarts omdat ze nog steeds zoekende is in het fantastische slotstuk:

‘De arts wist niet wat hij moest zeggen toen hij een klein appartement zijn spreekkamer zag binnenkomen. Het was een lichte ruimte met hoge ramen. Er lag een houten vloer en aan de muren hingen schilderijen, zeefdrukken en ansichtkaarten die gedachten uitlokten aan andere landen, andere levens.
Andere landschappen en andere leugens.
Er viel eigenlijk niets op aan te merken.’

Wat een prachtige manier is om te laten zien dat achter mooie, lichte, kunstzinnige façades, de zoektocht nooit eindigt. Gaat het dan over geluk, dat Augustus zoekt? Invulling van haar leven? Nee, vermoedelijk dat dit noodzaak is om te leven: steeds opnieuw een vertrekpunt zoekend om verdichting van geest tegen te gaan.

Altijd Augustus is een bijzonder en imaginair vertelsel dat in mooie, onderzoekende en betekenisvolle taal is geschreven. Bij het slot gloort enige openheid – want schrijft elke schrijver, hoe fictief ook, niet eigenlijk over zichzelf? – die je doet terugbladeren naar het begin. Stukjes vallen op zijn plaats en lijken twee verhalen – De duivelsverzen en Altijd Augustus – op een bepaalde manier in elkaar te grijpen. Waardoor je het nog eens wilt lezen. En daar is niets op aan te merken.

 

 

Omslag Altijd Augustus - Maria Barnas
Altijd Augustus
Maria Barnas
Verschenen bij: Van Oorschot
ISBN: 9789028261563
188 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Ingrid van der Graaf:

Een Tirade waardig...

Over 'Tirade 468 en 467' van Redactie o.a. Daan van Doesborgh, Roos van Rijswijk, Anja Sicking.

What's in a design

Over 'Kluger Hans' van Redactie o.a. Jonas Vanderschueren, Anton Steen, Dorien De Vylder,

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale

Verwant