11 oktober 2016

Voetbal – Jean-Philippe Toussaint

De dood op afstand houden

Recensie door Huub Bartman

Volgens Toussaint wordt het belang van het voetbal bepaald ‘in de wereld van de verbeelding en alleen daar op waarde geschat’. Als kleine jongen wil je bij een potje straatvoetbal graag Johan Cruijff zijn. Je droomt van schitterende schijnbewegingen, maar de realiteit valt doorgaans tegen. Op de kinderjaren, de tijd van de dromen, volgt onvermijdelijk de pubertijd, de tijd van de teleurstellingen en uiteenspattende dromen. Vandaar dat hij het voetbal elders ook  wel ‘bederfelijke waar’ noemt. ‘Dromen zijn bedrog’, zouden wij zeggen, maar om te leven heb je dromen nodig.

Als een mens een bepaalde tijdsspanne te leven heeft, kan hij dit alleen maar welgemoed volbrengen door te dromen. Dromen zijn voor Toussaint eigenlijk een intensivering van de tijd. Zo ook dus de voetbalwedstrijd. Deze duurt, inclusief de pauze, exact anderhalf uur. Dat is de tijd om (mee) te leven met het spel van 11 van de 22 artiesten. In die tijd mag je ongegeneerd chauvinistisch zijn. Je laat toe dat het verstand ‘op nul gaat’, je laat je agressieve driften de vrije loop en maakt de scheidsrechter en de tegenstander uit voor rotte vis. De spanning kan hoog oplopen en leiden tot tranen van vreugde en verdriet. Het is een soort catharsis, een klaarkomen in de schoot van een vrouw. Na de wedstrijd is er weer de echte tijd. De wedstrijd houdt de dood eventjes radicaal op afstand.

Voetbal is nauw verbonden met de seizoenen. Je kijkt uit naar het begin van het nieuwe seizoen. De spanning: hoe zal jouw club of land het dit jaar doen? De teleurstelling aan het eind: je club is weer niet verder gekomen dan de grauwe middenmoot. Het voetbalseizoen bepaalt het ritme van het leven van alledag. Het voetbal is ook nauw verbonden met de weemoed van de kinderjaren: in het gezelschap van je vader en je broers maakte je elke veertien dagen de gang naar het stadion en luisterde naar de voetbaluitslagen opgelezen door Frits van Turenhout.

Aan de hand van vijf Wereldkampioenschappen voetbal schrijft Toussaint over het leven en de dood, over de tijd, over hartstocht en bezinning en over de spanning tussen deze dingen. Zo begint hij bewust met het door zijn jaartal al haast mythische WK van 1998, toen hij voor het eerst enthousiast over voetbal begon te schrijven. 1998, een jaartal verzonken in de nostalgie van de tijd van een vorig millennium, prehistorisch bijna, een zwartwit foto nog. Hij eindigt met het WK in Brazilië van 2014. Hij heeft het eigenlijk helemaal gehad met het voetbal. Dit gevoel van teleurstelling valt samen met een crisis in zijn leven: de dood van zijn vader en het eind van een periode van tien jaar schrijven aan zijn romancyclus. Hij gaat zich vragen stellen naar de zin van het leven en van zijn literaire betrokkenheid. In die zin is het boekje van Toussaint sterk autobiografisch. Het boek Overleven van de vuurvliegjes van Georges Dibi-Huberman en het werk van Hannah Arendt zetten hem weer op het juiste spoor. Hij begint te beseffen dat de dagelijkse dingen alleen betekenis voor hem krijgen als hij bezig is met het schrijven van een boek, zijn verdikking van de tijd, zijn persoonlijke voetbalwedstrijd om ‘de dood eventjes radicaal op afstand te houden’, en dat het belang van zijn werk ligt in het belang van vuurvliegjes in de nacht, nl. het afgeven van een signaal, iets kleins en zeldzaams zoals die schitterende schijnbeweging van Cruijff of dat wonderschone doelpunt van Maradonna, kortom, het scheppend bezig zijn om anderen wellicht een moment van gelukzaligheid te schenken in hun persoonlijke voetbalwedstrijd.

Het boekje van Toussaint is een fraai gecomponeerd kleinood. Je leest het en herleest het, niet omdat het moeilijk leesbaar is, maar wel om de schoonheid van de gedachte goed tot je te nemen en je te laten nadenken over je eigen kijk op het leven.

 

 

Voetbal
Jean-Philippe Toussaint
Vertaling door: Marianne Kaas
Verschenen bij: Uitgeverij Vleugels
ISBN: 9789078627210
72 pagina's
Prijs: € 17,95

Meer van Huub Bartman:

7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist
2 augustus 2017

Jannie Regnerus gebruikt geen woord te veel

Over 'Nachtschrijver' van Jannie Regnerus