15 augustus 2011

De bodem van de pan – Florence Aubenas

In een tijd van massaontslagen en stijgende werkloosheid neemt de Franse journaliste Florence Aubenas de proef op de som. Een halfjaar lang verruilt ze Parijs voor de voor haar onbekende stad Caen in Normandië, om daar anoniem op zoek te gaan naar werk. Met alleen haar middelbareschooldiploma op zak vecht ze samen met een duizendtal andere werklozen voor een plek op de arbeidsmarkt. Het blijkt een uitputtende strijd, die niet meer oplevert dan een reeks slecht betaalde baantjes. Desondanks schetst Aubenas een hoopgevend beeld van deze werkende armen, die met humor, doorzettingsvermogen en solidariteit weten te overleven aan de onderkant van de samenleving.

De bodem van de pan sloeg in Frankrijk in als een bom. Er zijn inmiddels 300.000 exemplaren van verkocht.

‘Het relaas van Aubenas is in vlotte reportagestijl geschreven, zonder pathos of zelfmedelijden, en komt juist daardoor zo sterk over.’ De Standaard

De bodem van de pan

Auteur: Florence Aubenas
Vertaald door: Frans van Zetten
Verschenen bij: Uitgeverij Atlas (juni 2011)
Aantal pagina’s: 296
Prijs: € 21,95

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer