Anna Enquist – Nieuws van nergens

‘…de beste Enquist-bundel tot nu toe’

Recensie door Karel Wasch

 

 

De zevende bundel gedichten van Enquist is in een fraai vormgegeven boekje tot ons gekomen. De Arbeiderspers heeft er op een smaakvolle manier een omslag omheen gedaan en ook het lettertype is secuur gekozen. Het is duidelijk dat we na Vasalis met een gearriveerde dichteres te maken hebben. Is deze bundel wat we ervan mochten verwachten?

De vijf cycli zijn grofweg gegroepeerd rond de thema’s: Weer en binnennatuur, verdriet, muziek en het innerlijk behang, buitenwereld en persoonlijke beleving.
Maar bovenal schrijft Enquist in deze bundel over wat Goethe zou zeggen: Das Menslich al zu Mensliche oftewel verdriet en hartstocht en het verstrijken van de tijd. De dood van haar dochter komt weer om de hoek kijken in o.a.

 

Fantoom

Het is een woord voor pijn die geen
bestaansrecht heeft; je lijdt aan
een afwezigheid, je snakt met hart
en huid naar wat er eerst nog was.

Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk
op, je strekt je armen blind naar
de verzaagde voet, een leegte,
het verdwenen kind. Het is een naam

voor wat zich voordoet in de zestien
meter van de ziel: een spookbeeld snelt
de doelmond in en doet alle verlies
teniet, maakt alles goed.

En we kunnen zien dat de dichteres nu iets meer afstand heeft tot het verlies dan vroeger, de laatste strofe biedt iets van uitkomst. Wel is ze nog steeds woedend op het Amsterdamse stadsbestuur, dat laks reageerde en de verkeerssituaties niet genoeg aanpakte, het verplichte instellen van de dodemansspiegel op vrachtwagens bijvoorbeeld versliep. Het vers heet de Straatstenen van Amsterdam maar is opgedragen aan de Gemeenteraad van de hoofdstad. Gelukkig zijn er net zoals in Soldatenliederen en Jachtscènes de twee eerste bundels van de dichteres ook weer schitterende natuurbeschrijvingen zoals in

Uitnodiging om te schaatsen

Toen hier bergen waren, besneeuwde
hellingen en zwarte kloven, bewogen
wij tussen hoogte en diepte, hijgend,

huiverend. Zuur moeras vrat de rotsen,
water drong zich in groeven en gaten.
Het heet modder. Groeit er gras op

spreken wij van weide; plassen noemen
we de rest. Onder de spiegel verzonken
ministers (vermoedelijk waterstaat), thee-

serviezen,de brieven. Leegte daarboven.
Je moet geloven dat grijs het ijs zich
uitstrekt, grijp mijn gehandschoende hand.

Dan ademloos razen op snijdende ijzers;
we krassen de namen in sneeuw. Ik lik
het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom.

De natuur als vervoermiddel voor hartstocht. In de cyclus over muziek ‘met esdoornhout en paardenhaar’ wordt de cello neergezet als een boodschap: Het gaat niet door! Wat een vondst, de lezer wordt gedwongen na te denken of hij het ermee eens is. En in het vers Van verre opgedragen aan Leonard Nolens schetst ze even de relatie tot andere dichters: (…) Ze vangen van elkaar verzen op, verstaan ze half, in tegenwind.(…).De onmogelijkheid van de ene dichter om de andere volledig te verstaan, volstrekt eerlijk neergezet.

Enquist laat ons in deze bundel zelden met een rustig gevoel achteroverleunen. Er waait op de achtergrond een onrustige wind, we moeten op onze hoede zijn. Dat komt tot een soort apotheose in het titelgedicht Nieuws van nergens. Ergens is een orkaan en mensen hier zien dat op de televisie, ze kunnen hun ogen sluiten of naar een andere zender doorzappen, maar de verslaggever op de beeldbuis vervult de rol van machteloze. (…) Maar tot het zover is staat op een berg/ te dun gekleed, iemand te briezen/ en een microfoon, een eindeloze stroom/ met nieuws van nergens (…)

De hoofdpersonen in deze verzen zijn eigenlijk in hun nietigheid, hun twijfels bijna nergens. Ze treuren, ze kunnen elkaar niet bereiken of zijn al dood voordat ze iemand ontmoeten zoals in het fraaie vers over Elvis, Een dikke jager, waarin een fietser, die lijkt op Elvis de oude moeder komt bezoeken. Hij ziet eruit als Elvis, die zij zo bewonderde, maar nu is het te laat.(…) De glitters waren van zijn pak gesleten/ maar het kon niemand ontgaan, daar/reed Elvis in zijn nadagen.(…)

Een en ander zou tot de sombere gedachte kunnen leiden, dat Enquist ons een erg sombere boodschap wil meegeven. ‘Maak je geen illusie, alles gaat uiteindelijk op niets af, er is geen hoop. Of nog erger: Maak je geen illusies, je verandert er toch weinig tot niets aan.’  Dat is echter niet waar, tussen de regels door van bijna alle verzen sijpelt de zachte vriendelijke toon van een gevoelige natuur. Na de schaatspartij in Uitnodiging om te schaatsen lezen we waar het eigenlijk om was begonnen (…) grijp mijn gehandschoende hand/ Dan ademloos razen op snijdende ijzers/ we krassen de namen in sneeuw. Ik lik/ het gruis uit je ogen. Kom dan. Kom(…) Bij slechte dichters staat de poëet vaak tussen zijn gedicht en de lezer. Bij Enquist is dat andersom, ze dringt zich niet op, maar soms – heel even- duikt ze op achter de regels met een kwinkslag of een mooie gevoelige gedachte. Met zachte stem.

Dit is de beste Enquist-bundel tot nu toe. En dat belooft nog veel goeds.

 

Omslag Nieuws van nergens - Anna Enquist
Nieuws van nergens
Anna Enquist
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789029572149
57 pagina's
Prijs: € 13,50

steun-ons

Vond u dit een boeiende bijdrage? Help ons dan om hoogwaardige en interessante boekbesprekingen en berichten te blijven publiceren!
Met 4 redacteuren en zo’n 40 medewerkers - allen onbetaald -, publiceren we op jaarbasis meer dan 200 recensies, berichten, columns en interviews. Dat doen we al 15 jaar. Ons grote archief willen we beter vindbaar maken. Dat kost ongeveer
€ 1.200,-. Uw hulp daarbij waarderen wij enorm!

Meer van Karel Wasch:

Recent

24 april 2018

Magie en melancholie en zintuiglijke belevingen

Over 'De zee heeft honger' van Kira Wuck
23 april 2018

Particuliere roerselen van Chris J. van Geel en Judith Herzberg

Over 'Brieven 1962-1974' van Judith Herzberg; Chris van Geel
20 april 2018

Ik ben buiten, dus ik ben

Over 'Rotgrond bestaat niet' van Gerbrand Bakker
19 april 2018

Getrotseerde aanvallen op het vaderschap

Over 'Vaderinstinct' van Hans Boland
18 april 2018

Tja

Over 'Ik, J. Kessels' van P.F. Thomése