De allerhoogste

Waddenblog door Hans Muiderman

Prachtig, prachtig Nederland. Kan ik zo een blog beginnen? Het is vroeg in de ochtend en er waait een koude wind. Ik sta op de hoek van het Underom in Hegebeintum. Vanuit een laag perspectief kijk ik naar een kerk. Zo’n steile terp heb ik nog nooit gezien. Friesland is er trots op: de hoogste terp van Nederland, negen meter boven NAP. Het lijkt alsof de kerk uit de terp is gevormd. Zo steil is de zuidwand die bijna tot aan de kerkmuur is weggegraven.
Mijn enthousiasme wordt ook veroorzaakt door het contrast van het silhouet van de kerk met een enorme caravan die vlak daarnaast (ook bovenop de terp) onder een afdak staat. De schoonheidspolitie van het landschap, als die bestonden, zou de caravan al lang verwijderd hebben. Maar juist de tegenstelling tussen lekker-op-vakantie-gaan en het dienen van de allerhoogste ontroert in dit verstilde landschap.

Een paar uur later loop ik onder leiding van een gids het steile pad op. Hij vat de organisatie van het geloof van toentertijd eenvoudig samen: hoe meer men met de kerk te maken had, hoe meer geld je daaraan besteedde, des te groter de kans op een plaats in de hemel. De koude wind is gaan liggen.
Bij slordige afgravingen, vertelt de gids, zijn hier doodskisten gevonden. Lichamen van mannen, zegt hij, gingen hun kist in met speerpunten en dobbelstenen en vrouwen met hun breipennen. Hij laat even een stilte vallen. Rolpatronen zijn van alle tijden. Ook zijn uitleg over de geschiedenis van het geloof is helder. Als we binnen in de kerk staan vat hij de Reformatie samen: wat nu de IS doet, deden toen de protestanten.

Hij wijst naar de pilaren die het balkon met daarop het orgel steunen. Ze komen uit de Laurenskerk waarvan, in het platgebombardeerde Rotterdam, alleen de toren was blijven staan. Mijn grootvader, een Rotterdammer, trok me op zijn schoot en liet de foto zien in het midden van het boek Rotterdam brandt. Gods huis overleeft alles, zoiets zal hij gemompeld hebben. Elke keer als ik in Rotterdam logeerde, liet hij me die foto zien. De pilaar die ik nu aanraak, lag toen tussen het puin.

 

De gids wijst op de schitterende rouwborden, laat het tafeltje zien waarop het opgehaalde muntgeld geteld werd. Hij wijst naar boven waar een stukje van een eeuwenoude fresco zichtbaar wordt.
Ik moet denken aan de Fanefjordkirke op het eiland Møn in Denemarken. Een kerkje dat in dezelfde tijd (12e /13eeeuw) gebouwd werd als deze Nicolai-kerk in Hegebeintum. Ik schreef, toen ik daar die fresco’s zag: ‘In mijn gedachten hoor ik een stem van lang geleden, uit de tijd van voor de boekdrukkunst. De kerk zit vol mensen en de man vooraan vertelt. Priemend wijst hij met zijn vinger naar de afbeeldingen […]. Hij vertelt over hel, verdoemenis en de wonderbaarlijke visvangst. Iedereen kijkt omhoog en de hoofden draaien mee met het verhaal van de man.’*)
Ooit waren de fresco’s dé manier van vertellen: de bijbel als een stripverhaal.

In het groepje dat rondgeleid wordt, is een organist. Via een steil trappetje gaan we naar het orgel. Hij zet in: A toi la gloire van Händel. Een christelijk lied.
En als ik terugloop, het steile pad af naar beneden, besef ik dat ik in dit eerste jaar van mijn waddenreis al voor de derde keer schrijf over het geloof. Met droge ogen beweer ik graag dat we de vrijheid van godsdienst moeten afschaffen omdat dit in onze grondwet via de vrijheid van meningsuiting is geregeld. Ik heb nooit geloofd zoals gelovigen dat doen, dus het afscheid van God ging bij mij als vanzelf. Maar nu, weer staand op de hoek bij het Underom, dringt zich een vraag op. Het zal toch niet zo zijn dat we met het ‘afschaffen’ van God ook alle rituelen en verhalen hebben weggegooid?

 

 

*)
Uit: Hanze! daar waar de reis naartoe gaat.

Hans Muiderman reist graag langs de Wadden. Hij bezoekt niet alleen de eilanden maar ook de kustgebieden tot waar de zeeklei ophoudt en het hogere land begint. Zijn reizen gaan van de Kop van Noord-Holland tot het midden van Jutland in Denemarken. Hij reist niet in die volgorde maar ‘springt heen en weer’.

 

 

 

foto: Anneke van Kroonenburg

Recent

19 september 2018

Omdenken in optima forma

14 september 2018

Een meer van wanhoop

Literair Nederland - 10 jaar geleden

03 oktober 2008

Niet overtuigend maar wel sterk in het laatste deel
Recensie door Menno Hartman

Coen Peppelenbos debuteerde onlangs met de roman Victorie, een roman in drie delen. In het eerste deel wordt Merijn – broer van de hoofdpersoon – gevolgd nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood is.

Het tweede deel van de roman gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf, Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien.

Lees meer