16 maart 2024

Dampen in series

Fotosynthese door Nicole Montagne

 

(Klik op de foto om de hele achtergrond te zien)


Jaren geleden begon ik op Pinterest afbeeldingen van foto’s en kunstwerken te verzamelen. Mijn aandacht verslapte echter vrij snel. Ik ben niet zo’n verzamelaar. Om het monotone vergaren te ontvluchten, ging ik afbeeldingen met elkaar vergelijken. Das Balkonzimmer van Adolph von Menzel bijvoorbeeld, leek vrij veel op een schilderij van Jakub Schikaneder dat ik kende. En ook tussen een foto van Saul Leiter en een prent met een Chinees handschrift zag ik een gelijkenis, of tussen een druksel van Hendrik Werkman en een foto van László Moholy-Nagy. Zo kreeg ik er alsnog lol in. Buiten Pinterest om ging ik verder. Nooit ben ik bewust naar parallelle beelden op zoek gegaan, ik voegde alleen iets toe wanneer een bepaalde voorstelling direct een ander beeld opriep en wel een die zich in mijn hoofd, dus in mijn eigen ‘databank’, bevond. Het werd een sport met eigen regels.

Dit leverde me op den duur een aardige collectie evenbeelden op. Soms is de overeenkomst tussen de voorstellingen letterlijk: een paar personen met eenzelfde blik, enkele interieurs met eenzelfde lichtval en compositie. Vaker echter hebben de beelden niks met elkaar te maken en lijken ze tóch op elkaar. Dat zijn de meest intrigerende. Voor nu wil ik eenvoudig aftrappen en wel met twee rookwolken die op elkaar lijken. 

In het essay ‘IJle substantie’ uit de bundel Verborgen verwantschappen van Rudy Kousbroek is een foto opgenomen van een jonge vrouw met een sigaret. De vrouw, ze heeft een licht peinzende en neerwaarts gerichte blik, blaast een dunne rookwolk uit. In deze flard is zonder al te veel moeite het hoofd van een paard te herkennen. Kousbroek beweert dat de vrouw zichtbaar kan maken waar ze aan denkt: aan haar lievelingspaard dat onlangs door haar vader is verkocht. De vrouw, nog altijd volgens de auteur, doet een poging het dier weer op te roepen. Kousbroek weidt uit over ‘materialisatie’ en ‘ektoplasma’, dan wel een ‘tijdelijke verstoffelijking van de geest’, en memoreert een medium uit zijn jeugd, ene Eusapia Palladino, die van alles kon waaronder hele menselijke gestaltes en gezichten voortbrengen, of handen vanachter een gordijn. Kousbroek meent zich zelfs te herinneren dat bij Eusapia het ektoplasma uit haar oor tevoorschijn kwam; net als de mond of de neus tenslotte ook een gat in het hoofd. 

Dat waren nog eens tijden. Ik herinner me een verhaal van mijn moeder. Hoe zij als zestienjarige haar oudere zus eens vergezelde naar een zogenaamde duiveluitdrijver. De zus dacht in die tijd dat de duivel op haar nek zat, zo ongeveer tussen haar schouderbladen. De duiveluitdrijver, ook wel ‘strijker’ genoemd, gleed met zijn handen tijdens de met rituelen behangen sessie behoedzaam langs de rug van mijn tante. Daarna schudde hij zijn handen vol afschuw en rillend van zich af.  Dit herhaalde hij enkele malen. Ook de strijker was een soort medium, een tussen-lichaam als het ware, via welke de duivel weer verdwijnen kon. 

Tja. De vrouw. De foto. Het paard. Het moet allemaal in mijn achterhoofd zijn blijven hangen want toen ik op een dag een willekeurige krant doorbladerde, zag ik een foto die zeer veel leek op het beeld dat Kousbroek had beschreven. Kijk nu toch eens, dacht ik meteen, Helmut Schmidt kan het ook! Wat? Nu, paardenhoofden blazen. En ook bij hem lijkt het een fluitje van een cent.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een cruciaal verschil tussen de rokende Schmidt en de jonge vrouw is echter niet zozeer het verschil tussen pijp (hij) en sigaret (zij) maar vooral dat zíj haar ogen heeft gesloten waar híj ze heeft geopend. De vrouw is veel geconcentreerder aan het roken dan dat hij het is. De foto van Schmidt is afgesneden, ik kan niet zien wat hij doet. Maar het komt me voor dat hij zich gelijktijdig met iets anders bezighoudt. Misschien is hij aan het lezen, zijn blik is vrij gericht. En juist deze bij-bezigheid zou zijn ongeconcentreerde roken weleens kunnen verklaren. Ongeconcentreerd ja, want als ik goed kijk, ontwaar ik niet een, maar twee hoofden in de rookflarden van de gewezen bondskanselier en mede-uitgever van Die Zeit. Het eerste paard dat hij wilde formeren, is mislukt (dat lijkt bij nader inzien veel meer op een hondenkop) en daarom walmt hij er nog een achteraan. Het tweede hoofd heeft al iets meer van een paard weg. Ik weet niet wat Schmidt hierna gaat blazen, en of hij altijd in series dampt. Het maakt ook weinig uit. Knap is het sowieso, twee paarden tegelijk materialiseren, of een hond én een paard. En dat terwijl hij simultaan een paar beleidsstukken doorneemt, of een artikel voor zijn krant bewerkt.  Het is zonder meer roken op niveau. Maar ik ga uiteindelijk toch voor de perfectie van de jonge vrouw. Zij heeft een bijna volmaakt, zuiver paardenhoofd geblazen. En, veel belangrijker nog, het lijkt haar niks te kunnen schelen. Zij is elders.

 

 


Nicole Montagne (1961) is schrijfster, illustratrice en grafica. Zij publiceerde verschillende verhalen en essay bundels, waaronder De verzuimcoördinator