Cruciale momenten

Tijd werd opeens schaars dus haastte ik me dinsdag net voor sluitingstijd naar de bloemist. Daar zocht ik verschillende bloemen uit die de bloemenverkoopster tot een bos samenbond, er een goudkleurig papier omwikkelde. Ze begreep het wel, zei ze. Ik vond het niet eens raar dat ze me bij het verlaten van de winkel een fijne persconferentie wenste, ik ‘Insgelijks’ zei. Thuis maak ik een pastasalade, trek een fles wijn open, zet het keukenkrukje voor de bank, laptop erop, speakertje erbij. In de keuken maak ik een dressing van olijfolie, knoflook, citroensap, basilicum en honing, roep naar buiten, naar Mijn lief die daar iets aan het maken is, dat we kunnen eten. Er hangt iets in de lucht. Ik heb dat ook wel bij het openen van de mailbox, dat ik daar die ene, niet verwachte brief vind. Dat alles verandert. 

Ik verdeel de pastasalade over twee kommen. Denk aan de tijd toen iedereen dezelfde tv-programma’s keek, er de volgende dag over gesproken werd, hoe goed iets was, of hoe slecht. Het was makkelijk praten, we wisten niets van de wereld. Ik denk, ‘Wat behouden blijft’. Een titel die zich in me heeft vastgehaakt, als een angel in een vissenbek. Het leidt me af van het nieuws, dat toch eigenlijk oud nieuws is. Er is behoefte aan een verhaal dat zich langzaam ontvouwt, regel voor regel, alinea na alinea, vierhonderddertien bladzijden lang. Het begint zo, ‘Terwijl ik uit verwarrende dromen en herinneringen naar boven kom, slingerend als een forel opduik door de kringen van eerdere stijgingen, bereik ik het oppervlak. Mijn ogen gaan open. Ik ben wakker.’
Een man wordt gedesoriënteerd wakker, tijd en ruimte presenteren zich aan hem, ‘Het is duidelijk nog heel vroeg. Het licht dat door de kieren van de jaloezieën lekt, is niet meer dan een schemering. Maar ik zie, of herinner me, of beide, de gordijnloze ramen, de kale dakspanten, de houten wanden die leeg zijn, op een kalender na, die er acht jaar geleden geloof ik ook hing, toen we hier voor het laatst waren.’

Hij stapt uit bed, ‘Sally slaapt nog’ (zijn vrouw), loopt langs de kalender, ziet dat het toch een andere kalender is dan hij zich herinnert. ‘Er staat correct dat het 1972 is, en dat het augustus is.’ Het is dus de zomer van 1972, ik bevind me in een huisje met een man die op blote voeten naar de deur loopt, na een lange reis hier aangekomen voor een laatste ontmoeting met vrienden.
‘De deur kraakt als ik hem voorzichtig open. Een frisse lucht, een grijs licht, een grijs meer daar beneden, een grijze hemel achter de Canadese dennen waarvan de toppen een flink stuk boven de veranda uitsteken.’ Hij vertelt over de plek ‘waar gedurende de beste jaren van ons leven vriendschap een thuis vond en geluk zijn hoofdkwartier had.’ Waarna in flarden de cruciale momenten uit een levenslange vriendschap tussen twee echtparen wordt beschreven. Een prachtig verhaal, wonderlijk boek, niet eerder las ik zoiets. 

 

Wat behouden blijft / Wallace Stegner / vertaling Edzard Krol / 413 blz. / uitg. Lebowski (2015)


Inge Meijer is een pseudoniem, reist met een mondkapje, zoekt naar een goed verhaal.

 

 

Meer van Inge Meijer: