Poëzie

Poëzie met een lach en een traan

Recensie door Mathijs van den Berg

Chawwa Wijnberg (1942) debuteerde dertig jaar geleden met de bundel Aan mij is niets te zien. Behalve dichter is ze beeldend kunstenaar en columnist. Twee jaar was ze stadsdichter van haar woonplaats Middelburg.

Lees meer

Poëzie binnen de grenzen van het gewone

Recensie door Albert Hogeweij

Wie z’n klassiekers kent, valt het moeilijk niet aan Cruijff te denken bij de titel Gewoon logisch. Toch komt er in dit dichtersdebuut van Janine Jongsma (1965) geen hard-boiled Cruijffiaanse logica voor.

Lees meer

Poezië van een sterk stilistische eenheid

Recensie door Albert Hogeweij

Het is zijn weerspannige, evocatieve stijl die het hem doet. De Franse dichter René Char (1907-1988) is een van de belangrijkste dichters uit de twintigste eeuw van wie uitgeverij IJzer een tweetalige bloemlezing in vertaling van Anno Lampo negenendertig gedichten liet verschijnen.

Lees meer

Alle vogels kunnen maar niet de kraai of de specht

Recensie door Hettie Marzak

A.H.J. Dautzenberg is sinds augustus van dit jaar de negende stadsdichter van Tilburg. Hij heeft zich tot taak gesteld om in die functie binnen twee jaar 24 gedichten te schrijven, een per maand.

Lees meer

Ode aan het leven

Recensie door Mathijs van den Berg

De eerste van de vijf gedichtenreeksen in de nieuwe bundel van Frans Kuipers (1942), Alles waait, is getiteld ‘Het sterft van de verloren dromen hier’. De dichter is oud(er) geworden en beseft dat zijn leven voor het grootste gedeelte voorbij is, dus ook zijn dromen:

‘Want link is het en niet makkelijk te verstouwen,
ziektes die niet overgaan,
deuren voor altijd dichtgedaan,

Lees meer

Het is niet allemaal om te lachen

Recensie door Hettie Marzak

De Vlaams dichter Norbert De Beule (1957) was gedurende zevenentwintig jaar godsdienstleraar. In 2004 besloot hij uitsluitend voor de poëzie te gaan nadat hij in 2003 bekendheid kreeg met zijn bundel YELLe!.

Lees meer

Fraaie vertakkingen die ontstaan vanuit een wat troebele hoofdstroom

Recensie door Albert Hogeweij

De van huis uit filosofe Désanne van Brederode (1970) is bekend door haar romans, essays en columns waarin ze vaak levensbeschouwelijke thema’s aansnijdt. In haar werk is ze maatschappelijk betrokken;

Lees meer

Luisterrijk benoemen van het raadsel

Recensie door Mathijs van den Berg

Een nieuwe bundel van Anneke Brassinga is op voorhand een belevenis. Vijf jaar na Het wederkerige (2014), een tijdspanne waarin ze twee essaybundels publiceerde – Grondstoffen, (2015) en Hapschaar, (2018) –

Lees meer

Scheppen van een nieuwe beschaving als een moderne Tolkien

Recensie door Hettie Marzak

In zijn voorlaatste bundel Daedalea bracht Tomas Lieske zijn nieuwste held voor het voetlicht: Keto Stiefcommando, de leider van een groep jongeren die gestrand zijn in de faubourgs van Parijs.

Lees meer

Tijdsdocument met cultuurhistorische waarde

Recensie door Olivier Rieter

Fransen, zo wil het cliché, zijn vooral in Frankrijk geïnteresseerd. Als ze al over de grens kijken, dan niet naar Nederland. Daarom is het interessant dat Louis Aragon een dichtbundel wijdde aan ons land (dat hij Holland noemt).

Lees meer

Grappig en absurdistisch als buffer voor andere emoties in gelaagde bundel

Recensie door Hettie Marzak

De Vlaamse dichter Philip Hoorne (1964) debuteerde in 2002 in de Sandwich-reeks onder leiding van Gerrit Komrij. Hij schreef een verhalenbundel, stelde enkele bloemlezingen samen en zag zijn gedichten bovendien gepubliceerd in diverse literaire tijdschriften zoals Het liegend konijn en Poëziekrant;

Lees meer

Poëzie als zoektocht naar een gemeenschappelijke taal

Recensie door Mathijs van den Berg

De bundel Tijd van de aarde van de Russische dichteres Galina Rymboe (1990) kwam tot stand dankzij een crowdfundingsactie en is het zevende deel in de Sporenreeks voor hedendaagse experimentele poëzie van Uitgeverij Perdu.

Lees meer

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

17 november 2009

Zoektocht naar zijn verleden levert charmant boek op

Recensie door Rein Swart

De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Lees meer