Poëzie

Over kleine dingen die tot bezinning leiden

Recensie door Hettie Marzak

Willem Wilmink schreef voor Kees Stip een spitsvondig gedicht dat begint met de regel: ‘Hoe kan een naam zijn dichter sturen!’, waarin hij het aloude ‘nomen est omen’ nieuw leven inblies door een aantal dichters te noemen wier naam een kenmerk van hun poëzie zou aanduiden (‘en geen ooit puntiger dan Stip!’).

Lees meer

Een magere oogst van vier decennia poëzie

Recensie door Maarten Buser

Met flinke tussenpozen heeft R. A. Basart poëzie gepubliceerd. Hij debuteerde met een gedichtenbundel in 1974; drie jaar later verscheen zijn tweede, en twintig jaar later publiceerde hij zijn eerste roman.

Lees meer

De lezer blijft peinzend en knikkend achter

Recensie door Casper van der Veen

Ilse Starkenburg is geen dichteres van de complexe, moeilijk te ontwaren metaforen – zoals veel, met name jonge puzzelpoeëten dat tegenwoordig vaak wel zijn. Toch kan Starkenburg met haar relatief eenvoudige en vaak spaarzame taalgebruik in een schijnbaar simpele vergelijking hele universa oproepen.

Lees meer

Een rasechte lyricus aan het woord

Recensie door Reinder Storm

‘geen ander antwoord’ zijn drie woorden uit de verantwoording van deze bundel gedichten van Frans Kuipers (Vught, 1942). Gewoonlijk staat in zo’n verantwoording dat sommige gedichten in iets andere vorm elders al eens gepubliceerd zijn of wordt de aanleiding van een bepaald gedicht nader toegelicht.

Lees meer

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Recensie door Rob Molin

De naam Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992) wordt vaak in één adem genoemd met die van Hans Sleutelaar, Hans Verhagen en Jules Deelder. Zij zijn bekende performers of, specifieker, ‘aucteurs’ waarvan er anno 2017 zovelen rondgaan.

Lees meer

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Recensie door Albert Hogeweij

Een bundel van een levende dichter op de verplichte leeslijst voor middelbare scholieren? Als je dat leest weet je één ding zeker: dit gaat niet over Nederland. Inderdaad, het betreft Frankrijk en de dichter is inmiddels overleden.

Lees meer

Meester in doorwrochte metaforiek en schitterende beeldtaal

Recensie door Casper van der Veen

Poëzie is vaak een veeleer wenken en suggereren dan ronduit zeggen. Wie als lezer resoneert met de gebezigde metaforen kan zeggen dat hij een gedicht ‘begrepen’ heeft. Thomas Möhlmann (1975) toonde in eerder werk, met name het in 2009 verschenen Kranen open, de lezer te kunnen treffen met de schoonheid van zijn taalspel en vergelijkingen nog vóórdat de beeldspraak volledig is geanalyseerd en verstaan.

Lees meer

Poëzie als vette klei en onomwonden vruchtbaar

Recensie door André van Dijk

Op ongeveer tweederde van de bundel Splendor staat een strofe die zo’n beetje allesomvattend voor het werk van H.C. ten Berge genoemd kan worden. Een vorm van persoonlijke kwalificatie, een helder inzicht in eigen materie:

Ik ben de nominalist
die alles met woorden bekleedt en benoemt.

Lees meer

Zijn gedichten tonen een vijandig en onherbergzaam wereldbeeld

Recensie door Reinder Storm

Armando is al bijna negentig jaar. De veelzijdigheid  van zijn kunstenaarschap benadrukken, is een gemeenplaats geworden. Maar toch: hij schildert, schrijft, musiceert en acteert. Echter, Armano’s weerbarstige afzijdigheid staat zijn statuur in de weg.

Lees meer

Een bundel die afstand schept

Recensie door Maarten Buser

In een zeldzaam interview in De Groene Amsterdammer noemt dichter Jacques Hamelink (1939) zichzelf ‘[o]precht onthecht’. Hoewel de waardering voor zijn werk er zeker is – hij won belangrijke (oeuvre)prijzen en krijgt goede recensies – lijkt hij een soort randfiguur te zijn die op niet op brede, maar ‘smalle’ aandacht kan rekenen.

Lees meer

Zoon springt uit de schaduw van de vader

Recensie door Rob Molin

De bundel Campert & Campert is geschreven door twee auteurs. Werk van Jan Campert (1902-1943) vult de eerste en tweede afdeling, werk van zijn zoon Remco (1929) de derde.

Lees meer

Oeuvre van dertig jaar in een bloemlezing

Recensie door Casper van der Veen

Peter Verhelst (1962) is sinds zijn debuut Obsidiaan  (1987) een ongrijpbare dichter gebleven. Mogelijk heeft dit te maken met de onvatbare thema’s die de Vlaming tot zijn voornaamste ammunitie heeft gemaakt: verlangen, herinnering, een drang tot behouden dan wel vernietigen – en dat alles uitgedrukt in een non-duaal spectrum, waarin de scheidslijnen tussen het lichamelijke en geestelijke fluïde of geheel afwezig zijn.

Lees meer

Recent

16 augustus 2017

Ideale bestaansvorm

11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Literair Nederland - 10 jaar geleden

27 augustus 2007

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Iemand gaat op reis naar een prachtig land, Peru in dit geval, en schrijft een boek over deze reis. Op de flap staat: "Het neusje van Peru voert de lezer mee naar de Peruviaanse woestijn, het Triticameer, over de Andes naar het hart van het Incarijk, tot in de jungle nabij Iquitos."

Dat klinkt toch goed nietwaar? Helaas, we worden wel meegenomen maar niet naar het bovengenoemde. Natuurlijk komen deze gebieden wel voor in het boek maar het frappante is dat ik heel veel over het reizen zelf heb gelezen maar weinig over het land.

Lees meer