10 juni 2014

Cantus Firmus – H.C. ten Berge

Neomodernisme, grimmige sprookjes en humoristische sermoenen

Recensie door Maarten Buser

H.C. ten Berge heeft een selectie uit de canto’s van Ezra Pound vertaald, overigens al in 1970. Uw recensent heeft een hele tijd gedacht dat Ten Berge ook wel heel moeilijke poëzie zou schrijven, à la Pound. Dat valt hard mee, blijkt na lezing van Cantus Firmus, waarin weliswaar afstandelijke, maar zeer leesbare poëzie staat.

Cantus Firmus bundelt alle bundels van Ten Berge sinds 1993 tot 2014, en dus niet 2013 zoals op de omslag vermeld is. Er staat namelijk ook een geheel nieuwe, niet eerder verschenen gedichtenbundel in: Kerven, kastijdingen (overigens wel in 2013 geschreven). Deze bundel is helaas niet apart uitgegeven: je zou als Ten Berge-bewonderaar maar netjes al zijn bundels gekocht hebben en veertig euro neer moeten leggen voor Kerven, kastijdingen.

Eerlijk is eerlijk: Ten Berge’s poëzie doet aanzienlijk minder cerebraal aan dan je op basis van zijn Pound-vertalingen zou verwachten. Ten Berge doet vooral aan Robert Hass (1941) denken, een Amerikaanse dichter/vertaler wiens werk naar het Nederlands vertaald werd door Ten Berge. Beide dichters schrijven gedichten in een heldere, vaak anekdotische/verhalende stijl. Hass schrijft overigens wel iets warmere poëzie; Ten Berge neemt wat meer afstand en is koeler. ‘De laatste modernist’, het eerste gedicht in Cantus Firmus, begint zo:

Hij wilde bij maanlicht vulkanen bestijgen,
maar dronk een glas wijn bij het vuur.

Hij dacht zich op jacht in het schemerige noorden
m
aar stond in een sneeuwbui van meeuwen op pas geploegd land.

Hij moest nog een meesterwerk scheppen
maar viel in slaap bij muziek van Ooitweer en Voorheen.

Het gedicht gaat zo nog een aantal strofes door, waarbij steeds de kloof tussen groots en meeslepend leven, en de bittere rustige realiteit geschetst wordt. Die afstand is een typisch modernistisch thema. Ten Berge positioneert zichzelf direct al in relatie tot de modernistische traditie en blijkt dat in Cantus Firmus vaker te doen. Het modernisme is natuurlijk sterk gecanoniseerd; Ten Berge heeft sterke schouders gevonden om op te staan.

Ten Berge wijdt bijvoorbeeld een gedichtreeks aan de relatie tussen Hilda Doolittle en haar jeugdvriend Ezra Pound: ‘Een liefde in 1905’. De laatste werd zoals gezegd door Ten Berge vertaald, en de tweede is H.D., een in Nederland relatief onbekend gebleven Amerikaanse dichteres. Op het gedicht over hen volgt een vrij ruime selectie (23 pagina’s, meerdere gedichten) van vertalingen van H.D.’s werk. Het pleit natuurlijk voor Ten Berge dat hij ook ruimte maakt voor een hier minder bekende modernist, en zo haalt hij toch stevig zijn banden met die traditie weer aan.

Een opvallende overeenkomst tussen Ten Berge en de al eerder aangehaalde Robert Hass is niet alleen dat ze beiden ook vertalen, maar dat ze ook plaats inruimen voor het werk van anderen in hun eigen bundels. In Ten Berge’s Oesters en gestoofde pot is een gelijknamige afdeling opgenomen, met een in- en uitleidend gedicht van hemzelf, en daartussen veertien vertaalde gedichten van anderen. Ten Berge heeft een uitstekende selectie gemaakt en kiest ook voor dichters die in Nederland niet heel bekend zijn. Naast een gedicht van de beroemde, recent overleden Seamus Heaney staan in de afdeling ook gedichten van Gary Snyder en Mark Strand, die bij minder mensen een belletje zullen laten rinkelen.

Na twee bundels begint dat ingehoudene van Ten Berge soms een beetje te vervelen. De derde bundel in Cantus Firmus heet Hollandse sermoenen en verruilt de ingetogen afstandelijkheid voor wildere poëzie in gebiedende wijs. In opener ‘Zweepvormige sermoen’ worden er geen doekjes om gewonden: ‘Aaah! / Zing! / Of verhang je! / Word als Jonas op een lege kust geworpen. / Lood het mysterie, daal in / tot de aarde. Slik weg / de weerzin’. Deze toespraken zijn levendig en humoristisch.

Hollandse sermoenen is eigenlijk het interessantste deel van Cantus Firmus, en dan vooral de eerste dertien sermoenen waar de bundel mee opent. In de bundel staat verderop namelijk ook nog heel wat verstilde natuurlyriek, typisch Nederlands. Het is zeker niet slecht, maar het sluit net te veel aan bij wat al overbekend is in de Nederlandse poëzie:

Padden op asfalt, zoemende
wielen, blinkend
metaal.
De oversteek naar de zomertuin
net
niet gehaald.

Ten Berge’s diversiteit zorgt er in elk geval bij uw recensent voor dat een deel van het werk zeker in de smaak valt, en een ander deel minder. Ook met Kerven, kastijdingen is dit het geval: eerst wat ingehouden poëzie, daarna een gedicht van een paar pagina’s over J.J. Slauerhoff en diens exotisme, en daarna een aantal natuurgedichten. Het leukste aan de bundel is de slotafdeling: ‘Zeven balladen’. Ten Berge baseert zich hier op vrij onbekende volksverhalen uit onder meer Denemarken en Groenland, en een paar wat obscuurdere sprookjes die door de broeders Grimm opgetekend zijn. Wat er in de verhalende gedichten gebeurt is wonderlijk: zo verandert een enorme lintworm in een knappe prins. De balladen hebben de levendigheid van Ten Berge’s sermoenen en hun grimmige humor is verfrissend.

Cantus Firmus is een flinke verzamelbundel geworden, waarin vertalingen en eigen werk mooi samenkomen en Ten Berge laat zien dat hij ook andere stijlen beheerst dan zijn wat afstandelijke ‘hoofdstijl’. Zeker niet alles is even interessant, maar er komt genoeg moois langs, met de grimmige balladen en scherpe sermoenen als kers op de taart.

 

 

Cantus Firmus
H.C. ten Berge
gedichten 1993-2013
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789025442873
368 pagina's
Prijs: € 39,99

Meer van Maarten Buser:

27 augustus 2017

Het echte vuur van deze bundel zit in het ongemak

Over 'Vonkt' van Marije Langelaar
30 juni 2017

Een magere oogst van vier decennia poëzie

Over 'Zingend naar huis' van R.A. Basart
20 april 2017

Een bundel die afstand schept

Over 'Oden voor komende nacht' van Jacques Hamelink

Recent

23 november 2017

Weidse landschappen, bekraste zielen

Over 'Idaho' van Emily Ruskovich
21 november 2017

Reizen in een binnenwereld

Over 'en toen aten we zeehond' van Nicoline Timmer
20 november 2017

Het leven ontwijken

Over 'Kraaien tellen' van Lucas de Waard
17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef

Verwant

10 juni 2014

Over hommels, hommels en nog eens hommels

Over 'Een verhaal met een angel ' van H.C. ten Berge