24 maart 2017

Broodje kroket

Door Inge Meijer

’s Morgens fiets ik naar de dichtstbijzijnde stad voor een kop koffie. Met slecht weer ga ik niet. Ik kan de trein nemen, maar er naartoe fietsen vergroot het genot van het moment dat ik de koffie in mijn mond proef.

De buurman neemt geregeld de trein naar de dichtstbijzijnde stad voor een broodje kroket bij de snackbar op het station. De keren dat ik de trein nam, zag ik hem daar. Hij wendt zich altijd af van de mensen die zich in het station heen en weer begeven, zijn hoofd voorover buigend naar zijn voor de borst gehouden hand  (alsof hij iets te verbergen heeft) waarin een broodje kroket, en daar neemt hij dan een grote hap van. Flink kauwend heft hij zijn rode hoofd op en kijkt genotvol om zich heen. Daarbij loopt hij met grote rustige stappen rondjes voor de ruimte van de snackbar. Alsof het een voorwaarde is om een broodje kroket te kunnen eten; drie grote stappen in het rond om een hap van het broodje weg te werken. Ik wist dat zijn vrouw zich zorgen maakt over zijn huidproblemen en ik beloofde mezelf dat ik tegenover haar nooit iets zou loslaten over zijn snackbar bezoek.

Vanmorgen pakte ik mijn fiets uit de voortuin om naar de stad te fietsen toen de buurman voorbij kwam op weg naar het station. Hij vond het maar niks, groette hij mij. Dat ik in mijn vorige column had geschreven dat ik vrouwen met een hoofddoek mooi vind. Hij zei dat vrouwen met een hoofddoek de kloof in onze samenleving groter maken. Ik vroeg, welke kloof. Hij zei, die van de angst en het niet begrijpen. Ik zag een gapende geul vol onbegrip en kolkende vrees tussen de voeten van mij en de buurman ontstaan, een verstikkende modderstroom. Gelukkig stond de heuphoge heg in de voortuin tussen ons in.

Hij zei dat zijn vrouw vanmorgen vertrokken was. Hij vroeg wat ik daar van vond. Ze had een koffer meegenomen, de poes eten gegeven en was de deur uitgegaan. Hij zei dat het door zijn huid kwam, waarvan roodgloeiende warmte afstraalde terwijl hij me met zijn kleine oogjes aankeek. Ik zei dat het me speet en ik wilde hem te eten vragen nu zijn vrouw weg was maar deed het niet. Ik reed mijn fiets de voortuin uit, rakelings langs zijn pantalon waaronder ik de vuurrode huid van zijn benen vermoedde. Hij zei, of ik wel wist dat vrouwen met hoofddoeken onderdrukt werden. Ik zei, dat vrouwen met een hoofddoek zelf moeten weten wanneer ze er tegen willen opstaan. Ik zei dat er vrouwen zijn die er voor kiezen een hoofddoek te dragen, en dat we niet vooruit kunnen lopen op de keuze van een ander.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 juli 2007

Sommige schrijvers debuteren wanneer ze al oud zijn
Recensie door Karel Wasch

In zijn vorige leven was Paul Pennartz (1935-2011) helemaal nog geen schrijver. Toen was Dr. Paul Pennartz bekend als sociaal wetenschapper die in 1999, samen met een vrouwelijke hoogleraar sociologie, een werk in het Engels publiceerde: The Domestic Domain: Chances, choices and strategies of family households. Verder leverde hij een bijdrage aan een bundel verhalen en gedichten van Limburgers, die de provincie literair gezicht hebben gegeven.

Lees meer