4 maart 2010

Brommerdagen – Jan Baeke

Het zijn bij hem vaak beelden waarin het woord het voor het zeggen heeft

Recensie door Albert Hogeweij

 

De tijd dat dichters bundeltjes met slechts 30 pagina’s konden afscheiden, ligt inmiddels achter ons. Menige dichtbundel van de laatste jaren daagt het formaat van een in boekvorm uitgegeven novelle uit. En ook de nieuwe en daarmee vijfde bundel van Jan Baeke, Brommerdagen, doet met 65 pagina’s een redelijke poging in die richting. Evenals zijn vorige Groter dan de feiten is ook deze van een in het oog springend voorkant voorzien: tegen een oranje achtergrond zien we het bovenste gedeelte van een plafondlamp, een zwevend televisietoestel met kamerantenne en iets wat op een gedateerd soort bom lijkt. Het oogt niet onaardig, zolang we die bom maar kunnen vergeten.

De bundel is opgebouwd uit 2 reeksen: Blessures en Brommerdagen. Van elkaar gescheiden door het onheilspellende gedicht Ten slotte het diner dat met 4 pagina’s het langste van de bundel is. De andere gedichten zijn allen 1 of 2 pagina’s lang. In vrije versvorm. De ideale vorm, lijkt het, voor de meanderende stroom van beelden, en weerbarstige maar toch ook vaak vrolijke associaties, met hier en daar vileine weerhaakjes, waar Baeke het patent op heeft. De gebruikte woorden zijn stuk voor stuk alleszins begrijpelijk. Wat voor het gedicht in zijn geheel niet altijd het geval is, maar het is gelukkig meestal wel duidelijk waar Baeke jou wil hebben. Bovendien: het spoor bijster raken, dat mag best een beetje, want de achterflap meldt dat de vele personages, die in ontregelende monologen het woord voeren, zelf ook het spoor aardig bijster zijn geraakt. Maar vaak vallen de ogenschijnlijk losse eindjes bij nader inzien aardig aan elkaar te knopen. Daarbij is er ook niets op tegen om je op de associatieve toon van zijn gedichten te laten meestromen om op die verrassende wendingen te stuiten, zoals het slot van Respect: ‘Vuur is genadig, vuur is muzikaal /  Vuur hoor je niet zo gauw zeiken.’ Of op de laconieke melancholie in de laatste regels van Als de toekomst ter sprake komt: ‘We herinnerden ons / dat dergelijke avonden zo gewild zijn / om hun afscheid.’ En passant leert de lezer nog dat ‘vrolijkheid van bloemkool afstamt’. Tijdens de eerste lezing begon het mij al snel te dagen dat dit een bundel is voor een tweede en derde lezing. Om het gewone aan ongewoonheid te zien winnen en het ongewone aan gewoonheid. De tweede reeks vind ik niet de sterkste omdat in de eerste misschien een enkel gedicht staat dat mij niet zoveel deed, maar omdat ik in de tweede reeks op het allermooiste gedicht van de bundel stuitte:

Tot het samenvalt

Valt het oog van de moeder
op de held die zij heeft grootgebracht
ziet ze hoe oorlog hem de dossiers in sleurt
en sloopt, tot hij samenvalt met grijs haar
en een hand die zijn hart
door zijn vlees heen tracht te steunen.

Voor zijn kinderen een feestdag geknutseld. ’s Avonds, achter de verduistering, streept hij
de woorden door die hem vergeten moeten
mochten vragen volgen.
Hij kijkt opzij, de spiegel in
het stokken van zijn adem tegemoet.

Op het tapijt zit altijd nog die vlek die lijkt.
Het is nooit één woord dat het leven vergelijkt
het zijn er vele, juist degene die over niets gaan.
Zoals afgesproken praten wij, zijn kinderen
vloeken dan of piekeren
willen er de schuld van zijn.

Een zeer geslaagd gedicht over een man die zich voorbereidt op iets clandestiens in de oorlog. Gezien het naoorlogse geboortejaar van Jan Baeke is het duidelijk dat het ‘wij’ in dit gedicht niet de dichter zelf impliceert. Het is vrij beeldend en suggestief, haast een scene uit een film. Het mooist vind ik misschien wel die vlek in het tapijt die vanwege zijn vertrouwdheid een baken van rust kan zijn te midden van de dreiging. Om zulke vondsten leest men poëzie. En Baeke blijkt ook in veel andere gedichten een geoefend oog te hebben voor veelzeggende vlekken in een tapijt. Het zijn bij hem vaak beelden waarin het woord het voor het zeggen heeft, zodat het ook bij herlezing boeien blijft. Ook een zin als ‘streept hij de woorden door die hem vergeten moeten / mochten vragen volgen’ is schitterend, zelfs al zou je niet meteen denken aan de situatie waarin een verzetsman voor verhoor wordt opgepakt. Zijn vorig poëtisch wapenfeit Groter dan de feiten kreeg een nominatie voor de VSB poëzieprijs. De concurrentie moet in 2010 wel met werk van uitzonderlijk hoog niveau voor de dag komen, wil het niet als verregaand onredelijk voorkomen indien deze bundel buiten het blikveld van een jury zou vallen.

 

 

Brommerdagen
Jan Baeke
Verschenen bij: Bezige Bij, De
ISBN: 9789023456018
68 pagina's
Prijs: € 16,50

Meer van Albert Hogeweij:

18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy
2 februari 2017

Vormvast en elegant van stijl

Over 'Viviane Élisabeth Fauville' van Julia Deck
15 december 2016

Twaalf lofliederen op lichamelijke schoonheid

Over 'Poèmes secrets / Geheime gedichten' van Guillaume Apollinaire

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

4 maart 2010

Al die jaren daar zat ik te kijken

Over 'Een man in de tuin' van Jan Baeke